Voor-westerse geschiedenis (3): klimaat

Windgod (Musée de Mariemont, Morlanwelz)

Mijn vorige blogje in de reeks over de voor-westerse geschiedenis rondde ik af met de constatering dat het landschap het de bewoners niet makkelijk maakt. Overal waren en zijn bergen, die reiken tot aan de zee. Daarop zijn natuurlijk uitzonderingen. De noordkust wordt hier en daar onderbroken door de moerassige gebieden bij riviermondingen. Dat het Romeinse Rijk zich uitbreidde naar Gallië, kwam doordat de Rhône dat noordwetselijke gebied verbond met de Middellandse Zee, maar ook dan nog is die stroom een lange gleuf tussen het Massif Central en de West-Alpen. Eigenlijk ligt het landschap alleen tussen de Nijldelta en Byzacene (in Tunesië) open naar het achterland.

Het opent zich daar echter naar een droge steppe, die verder naar het zuiden plaats maakt voor de woestijn. Dat geldt ook voor Mesopotamië: reis naar het westen of zuiden, en er is woestijn; reis naar de oostelijke bergen, en op de Iraanse Hoogvlakte groeit ook niet al te veel. Hoewel daar langs de schaarse artesische bronnen en oases een Zijderoute zou ontstaan, blokkeert de woestijn feitelijk de weg naar India en Centraal-Eurazië. Wat de vraag oproept waarom er zoveel woestijn ligt.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (3): klimaat”

Een reliëf met de god Baäl

Baäl (Louvre, Parijs)

Een van de voordelen van een eigen blog is dat je je volgers nog eens om advies kunt vragen. Ik ben op zoek naar een woord.

Hierboven ziet u een van de beroemdste reliëfs uit de Bronstijd: het stelt de god Baäl voor, de regengod van Ugarit. Hij heeft een knots in de rechterhand en een bliksemschicht in de andere hand. Onder zijn voeten zijn golven, die de verslagen zeegod Yamm weergeven. Het kleine mannetje voor de godheid zal de koning van Ugarit wel zijn, die dit reliëf in de vijftiende eeuw v.Chr. heeft laten vervaardigen en oprichten bij de tempel van Baäl. Daar is dit voorwerp in 1932 opgegraven. Het is nu te zien in het Louvre in Parijs.

Lees verder “Een reliëf met de god Baäl”

Zelfvergoddelijking

Alexander als Zeus, met bliksemschicht in de hand

Het was net de IJssel bij Zutphen, dacht ik, alleen was de stroom breder en was het landschap wijdser. Ik realiseerde me tegelijk hoe belachelijk de associatie was. Ik stond namelijk in Pakistan en keek uit over de rivier de Jhelum. Het was veertig graden en ik moest uitkijken voor tropenkolder.

Misschien was ik niet overweldigd door de warmte maar door het belang van de plaats: dit was waar de Macedonische koning Alexander de Grote in de vroege zomer van 326 v.Chr. de Indische radja Poros versloeg. Militair stelde die campagne weinig voor, maar religieus was ze des te significanter.

Lees verder “Zelfvergoddelijking”

Regen

De regen valt zo hard, dat de riolen het niet meer aankunnen.
De regen valt zo hard dat de riolen het niet meer aankunnen.

De tempel te Baalbek, een van de belangrijkste uit de oude wereld, was gewijd aan een godheid die op verschillende momenten werd aangeduid als Baäl-Nebeq (“heer van de bronnen”, nl. van de Litani en de Orontes), als Hadad (een donder- en regengod), als Ra (de Egyptische zonnegod), als Zeus en als Jupiter (de Griekse en Romeinse donder- en oppergod). De cultus is niet in detail bekend, maar dat ze iets van doen heeft gehad met het weer, lijkt wel zeker. Ik vrees echter dat de toeristen die vandaag – ik schrijf dit op donderdag 20 december – in het hotel opstonden met het doel de tempel van de meteorologische godheid te bezoeken, er de humor niet van zullen inzien dat deze vandaag zo actief is: het regent pijpenstelen.

Lees verder “Regen”