
In de lente van 130 na Chr. brachten de Romeinse keizer Hadrianus en zijn echtgenote Sabina een bezoek aan Palmyra. Het was inmiddels een behoorlijke stad geworden. In het oosten lag de tempel van Baäl, in het westen lag een monumentaal stadscentrum. Daarvandaan liep een brede weg naar het zuiden, langs een oude tempel van de oorlogsgodin Allat naar een hellenistische woonwijk.
Nog indrukwekkender dan deze weg was de “Colonnaded Street”, van oost naar west. Aan deze straat lagen een Senaatsgebouw, een marktplein (agora) en de tempel van Nabu. De Colonnaded Street was elf meter breed en werd geflankeerd door portieken van zeven meter diep. Op de kruising met de zuidelijke weg stond de Tetrapylon: vier torens, bestaand uit elk vier zuilen van roze graniet uit Egypte, met beelden erop. De Colonnaded Street zou nog worden verlengd naar het oosten, tot aan de tempel van Baäl, waar de Palmyrenen, tegen de tijd van het bezoek van de keizer, een monumentale toegang aan het bouwen waren. In de tijd van Hadrianus stopte de monumentale hoofdstraat van Palmyra echter vlak voor het Senaatsgebouw.

Verdere bouwprojecten
Na 150 werd de aanleg voortgezet. Nu liep de straat voorbij het Senaatsgebouw naar de tempel van Nabu. Ten noorden van de straat werd een badhuis gebouwd dat nu de Diocletianische Thermen heet, naar de keizer die opdracht gaf tot de laatste bouwfase. Kolommen van grijs graniet werden uit Egypte aangevoerd; het moet minder gekost hebben om het gesteente te winnen dan om het te vervoeren. Naast het badhuis werd ook het heiligdom van Baäl-Šamem gerenoveerd. Nog noordelijker legde het Romeinse leger een oefenterrein aan.

Dit was ook het moment waarop de tempel van Allat werd herbouwd. Een werkelijk prachtig beeld van de godin, een kopie van een origineel van Feidias uit de vijfde eeuw v.Chr., werd geïmporteerd uit Athene. Gemaakt van Pentelisch marmer, behoorde het tot de meest indrukwekkende objecten uit de woestijnstad. Zie de foto helemaal bovenaan. Zoals ik al eens eerder vertelde hebben terroristen het in 2015/2016 vernietigd.
In 193 kwam er een nieuwe dynastie aan de macht in het Romeinse Rijk: de Severi. Interessant genoeg bevonden zich onder hen verschillende machtige vrouwen uit Emesa, die alles wat Syrisch was introduceerden in Rome. Palmyra lijkt hiervan geprofiteerd te hebben: het kreeg in 212 de rang van colonia, wat betekende dat alle burgers het Romeinse burgerrecht hadden. Het betekende ook dat de stad niet langer onafhankelijk was, zelfs niet in naam.

Twintig jaar later, in 232, bracht keizer Severus Alexander een bezoek aan Palmyra. De bouwwerkzaamheden gingen door. De Palmyrenen bouwden het derde deel van de grote oost-west-as, die begon bij de tempel van Nabu en langs een fontein doorliep naar de grote tempel van Baäl.
Andere bouwprojecten waren onder meer de renovatie van de Nabutempel en de bouw van een mooi theater. Het lag dichtbij het gebouw van het Senaatsgebouw, wat erop wijst dat het theater ook gebruikt is voor volksvergaderingen. Daar is geen direct bewijs voor, maar ongebruikelijk was het zeker niet. Een boog, ten onrechte “Boog van Hadrianus” genoemd, en een heiligdom voor de keizercultus kunnen ook in deze periode worden gedateerd.

Ten slotte moet worden opgemerkt dat de meeste van de beroemde grafportretten uit Palmyra dateren uit de tweede eeuw en de eerste helft van de derde eeuw.
[Een overzicht van de blogjes over het handboek oude geschiedenis is hier.]

Dikke gladiatoren (1): Het onderzoek
Twee duiven
Vienne
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.