
Het probleem met de Eindtijd is dat geen mens die al heeft meegemaakt. Het is daarom wat lastig te voorspellen wat ons staat te wachten. Er zijn echter logische redeneringen mogelijk en in de Oudheid heeft het daaraan niet ontbroken. De basis daarvan was de aanname dat God almachtig en volmaakt was. Aristoteles wees er al op dat God dan ook onveranderlijk moest zijn, want als hij zou zijn veranderd, was hij óf voor óf na die gebeurtenis minder volmaakt. Uit de aldus bewezen onveranderlijkheid volgde dat de hoogste, almachtige en volmaakste god nooit de schepper kon zijn, want ook de scheppingsdaad is een verandering.
Gods vizier
Je kon vervolgens redeneren dat er dus geen Schepping was geweest en dat er ook geen Eindtijd zou zijn. Even logisch was een andere gedachte: dat er naast de allerhoogste God een ander bovennatuurlijk wezen moest zijn dat verantwoordelijk was voor de Schepping en dat in de Eindtijd een rol zou spelen. De joodse literatuur heeft nogal wat van die middelaarfiguren, die niet per se zijn geïnspireerd door Aristoteles. Elke antieke vorst had voor het dagelijks bestuur een rechterhand: een chiliarch, een vizier of een praetoriaanse prefect. Het was alleen maar logisch dat ook God iemand had die de wereld namens hem bestuurde. De profeet Daniël is er expliciet over: bij het Laatste Oordeel worden er tronen, meervoud, neergezet voor God en de Mensenzoon, en het is die laatste die het oordeel uitspreekt.noot
De joodse middelaarfiguren zijn vergeten geraakt – ik zal zo uitleggen waarom – maar er is heel wat over gespeculeerd. In de Oorlogsrol treden de aartsengel Michaël en een “Lichtvorst” op. In de henochitische literatuur is er sprake van een Uitverkorene die het Laatste Oordeel velt en die al bestond vóór de Schepping. We lezen ook weleens over een Melchisedek, wat misschien het personage uit Genesis is,noot en bovendien “koning van rechtvaardigheid” betekent. Op soortgelijke wijze was bij de filosoof Filon van Alexandrië Gods Woord de middelaar tussen de transcendente God en de Schepping, noch ongeschapen, noch geschapen.noot Dit is het beeld dat we ook kennen uit het Nieuwe Testament.
Jezus, het Woord en de Kleine Jahweh
Ik noem nog de henochitische tekst die bekendstaat als Sefer Hechalot (“Het boek van de hemelse paleizen”). Hierin is er naast God een wereldbesturende engel Metatron, “troongenoot”, die in koninklijke gewaden wordt gestoken en de verheven naam Jahweh krijgt. Om hem te onderscheiden van de echte Jahweh, heet hij ook wel de Kleine Jahweh. Uit de joodse literatuur van de Late Oudheid blijkt dat de toenmalige geleerden zich ongemakkelijk voelden bij wat ze de “twee machten” noemden: er kon immers maar één God zijn. Dit ongemak betekent dat het beeld van een Kleine Jahweh die namens de ene, ware, hoogste God de wereld bestuurt, heel erg oud moet zijn.
Ik stelde Michaël, de Lichtvorst, de Mensenzoon, Melchisedek, de Uitverkorene, Metratron, het Woord van God en de Kleine Jahweh aan u voor omdat hun bestaan een voorbeeld is geweest voor de wijze waarop de volgelingen van Jezus hun messias interpreteerden. Paulus’ Brief aan de Filippenzen presenteert Jezus als iemand die weliswaar de gestalte van God had, maar slaaf werd en stierf, en daarna werd verheven en de naam kreeg die boven alle namen was verheven – Jahweh dus.noot (Nog interessanter: Paulus citeert hier een hymne, die dus pre-Paulinisch is en stamt van de allereerste christenen.)
Het Woord in Johannes 1.1
Omdat Jezus dus te interpreteren was als de Kleine Jahweh, is het mogelijk de beroemde proloog van het Evangelie van Johannes anders te lezen dan we gewend zijn. De NBV21-vertaling, waar ik alleen maar lof voor heb, maakt ervan:
In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.noot
maar omdat het Grieks geen onbepaald lidwoord heeft, kan het ook
In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was een God.
zijn. Het Woord, Jezus Christus dus, wordt dan geïdentificeerd als de middelaar tussen God en de Schepping. Die vertaling is niet gangbaar en roept zelfs weerstand op. Het oogt immers nogal willekeurig als in één en dezelfde korte zin hetzelfde woord de ene keer “God” en de andere keer “een God” zou betekenen. Van de andere kant: juist dat spel maakt de tekst poëtisch en indrukwekkend. En taalkundig is het mogelijk. Alexander Smarius, die hier weleens een blogje schrijft, heeft een filmpje gemaakt waarin hij het uitlegt.
Mocht u het in wat meer detail willen nalezen, dan kunt u terecht bij het artikel dat Smarius over de materie publiceerde: “Another God in the Gospel of John? A Linguistic Analysis of John 1:1 and 1:18”, in Horizons in Biblical Theology 44 (2022).
Tot slot
Nog een laatste punt. Hoewel de joodse literatuur veel middelaarsfiguren kent en hoewel die middelaarsfiguren opduiken in allerlei stromingen van het jodendom, zullen de meeste antieke joden hun wenkbrauwen er toch bij hebben opgetrokken. Tegelijk: het denkbeeld behoorde bij het grote conglomeraat van joodse ideeën, en dat het in moderne ogen geen zuiver monotheïsme is, wil alleen maar zeggen dat wij andere definities hebben van wat monotheïsme zou moeten zijn.
Die nieuwe definities zijn ontstaan vanaf de Late Oudheid. De rabbijnen wezen de “twee machten” af, ongeveer vanaf het moment dat duidelijk was dat er een monotheïstische stroming bestond die meende dat de vacature van middelaar was vervuld door Jezus. Anders gezegd, het rabbijnse jodendom beschouwde het idee van een tweede god als te christelijk om nog acceptabel te zijn. Metratron werd nooit helemaal vergeten, de andere middelaars wel.
Aan de andere zijde van het monotheïstische spectrum voegden de christenen een derde persoon toe aan de twee-eenheid: de Heilige Geest. Daarna hadden ook zij geen belangstelling meer voor Michaël, de Lichtvorst, Melchisedek, de Uitverkorene en wat dies meer zij. Pas in de twintigste eeuw werd de rijkdom van de Dode Zee-rollen en de Henochitische literatuur herontdekt.
Zelfde tijdvak
Woorden uit het Gallisch (slot)januari 23, 2024
Veel geschreeuw en weinig wetenschap (1)december 17, 2018
Romeinse normen en waardenjanuari 24, 2013

Boeiende materie. Dank je wel.
Wat de ‘chiliarch’ betreft: je zegt dat de vorst zo iemand als een soort rechterhand had, aanvankelijk een militair leider van 1000 manschappen.
Had deze persoon ook nog een andere functie bij de joden?
Dat getal van 1000 heeft religieuze connotatie in Jodendom en Christendom (zie:Johannes Openbaring 20:2–3), ook in het Zoroastrisme. Ik vind het een moeilijke materie. Ik begrijp dat Christus (óók door de christenen messias genoemd) twee keer terug zou komen en nadat hij de Satan verslagen heeft een Duizendjarig Rijk van vrede zou stichten. Ook de Wederdopers (Anabaptisten) geloofden daarin.
Men noemt zoals je weet deze fascinatie met en de angst voor een milenniumwisseling milennialism of chiliasme. Dit treffen we ook aan bij vele mensen die niet (meer) geloven.
Wat betreft religieuze verwachtingen over de Eindtijd en het Duizendjarig Rijk: leeft dit nog steeds bij alle Joden of alleen bij de orthodoxen?
Herstel:
miIlennium moet zijn millennium
Millennials moet zijn millennials
UItstekend gemaakt filmpje van Alexander Smarius, voor mij als belangstellende maar oningewijde overtuigend. Andere deskundigen zullen er wel wat tegenin te brengen hebben.
Maar voor mij is ook de tekst van Filippenzen duidelijk: God en Jezus zijn daar verschillende entiteiten.
Niet om wakker van te liggen, evenmin van de derde te onderscheiden entiteit die er later nog bij kwam en dat ze toen alledrie samen God gingen vormen. Zo ongeveer dan.
God, de HEER, zei: ‘Ik deel Mijn majesteit niet met een ander’ (Jes.48:11).
👍 Deze reactie wordt door mij geliked 💙 🙂
We hebben hier een historicus met een warm hart voor manifestaties in de Oudheid van diversiteit, veelvormingheid, verschillen in wat later eenvormig werd, en stromingen die aanvankelijk niet maar later wel als heterodox werden beschouwd. En we hebben een gelovige die één van die stromingen uit de Oudheid in een nieuw jasje vertegenwoordigt: de opvattingen van de Getuigen van Jehova zijn terecht op één lijn gesteld met die van de vierde eeuwse Alexandrijn Arius. Mij is het allemaal puik en top, maar wijs er wel graag even op dat discussies over de vraag of ‘ho theos’ nou met of zonder lidwoord vertaald moet worden, geen vrij zwevende academische oefeningen zijn.
Dat klopt als een bus.