Echte en onechte brieven van Paulus

Paulus (Rome, Santa Prassede)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de wereld van het Nieuwe Testament. En we gaan het eens hebben over auteurschap. Meer in het bijzonder: wie schreef de dertien brieven van de apostel Paulus? Daar is nogal wat om te doen, namelijk. Voor degenen die de Bijbel als het woord van God nemen, is dit een non-probleem: ongeacht wie de pen in de hand had, zijn alle teksten uit het Nieuwe Testament door God geopenbaard, zodat elke tekst normatief is, wie ze ook schreef.

Desondanks is er al sinds mensenheugenis discussie over. De Alexandrijnse geleerde Origenes, die schreef in de eerste helft van de derde eeuw, betwijfelde al of Paulus de Brief aan de Hebreeën had geschreven. En Origenes was een scherpzinnig geleerde, die wist van de tekst- en bronkritische hoeden en randen. Sindsdien zijn er allerlei argumenten naar voren gebracht. Ik zal de uitkomst alvast verklappen: niemand trekt de authenticiteit in twijfel van Romeinen, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Galaten, Filippenzen, 1 Thessalonicenzen en Filemon. Over de rest is discussie.

Lees verder “Echte en onechte brieven van Paulus”

Was het Woord “een” god?

Het probleem met de Eindtijd is dat geen mens die al heeft meegemaakt. Het is daarom wat lastig te voorspellen wat ons staat te wachten. Er zijn echter logische redeneringen mogelijk en in de Oudheid heeft het daaraan niet ontbroken. De basis daarvan was de aanname dat God almachtig en volmaakt was. Aristoteles wees er al op dat God dan ook onveranderlijk moest zijn, want als hij zou zijn veranderd, was hij óf voor óf na die gebeurtenis minder volmaakt. Uit de aldus bewezen onveranderlijkheid volgde dat de hoogste, almachtige en volmaakste god nooit de schepper kon zijn, want ook de scheppingsdaad is een verandering.

Gods vizier

Je kon vervolgens redeneren dat er dus geen Schepping was geweest en dat er ook geen Eindtijd zou zijn. Even logisch was een andere gedachte: dat er naast de allerhoogste God een ander bovennatuurlijk wezen moest zijn dat verantwoordelijk was voor de Schepping en dat in de Eindtijd een rol zou spelen. De joodse literatuur heeft nogal wat van die middelaarfiguren, die niet per se zijn geïnspireerd door Aristoteles. Elke antieke vorst had voor het dagelijks bestuur een rechterhand: een chiliarch, een vizier of een praetoriaanse prefect. Het was alleen maar logisch dat ook God iemand had die de wereld namens hem bestuurde. De profeet Daniël is er expliciet over: bij het Laatste Oordeel worden er tronen, meervoud, neergezet voor God en de Mensenzoon, en het is die laatste die het oordeel uitspreekt.noot Daniël 7.9-14.

Lees verder “Was het Woord “een” god?”

Hoe vroeg is het Johannes-evangelie?

(Mar Tadros, Behdidat)

Ik kreeg vragen over een podcast waarin iemand zou hebben verteld dat het Johannes-evangelie ouder was dan aangenomen. En het bleef niet bij één of twee vragen: inmiddels zijn het er negentien. Alle reden om me in de materie te verdiepen.

Een vroeg Johannes-evangelie

Eerst even dit: de Ongelooflijke Podcast is al vijf jaar een vast item van de Evangelische Omroep en daarin behandelen David Boogerd en Stefan Paas, zoals u al vermoedde, vragen over religie. Rond Pasen lieten ze Cambridge-hoogleraar Geurt Henk van Kooten aan het woord, die kwam vertellen dat het Johannes-evangelie niet, zoals gebruikelijk, moet worden gedateerd aan het einde van de eerste eeuw na Chr., maar vóór de verwoesting van Jeruzalem in 70. Het argument is dat de evangelist spreekt over het Betzata-badhuis in de tegenwoordige tijd.noot Johannes 5.2.

Lees verder “Hoe vroeg is het Johannes-evangelie?”

Subordinationisme

Petrus (Catacomben van Petrus en Marcellinus, Rome)

Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament. En waarom zouden we niet eens kijken naar de Handelingen van de Apostelen, Lukas’ verslag van het ontstaan van de kerk? De scène die ik uitlicht staat aan het begin. Jezus is opgenomen in de hemel, de groep die bekendstaat als de Twaalf is weer op sterkte gebracht, tijdens het Wekenfeest (Sjavoeot) daalt de Heilige Geest neer. En de joden in Jeruzalem horen de Galileeërs spreken in hun eigen taal.

Promotie

Dan neemt Simon Petrus het woord en richt zich tot de joodse bevolking van Jeruzalem. Die zouden verantwoordelijk zijn voor Jezus’ kruisdood. Over die woorden moeten we het later nog eens over hebben, maar het gaat mij vandaag om de uitsmijter:

Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot heer en messias is aangesteld. (Handelingen 2.36; NBV21)

Lees verder “Subordinationisme”

Kefa

jordan_panias1
Panias (Caesarea Philippi): de bronnen van de Jordaan

In een van de bekendste passages uit het evangelie van Marcus vraagt Jezus zijn leerlingen wie de mensen zeggen dat hij is. Sommigen houden hem voor Johannes de Doper, anderen voor Elia, weer anderen houden het meer algemeen op een profeet. “En jullie,” vraagt Jezus, “wie denken jullie dat ik ben?”, waarop zijn leerling Simon hem identificeert als de messias, de man van wie veel joden geloofden dat hij ooit Israël zou komen herstellen (Marcus 8.27-30).

De evangelist Matteüs neemt het verhaal van Marcus over en voegt wat informatie toe. Om te beginnen identificeert hij de plek waar dit gebeurde: Caesarea Philippi, bij de bronnen van de rivier Jordaan. Een punt dat niet van belang is gespeend, zoals we zullen zien. Ook legt Matteüs Jezus in de mond dat hij Simon een nieuwe naam geeft, namelijk “rots”. En op die rots, zo legt Jezus uit, zal hij zijn kerk bouwen (Matteüs 16.17-19).

Rots. In het Aramees Kefas of Kefa en in het Grieks Petros, wat in het Latijn wordt weergegeven Petrus. Over de vraag wat hiermee bedoeld kan zijn geweest, wordt al heel lang gediscussieerd en ik wil het nu hebben over kefa. De andere vraag die u vanuit de tekst tegemoet komt springen, wat de betekenis kan zijn geweest van “kerk”, laat ik rusten. Laten we het houden op “halachische stroming” en ons met kefa bezighouden.

Lees verder “Kefa”

Een naam boven alle namen

naam

Een tijdje geleden kondigde ik een reeks aan waarin ik zou uitleggen dat de opkomst van het (monotheïstische) christendom en de neergang van het (polytheïstische) heidendom minder eenvoudig in elkaar hebben gestoken dan men wel aanneemt. Door het overlijden van mijn vader heb ik wat onregelmatig geblogd en ben ik niet verder gekomen dan de constatering dat het jodendom, waaruit het christendom is voortgekomen, in de praktijk niet scherp was afgebakend van andere religies en daarenboven zélf ook de optie had van een tweede godheid. Die had dan namen als “de Uitverkorene”, “Mensenzoon”, “Michaël” (“wie is als God?”), “Metatron”, “Lichtvorst” of “Woord van God” en hoewel die namen verschillen, kwam het er, zo beschreef ik, steeds op neer dat God een soort vizier had die de wereld regeerde.

Henochitische literatuur

Dit was geen mainstream-jodendom, maar totaal obscuur was het ook niet: het is geattesteerd in het land van Israël én de Diaspora, in rabbijnse teksten én de Dode Zee-rollen. Eén van de plaatsen waarin het denkbeeld is gedocumenteerd, is de zogeheten Henochitische literatuur. In 3 Henoch ofwel Sefer Hechalot (“Het boek der hemelse paleizen) krijgt Metatron goddelijke gewaden te dragen, Gods kroon én de naam van God. Als “kleine JHWH” is hij degene die de wereld bestuurt.

Lees verder “Een naam boven alle namen”

Laatste loodjes

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Ik heb de laatste dagen fijn kunnen doorwerken aan Israël verdeeld. Van de negen hoofdstukken zijn er 8¾ af. Ook het nawerk (dat bestaat uit een appendix over de bronnen, een overzicht van toegankelijke vertalingen en wat dies meer zij) is gedaan en ik heb de hele tekst van 95000 woorden nog eens nagelezen om haar op te poetsen. In de Koninklijke Bibliotheek heb ik twee dagen lang noten zitten verifiëren. Het is ontzettend intensief en ontzettend bevredigend werk.

Ik heb altijd meelezers, waaronder twee oud-leraren Nederlands. Het is namelijk absolute dwaasheid te denken dat je zelf alle vergissingen, slordigheden, blunders en ondoordachte formuleringen herkent. De mensen die opmerken dat mijn journalistieke stukjes anders van toon zijn dan mijn boeken, hebben in de gaten wat die neerlandici vermogen.

Lees verder “Laatste loodjes”