Het manicheïsme

Illustratie uit een manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

Vrijwel zeker kent u de Dode-Zee-rollen: een kleine duizend teksten die documenteren hoe veelkleurig het jodendom was. Iets minder bekend zijn de teksten uit Nag Hammadi, die varianten op het christendom documenteerden die vóór de ontdekking van deze boeken alleen bekend waren uit de polemische geschriften van orthodoxe auteurs. Nog iets minder bekend: bij de verkoolde boekrollen uit Herculaneum waren filosofische traktaten die licht wierpen op het epicurisme. En helemaal onbekend zijn de laatantieke, manichese teksten die zijn gevonden op verschillende plaatsen in Centraal-Azië. Daarover straks meer. Eerst iets over het manicheïsme zelf.

Ideeën

De manicheeërs geloofden dat de kosmos bestond uit twee conflicterende principes: het Rijk van het Licht staat tegenover dat van de Duisternis. Goed versus kwaad dus. Nu zegt dat op zich niet zo veel. De crux is het mensbeeld. De manicheeërs meenden dat mensen bestonden uit een lichtvonk, de ziel of geest, die gevangen was geraakt in de materie, de duisternis. Een gelovige probeerde de gevangen lichtvonk te bevrijden, wat betekende dat de geest krachtiger moest zijn dan het lichaam.

Lees verder “Het manicheïsme”

Was het Woord “een” god?

Het probleem met de Eindtijd is dat geen mens die al heeft meegemaakt. Het is daarom wat lastig te voorspellen wat ons staat te wachten. Er zijn echter logische redeneringen mogelijk en in de Oudheid heeft het daaraan niet ontbroken. De basis daarvan was de aanname dat God almachtig en volmaakt was. Aristoteles wees er al op dat God dan ook onveranderlijk moest zijn, want als hij zou zijn veranderd, was hij óf voor óf na die gebeurtenis minder volmaakt. Uit de aldus bewezen onveranderlijkheid volgde dat de hoogste, almachtige en volmaakste god nooit de schepper kon zijn, want ook de scheppingsdaad is een verandering.

Gods vizier

Je kon vervolgens redeneren dat er dus geen Schepping was geweest en dat er ook geen Eindtijd zou zijn. Even logisch was een andere gedachte: dat er naast de allerhoogste God een ander bovennatuurlijk wezen moest zijn dat verantwoordelijk was voor de Schepping en dat in de Eindtijd een rol zou spelen. De joodse literatuur heeft nogal wat van die middelaarfiguren, die niet per se zijn geïnspireerd door Aristoteles. Elke antieke vorst had voor het dagelijks bestuur een rechterhand: een chiliarch, een vizier of een praetoriaanse prefect. Het was alleen maar logisch dat ook God iemand had die de wereld namens hem bestuurde. De profeet Daniël is er expliciet over: bij het Laatste Oordeel worden er tronen, meervoud, neergezet voor God en de Mensenzoon, en het is die laatste die het oordeel uitspreekt.noot Daniël 7.9-14.

Lees verder “Was het Woord “een” god?”

Het platonisme en het christendom

Plato (Glyptothek, München)

In mijn donderdagse reeks over het handboek van Luuk de Blois en Bert van der Spek, zijn we inmiddels aangekomen bij de doorbraak van het christendom. Daar gaan we het zo meteen ook over hebben, maar eerst toch even

iets urgenters

Namelijk de petitie tegen de sluiting van een oudheidkundig instituut. Het  is alweer de vierde dit jaar, dat pas twee-en-een-halve maand oud is. Dit keer gaat het om oude talen in Cardiff en de petitie is hier.

Lees verder “Het platonisme en het christendom”

Neoplatonisme en gnosis (3)

Zomaar een (op Sokrates geïnspireerde) laatantieke filosofenkop (Afrodisias)

[Derde deel van een vierdelige reeks over de laatste, naar mystiek neigende stromingen binnen de antieke filosofie. Het eerste deel was hier.]

Wat is gnosis?

Het Griekse woord gnosis betekent zoiets als kennis. Het woord wordt wel gebruikt als aanduiding voor een verzameling Romeinse religieuze oriëntaties, waarvan we de christelijke kennen uit de Nag Hammadi-geschriften. De joodse en andere gnostische oriëntaties zijn minder goed gedocumenteerd. We zouden de gnostische opvattingen een religieus geloof kunnen noemen, ware het niet dat een gnosticus juist denkt dat hij niet iets gelooft maar dat hij iets weet. Hij heeft inzicht, kennis, begrip. De gnosticus kent weinig twijfel. Meer precies is de kennis van de gnostici een kennis voor ingewijden, die als enigen begrip hebben van het ware. Het gaat daarbij niet om boeken, maar om zelf bereikte inzichten.

Lees verder “Neoplatonisme en gnosis (3)”

De Grieks-Romeinse natuurwetenschappen

Bij wijze van samenvatting van de antieke natuurwetenschappen: de sfaira van Archimedes, een reconstructie van de kosmos (Liebieghaus, Frankfurt)

Het optreden van Karneades, waarover we het twee maanden geleden hadden, toont dat er in Rome weerstand kon zijn tegen de Griekse filosofie. Tegelijk adopteerden de Romeinen uit de Griekse filosofie wat hun van pas kwam. Als het bijvoorbeeld ging om de natuurwetenschappen stonden de Romeinen open voor Griekse ideeën. In de tweede eeuw v.Chr. ontstond een breed gedragen consensus over de wijze waarop de natuur in elkaar stak.

Empedokles

De eerste Griekse filosofen hadden verklaringen gezocht voor tal van natuurverschijnselen. In de hellenistische tijd meenden de meeste wetenschappers dat ze er wel zo ongeveer uit waren. Zoals zoveel filosofen in de voorgaande eeuwen aanvaardden ze de atoomtheorie en de vier elementen van Empedokles: aarde, lucht, water en vuur.

Aarde had volgens de denkers in de Oudheid de neiging zich richting het middelpunt van het universum te bewegen, om daar de wereld te vormen. Het water was minder zwaar, en dreef daarom op de aarde. Zo werden de zeeën gevormd. Lucht en vuur waren lichter en stegen dus op. Zo ontstond de dampkring.

Lees verder “De Grieks-Romeinse natuurwetenschappen”

De vroege Stoa (2): De Natuur

Zenon van Kition (Larnaka)

[Tijdens het Hellenisme kregen de Academie van Plato en de Peripatetische school van Aristoteles gezelschap van nieuwe filosofische stromingen, zoals het Cynisme, de Cyreense School en het Epicurisme. De bekendste was de Stoa. Het eerste deel van deze vijfdelige reeks was hier.]

Wat de natuur betreft herkende Zenon zich meer in het standpunt van de tweehonderd jaar eerder levende filosoof Herakleitos, dan in dat van de cynici. Van Herakleitos leent Zenon het idee dat onze wereld continu verandert en zich laat leiden door natuurwetten. Deze natuurwetten vormen de ware aard van de natuur.

En hier sluit Zenon zich bij aan. Maar Herakleitos dacht in tegenstellingen, die beschouwde hij als de moeder van alle verschijnselen. Zenon heeft (geheel in lijn met de hellenistische tijd, waarin de natuurwetenschappen een hoge vlucht namen) een natuurwetenschappelijke manier van kijken, en verwerkt deze in zijn versie van de filosofie van Herakleitos. Hij ziet in plaats van tegenstellingen oorzaak-gevolg-relaties als de kracht achter verandering.

Lees verder “De vroege Stoa (2): De Natuur”

De boeken uit Nag Hammadi

Gnostische hanger uit Byblos; afgebeeld is de leeuwenkop-slang Yaldabaoth, de kwade demiurg die zielen opsloot in de materie (Nationaal museum, Beiroet).

Egypte is een “geschenk van de Nijl” maar dat wil niet zeggen dat het leven van de Egyptische landsman genoeglijk heen rolt. Wat de grote stroom ook brengt, geen zout, terwijl dat wel nuttig is. Zo kwam het dat op een ochtend in december 1945 twee boeren uit het Midden-Egyptische stadje Nag Hammadi, Mohammed en Khalifa Ali, op weg gingen naar de hellingen van de berg Jabal al-Tarif.

Tijdens hun rit bespraken ze de dood van hun vader, in de zomer. Hij had irrigatiewerken bewaakt bij de stad Nag Hammadi en op een nacht een stroper doodgeschoten, maar was daarna zelf vermoord. De familie wist niet wie dat gedaan kon hebben, en omdat ook de politie weinig kon doen, had ze het gevoel dat de plicht tot bloedwraak nog op haar rustte.

Lees verder “De boeken uit Nag Hammadi”

Aristoteles (8): De vormen

Plato en Aristoteles op Rafaëls fresco van De School van Athene (detail)

[Aristoteles staat bekend als wetenschapper, als arts en vooral als filosoof. Zijn invloed op de wijsbegeerte is enorm geweest. In deze reeks bekijken we hem in enig detail. Het eerste deel was hier.]

Tijdens onze bespreking van Aristoteleslogica en wetenschap zagen we al dat hij botste met zijn leermeester Plato over wat we beter kunnen vertrouwen: het denken of de waarneming. Waar Plato op het denken gericht was, vertrouwde Aristoteles meer op de waarneming. Op de beroemde fresco De school van Athene van de Italiaanse renaissanceschilder Rafaël, staan de filosofen naast elkaar afgebeeld: Plato wijzend naar de hemel en Aristoteles gebarend richting aarde.

Toch staan deze twee niet diametraal tegenover elkaar, althans niet in hun kennisleer. Allebei waren ze in navolging van Parmenides op zoek naar de essentie van de zaken.

Lees verder “Aristoteles (8): De vormen”

Aristoteles (7): Materie en geest

Aristoteles (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Aristoteles staat bekend als wetenschapper, arts en filosoof. Zijn invloed op de wijsbegeerte is enorm geweest. In deze reeks bekijken we hem in enig detail. Het eerste deel was hier.]

Bij Plato en bij zijn voorganger Anaxagoras kwamen we voor het eerst het dualisme tegen, de opvatting dat lichaam en geest fundamenteel andere fenomenen zijn. Dualisme gaat vaak samen met opvattingen over een ziel die voortleeft na de dood, zoals bij Empedokles, Pythagoras en, opnieuw, bij Plato. Het denkbeeld kwam ook voor in de Griekse mythologie. Het was dus bepaald niet zeldzaam.

Monisme

Dualisme staat tegenover het monisme. Dat gaat ervan uit dat lichaam en geest hetzelfde zijn. Monisme is tegenwoordig erg in zwang. Veel mensen menen dat uiteindelijk alles te herleiden is naar materiële oorzaken: botsingen tussen atomen, moleculen, verhitting, verkoeling, magnetisme et cetera. De filosoof Thales was een vroege monist. Volgens hem viel alles te herleiden tot water.

Lees verder “Aristoteles (7): Materie en geest”

De eerste filosofen (10): De atoomtheorie

Zogenaamd portret van Demokritos, grondlegger van de atoomtheorie (Capitolijnse Musea, Rome)

[Omdat ik het in april redelijk druk heb, geef ik het woord aan Kees Alders, webdesigner en tevens auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid. Vandaag gaan we verder met zijn reeks over de eerste filosofen, de zogenaamde voorsocratici. Het eerste deel was hier.]

De deeltjes van Leukippos en Demokritos

Leukippos leefde in Thracië, het Griekse gebied ten noorden van de Egeïsche Zee. Volgens deze filosoof bestaat alles wat is uit heel kleine, ondeelbare elementen, die hij atomen noemde. Daarbij stelde hij dat alles een kenbare natuurlijke oorzaak heeft. Er zijn geen goden, en er is geen hogere wil of kracht die bepaalt wat er gebeurt. En dus ook geen Nous.

Zijn leerling Demokritos, afkomstig uit dezelfde regio, werkte deze theorie verder uit. De atomen zijn volgens hem ondeelbaar, maar verschillen wel van vorm en eigenschap. Atomen bewegen zich door het niets, het liefst in een rechte lijn, en zonder doel.

Lees verder “De eerste filosofen (10): De atoomtheorie”