De opgraving van Alesia

De melding van de eerste vondsten uit Alesia (klik=groot)

De opgraving van Alesia is terecht beroemd, en om de juiste reden: de plek staat symbool voor de Romeinse onderwerping van Gallië. In zijn Aantekeningen bij de Gallische Oorlog presenteert Julius Caesar de belegering en de gevechten als beslissend, en hoewel daar kanttekeningen bij zijn te plaatsen, is begrijpelijk dat voor de Fransen Alesia een echte lieu de mémoire is geworden. Maar er is nog een andere reden waarom Alesia zo’n belangrijke site is: hier is de militaire experimentele archeologie ontstaan, de hedendaagse nabootsing van antieke technieken om de opgegraven militaire objecten beter te begrijpen.

De ontdekking van Alesia

De opgravingen begonnen in 1860 toen bij drainagewerkzaamheden een Keltisch wapendepot werd aangetroffen. Zie de afbeelding hierboven. Het depot dateerde uit de vroege Hallstatt-periode, acht eeuwen te vroeg, maar het was duidelijk dat Alise-Sainte-Reine, zoals de plaats heet, waarschijnlijk de plek was waar Caesar legionairs de Gallische soldaten van Vercingetorix hadden verslagen.

Al snel maakte keizer Napoleon III de gelden vrij voor grootschalig onderzoek. Zijn belangstelling voor de Oudheid was al ouder. Sinds zijn staatsgreep was hij al bezig met een Histoire de Jules César, waarin hij, naar de inzichten van die tijd, probeerde te doorgronden hoe zo’n “grote man” te werk was gegaan en hoe hij de wereld naar zijn hand had kunnen zetten. Wie grote mannen als Caesar, Karel de Grote en Napoleon I begreep, mocht hopen in enkele jaren tijd iets dergelijks te doen. Toen de melding uit Alesia kwam, had hij al een team van historici verzameld en was er al een Commission de la Topographie des Gaules. Weliswaar noemde de melding vondsten,  die wij inmiddels te oud vinden, maar de keizer was verrukt en maakte dus fondsen vrij.

In 1861 begon het onderzoek, dat stond onder leiding van Eugène Stoffel (1821-1907). In vijf jaar tijd werd met allerlei opgravingen het tracé van de dubbele rij palissades in kaart gebracht. Ook de door Caesar in zijn Gallische Oorlog genoemde forten, grachten en greppels, de “grafzerken” en de “lelies” werden gevonden. De laatsten waren vergelijkbaar met onze kraaienpoten: metalen stekels die het moeilijk maakten voor een aanvaller om vooruit te komen, omdat hij die scherpe punten moest ontwijken. Het heeft me altijd verbaasd – en verbaast me nog altijd – dat die er na ruim negentien eeuwen nog steeds lagen. De boeren van Romeins Alesia moeten er last van gehad hebben, maar moeten ook een waardevolle bron van metaal hebben gekend. In elk geval: de topografie van Caesars verslag bleek tot in de puntjes te kloppen.

Maar ook: het werd duidelijk dat de Galliërs geen halfnaakte barbaren waren à la Stervende Galliër, maar goed bewapende en bepantserde soldaten. Een gevonden helm kon evengoed door een Romein als een Galliër zijn gedragen.

Katapultkogels uit Alesia (Musée d’Archéologie nationale, Saint-Germain-en-Laye)

Experimentele archeologie

Nu het slagveld zo precies bekend was, en nu katapultpijlen en kogels gevonden waren, beschikten oudheidkundigen over data waarop ze hun reconstructies konden baseren. Dat was al eerder geprobeerd: al sinds de Renaissance bouwde men de belegeringsmachines na die in de antieke bronnen staan beschreven. Eén probleem was dat men de onderdelen niet kende; een ander was dat men niet wist wat ze in de praktijk vermochten. Nu oudheidkundigen onderdelen bezaten en wisten op welke afstand van de Gallische stad Alesia het Romeinse geschut stond opgesteld, was meer informatie bekend dan ooit.

De opdracht om de belegeringsinstrumenten te reconstrueren, ging naar Jean-Baptiste Verchère de Reffye, die al eerder furore had gemaakt door een machinegeweer uit te vinden. Evident iemand met verstand van geschut. In Alesia maakte hij dus verschillende reconstructies van de antieke balista, om te kijken welk model in staat was doelen te treffen op de in Alesia geconstateerde afstanden. De experimenten werden gedaan in de tuinen van het kasteel te Saint-Germain-en-Laye, waar nu de Franse nationale archeologische collectie wordt geëxposeerd, inclusief de vondsten uit Alesia.

Helm uit Alesia (Musée d’Archéologie nationale, Saint-Germain-en-Laye)

Ik heb die negentiende-eeuwse reconstructies daar gezien. Ze stonden ietwat achteraf. Ze kloppen namelijk niet. In de twintigste eeuw is bijvoorbeeld ontdekt dat de torsie niet kwam van opgewikkelde touwen, maar van runderspieren. Ook zijn er inmiddels veel meer onderdelen opgegraven. We hebben nu dus nog meer data, maar de reconstructies van Alesia waren de eerste die waren gebaseerd op teksten én archeologische gegevens. Dat was een goed idee – en het helpt natuurlijk als er een keizer achter je staat die nieuwe ideeën wil financieren.

Deel dit:

8 gedachtes over “De opgraving van Alesia

  1. Karel van Nimwegen

    De tijdcategorie is hier echt een meerwaarde. Alesia naast Multatuli, een stukje Ottomaanse geschiedenis en de negentiende-eeuwse zoo van Antwerpen: alles mooi bij elkaar.

    1. Frans Buijs

      Maar krijgt iedereen wel hetzelfde te zien? Toen ik erop klikte zag ik direct onder dit stukje mijn eigen verhaal over dr. Yersin en iets over Druzen en Maronieten in Libanon, een onderwerp waarover Jona en ik een tijd geleden een paar appjes hebben gewisseld. Ik zie niks over Multatuli of die andere onderwerpen die je noemt.
      Dus wat voor algoritme is hier aan het werk?

  2. Patrick Desmarets

    “een Keltisch wapendepot werd aangetroffen. Zie de afbeelding hierboven” – Zou het kunnen dat deze afbeelding ontbreekt?

  3. Dirk Zwysen

    Frans chauvinisme natuurlijk, want de grootste nederlaag die Caesars troepen in Gallië leden was nabij Atuatuca. Terecht kunnen de Belgen het niet over hun kant laten gaan dat enkele opdondertjes uit Armorica hun status als fortissimi omnium Gallorum in twijfel trekken.
    Een mooi geïllustreerd boek over Alesia is dat van Michel Reddé: Alésia. L’archéologie face à l’imaginaire.

Reacties zijn gesloten.