Oude talen, modern nationalisme

Deze stele uit Nevsha in Bulgarije documenteert de Indo-Europese migraties (Archeologisch Museum van Varna)

Alvorens verder te gaan met deze reeks over de eerste resultaten van het oudheidkundige DNA-onderzoek, eerst een herinnering aan mijn eerste jaar aan de universiteit. Het leek wel alsof de stof altijd ophield op het moment dat ze interessant werd. Ik heb mijn handboek oude geschiedenis, Een kennismaking met de oude wereld van de Blois en Van der Spek, er nog even op nageslagen, en daar stond het inderdaad weer: de auteurs gebruikten woorden als “Indo-Europees” en “Semitisch”

omdat het nu eenmaal gewoonte is volken in te delen en te benoemen op grond van hun taal. De Semitische talen vertonen onderling een sterke verwantschap en hetzelfde geldt voor de verschillende onderafdelingen van de Indo-Europese taalfamilie. … De termen Semitisch en Indo-Europees hebben weinig te maken met ras of natie.

En dat was dat. Terwijl “het is nu eenmaal zo” toch echt het moment is waarop een wetenschapper sceptisch wordt. De eerdere wetenschappers hebben immers een reden gehad volken in te delen op grond van hun taal. Dat kan een goede of een slechte reden zijn geweest, maar een wetenschapper wil weten of die klopt vóór hij dat overneemt. Wie “het is nu eenmaal zo” schrijft, hoort – ietwat gechargeerd gezegd – niet thuis aan een universiteit.

Die eerdere wetenschappers hadden inderdaad een reden. De simpele vraag is immers wat die overeenkomsten verklaart. We hebben in West-Europa altijd geweten dat het Nederlands, Fries, Duits en Engels teruggaan op het Germaans en dat het Frans, Spaans, Portugees, Italiaans en Roemeens teruggaan op het Latijn. In de late achttiende eeuw ontdekte men dat de Germaanse en Romaanse talen op hun beurt weer verwant zijn met de Keltische talen, het Grieks, het Perzisch en het Indisch. Deze Indo-Europese taalfamilie heeft nog meer leden, maar het moge duidelijk zijn dat de overeenkomsten tussen diverse talen, verspreid over zo’n grote afstand, om een verklaring schreeuwt. Elke lezer van Een kennismaking met de oude wereld zal teleurgesteld zijn geweest dat de auteurs die kwestie afdeden met de opmerking dat de verklaring niets met ras of natie had te maken.

De negentiende-eeuwse wetenschappers zagen hoe mensen talen overnamen. Amerika was Engelssprekend geworden door migratie. In Frankrijk waren de regionale talen gemarginaliseerd door de nadruk die de overheid legde op het Frans als eenheidstaal. Op de Balkan groeiden overeenkomsten tussen talen die naast elkaar lagen. Zonder ver te hoeven zoeken hadden de negentiende-eeuwse taalkundigen dus al drie verklaringen waarmee talen werden overgenomen: migratie, een dominante elite en kruisbestuiving. De eerste heeft alleen met ras en natie te maken als je naties taalkundig definieert, de tweede lijkt alleen met ras en natie te maken als je de staat beschouwt als een vorm waarin een natie zich uitdrukt, en de derde heeft geheel niets te maken met ras en natie.

In de vroege twintigste eeuw is die associatie desondanks toch ontstaan. Volken werden in toenemende mate gedefinieerd als de sprekers van één taal en van de verschillende verklaringen voor taalverandering werd migratie beschouwd als de belangrijkste. Eén volk was één taal en dat volk was gevormd door een migratie naar een bepaald gebied, waar het één staat behoorde te zijn. Pluriforme staten als de Donaumonarchie, Rusland en het Ottomaanse Rijk hebben dit ideeëngoed niet overleefd en Jules Destrée meende dat er in België geen Belgen waren maar alleen Walen en Vlamingen.

Door de gelijkstelling van volk, taal, gedeeld migratieverleden en staat raakte de bestudering van de Indo-Europese en Semitische taalfamilies vervlochten met de nationalistische politiek. Terwijl dat op zich niet hoefde. De overeenkomsten en de verschillen tussen de diverse Indo-Europese en de diverse Semitische talen werden verklaard vanuit het feit dat de sprekers op verschillende momenten vanuit een hypothetisch oer-land waren vertrokken, wat de op zich neutrale vraag opriep waar dat oer-land had gelegen. Al snel werd echter ook die vraag gepolitiseerd.

Men zocht naar het Indo-Europese thuisland via de gedeelde woordenschat. Als alle Indo-Europese talen dezelfde woorden hadden voor pakweg koeien, honden en paarden, moesten die dieren in het oer-land zijn voorgekomen. Een thuisland waar ook sneeuw lag, rivieren stroomden en bepaalde gewassen voorkwamen. En tot slot: een gebied waar mensen ploegden en wagens kenden, want de woorden voor wiel en dissel komen in veel Indo-Europese talen overeen. Deze laatste constatering maakte de hypothese van een Indo-Europees thuisland archeologisch toetsbaar en het waren niet de geringste onderzoekers die dachten aan de Noordduitse laagvlakte.

Die identificatie klopt niet, zoals we nog zullen zien, maar mijn punt is vandaag een ander. De nationaalsocialisten eigenden zich deze conclusie toe. De oerbewoners van Duitsland, proto-Germanen, waren de nobelste wilden aller tijden geweest. Vanuit hun Urheimat op de Noordduitse laagvlakte waren ze naar alle windstreken gemigreerd en weliswaar was de aankomst van dit noordelijke volk overal gepaard gegaan met verwoestingen, het volk had ook overal cultuur gebracht omdat het iets oorspronkelijks, iets authentieks had behouden en dus een “open mind” had meegebracht.

De associatie met het Derde Rijk heeft het vakgebied na de Tweede Wereldoorlog geen goed gedaan. Vandaar dat De Blois en Van der Spek hun vingers er niet aan wilden branden. Maar zoals gezegd: voor elke lezer van Een kennismaking met de oude wereld moet het teleurstellend zijn geweest dat er geen antwoord kwam op de vraag waarom de Indo-Europese en Semitische talen zoveel op elkaar leken.

[Morgen meer en u voelt de DNA-oplossing al aankomen.]

9 gedachtes over “Oude talen, modern nationalisme

  1. mnb0

    Tja, het blijft een lastig onderwerp. Neem jezelf nou. Je draagt nog wel eens, met alleen maar goede bedoelingen, het vooruitgangsdenken uit. Racisten zijn er als de kippen bij vooruitgang aan huidskleur te koppelen, winkelen enthousiast in de oudheidkunde om een correlatie aan te wijzen en voor tot drie geteld hebt citeren ze jou om hun racisme te propageren.
    Uiteraard krijg je onmiddellijk te maken met de Evolutietheorie als je praat over DNA onderzoek en migratiestromen. Het samengaan van Evolutietheorie en vooruitgangsdenken heeft ook al tot allerlei onzalige, gepolitiseerde opvattingen geleid. Kijk dus maar een beetje uit.

  2. Peter J.I.

    Op de vraag waarom de Indo-Europese en de Semitische talen zoveel op elkaar leken, hoefden
    De Blois en Van der Spek geen antwoord te geven, omdat ze ervan uitgingen/mochten gaan, dat hun doelgroep (die van eerstejaars geschiedenis) dat paraat had (vandaar m.i. de bijna terloopse
    zinspeling erop). Stevig bestanddeel immers van het vak Nederlands in het derde leerjaar van het h.a.v.o. en het v.w.o. was een reeks lessen over taalgeschiedenis. Ik herinner me dat ook daarom zo goed, omdat ik zulke lessen zelf gegeven heb: vanuit de proto-Indo-Europese steppen in het
    zuiden van Rusland via het Gotische ‘Onze Vader’ uit Moesië (dat ik voluit op het bord schreef met toen nog een krijtje…) naar het Oud-Westvlaamse/Oud-Westnederfranksiche ‘Hebban olla vogala’ in de Bodleian Library en zo voort en zo verder, tot en met dus het Nengels van vandaag.
    Ook daarom vind ik je onaardige opmerking (waarvoor opnieuw m.i. geen echte reden is) aan het
    adres van beide auteurs niet ter zake.

      1. Dirk

        Mijn leerlingen in het 5de leerjaar krijgen ze. Eén van de onderwerpen waarmee ze hun meester kunnen afleiden van de les die gepland stond, en dat weten ze…
        Mijn grote frustratie is het extra vak Gotisch aan de universiteit Antwerpen, dat ik in het eerste jaar niet mocht volgen omdat eerstejaars niet voldoende taalkundige achtergrond hadden (ik vond dat ik die na de Latijn-Griekse wel had, maar de prof wou niet mee) en dat het jaar daarop werd geschrapt wegens te weinig interesse. Van die eerste les heb ik wel dat Onze Vader onthouden.

  3. Rutgerius44

    De Nazis zaten er natuurlijk volkomen naast wat betreft hun Arische en Germaanse mythes. Daar is het meest verschrikkelijk kwaad uit voortgekomen. Hetzelfde wat hun rassentheories betreft (volledig onwetenschappelijk, totale onzin). De Duitser die deze rassentheorie opstelde was Alfred Rosenberg (hierover schreef David Yalow, de Amerikaanse psychiater, een heel interessant boek (Yalom, Irvin.D.: Het Raadsel Spinoza. Roman. ISBN 9789460038945). Aanvankelijk werd gedacht dat Herder, de grote filosoof en dichter aan de oorsprong lag van de idee van de natiestaat en werd hij naar later bleek ten onrechte door de nazis ingelijfd. Idem voor Nietzsche en Wagner, deze laatste wel terecht want hij was een fervente anti-semiet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s