Stil lezen in de Oudheid (1)

Voorbeeld van een lastig te lezen tekst (Neues Museum, Berlijn)

Het was vooral de Duitse classicus Eduard Norden (1868-1941) die in zijn boek Die antike Kunstprosa (1898) de beroemde passage onder de aandacht bracht, waarin Augustinus bisschop Ambrosius in gezelschap stil zag lezen:

Als hij las, gingen zijn ogen over de bladzijden en zijn hart zocht de betekenis, maar zijn stem en zijn tong rustten. Vaak als we er bij waren – want iedereen kon zo maar binnenlopen en het was ook niet de gewoonte je eerst aan te melden – zagen wij hem zo in stilte zitten. En nadat wij dan ook in langdurig stilzwijgen gezeten hadden (wie zou het gewaagd hebben hem in zijn concentratie te storen?) vertrokken we weer.

We vermoedden dat hij in die korte ogenblikken die hij had om zijn geest op te frissen, vrij van de drukte van andermans zaken, zich niet met iets anders wilde bezighouden; en misschien wilde hij ook voorkomen, dat, als iemand vol gespannen aandacht toeluisterde, hij genoodzaakt zou zijn, onduidelijke gedeelten uit de tekst die hij hardop las, uit te gaan leggen. Of dat hij een uiteenzetting moest gaan geven van een of ander probleem waardoor hij minder boeken kon lezen dan hij wilde. Misschien wilde hij trouwens ook wel zijn stem sparen: hij werd nogal gauw hees.noot Belijdenissen 8.12.29.

Voor Norden was het duidelijk: als het stil lezen van Ambrosius door Augustinus zo bijzonder werd gevonden, dan was hardop lezen in de Oudheid de norm.

Scriptio continua

De invloed van Norden was groot en langdurig. En daar kwam nog iets bij. Dertig jaar later sloot de Hongaar József Balogh (1893-1944) zich niet alleen aan bij Nordens opvatting, hij leverde nog meer voorbeelden uit de antieke literatuur waaruit volgens hem bleek dat stil lezen in de Oudheid als een uitzondering werd gezien: men las, op een enkele uitzondering na, hardop.

Bovendien leverde Balogh een nieuw argument voor Nordens hypothese: de scriptio continua. In de Oudheid schreef men zonder hoofdletters, spaties en interpunctie. Daarin lag, aldus Balogh, de verklaring voor het hardop lezen: het was eenvoudigweg noodzaak. De antieke lezer werd bij zijn interpretatieve taak geconfronteerd met een ongeordende brij van letters, en door hardop te lezen maakte hij die taak gemakkelijker omdat hij nu ook zijn oren inschakelde. Op een doodenkele uitzondering na was iedere antieke lezer dus wel gedwongen hardop te lezen.

Nordens opvatting bleef bijna een eeuw leidend. Tegengeluiden (pun intended) waren er wel, maar werden niet echt gehoord. Bijvoorbeeld artikelen die Nordens opvatting bestreden, door bijvoorbeeld te verwijzen naar talrijke passages in de antieke literatuur waarin stil lezen helemaal niet als iets bijzonders werd beschreven maar als een vanzelfsprekend fenomeen. Of artikelen die de voorbeelden die Balogh in het spel had gebracht helemaal niet zo eenduidig interpreteerden als Balogh beweerde: vaak kon je zo ook anders opvatten, en dan ondermijnden ze soms eerder Nordens hypothese dan dat ze die ondersteunden. Maar veel aandacht kregen die tegengeluiden niet.

Aleksandr Gavrilov

Het duurde tot 1997, toen de hypothese “stil lezen was in de Oudheid iets héél bijzonders” een flinke dreun kreeg. In dat jaar publiceert Aleksandr Gavrilov uit St. Petersburg zijn “Techniques of reading in classical antiquity”.noot Classical Quarterly, Vol. 47, May 1997, 56-73. Na een overzicht over de geschiedenis en invloed van Nordens hypothese volgt de paragraaf “The Evidence of Modern Psychology”. Gavrilov wijst op de drie stadia bij het leren lezen:

  1. hardop lezen;
  2. lezen zonder geluid te maken, maar met de lip-, tong- en keelbewegingen die horen bij hardop lezen;
  3. stil lezen.

Deze laatste fase heeft als groot voordeel dat je sneller kunt lezen dan in de voorafgaande fasen; en snel lezen blijkt een positieve invloed te hebben op het begrip van de gelezen tekst. Gavrilov wees op onderzoek dat aantoonde dat je, om hardop te lezen, in staat moet zijn vooruit te kijken in de zin (en liefst in de paragraaf), en die verderop staande passage(s) dus alvast innerlijk verwerkt moet hebben. Hoe ervarener een lezer is, des te gemakkelijker gaat dat hem af. In tegenstelling tot Baloghs bewering dat de scriptio continua in de Oudheid hardop lezen tot een noodzaak had gemaakt, stelde Gavrilov dat het hardop lezen van diezelfde scriptio continua juist eerst het stil lezen van ieder fragment van diezelfde tekst vereiste.

En andersom: onderzoek had eveneens uitgewezen, dat een bepaalde mate van de lip-, en/of tong-, en/of keelbewegingen die horen bij hardop lezen, ook aanwezig zijn bij iemand die stil leest. De mate van die aanwezigheid hangt af van de lezer, met name van hoe moeilijk die de tekst vindt.

Complementaire facetten van het lezen

Waar Norden en Balogh er nog zonder meer van uitgegaan waren dat hardop lezen en stil lezen elkaars tegengestelde waren, stelde Gavrilov nu dat beide vormen zich slechts bedienden van onderling complementaire facetten van het leesproces. Gemakkelijker gezegd: Wie hardop leest, leest ook stil. Wie stil leest, lees ook hardop. Het verschil is niet absoluut, maar gradueel.

Gavrilov, wat uitdagend:

Als de antieke mens die kon lezen niet automatisch ook stil ging lezen en dat dan regelmatig deed, dan confronteert hij ons met een wel buitengewoon uitzonderlijk antropologisch fenomeen. Als men in de Oudheid niet, of slechts zelden stil las, leed men daar kennelijk aan een ernstige psychische handicap.

Waar in de Oudheid de meeste mensen geen leesonderwijs hadden genoten, mogen we verwachten daar behalve volkomen analfabetisme ook een grote variatie aan leesniveaus aan te treffen. De bovengenoemde drie stadia die het leren lezen kenmerken, zijn ongetwijfeld niet door alle lezers volledig doorlopen. Dat betekent dat er relatief veel lezers waren die alleen maar hardop konden lezen. Maar ook mensen die prima stil konden lezen, en dat ook deden. En ik zou me kunnen voorstellen dat de grootste groep lezers daar zo’n beetje tussenin zat: de meemummelaars van groep 2.

[Een gastbijdrage van Gert Knepper; wordt vervolgd. Dank je wel Gert!]

Deel dit:

4 gedachtes over “Stil lezen in de Oudheid (1)

  1. Han Borg

    Gavrilov zou best eens gelijk kunnen hebben: hier volgt een voorbeeld uit de praktijk. Sinds lange tijd werk ik in opnamestudio’s als ‘inspreker’ van teksten uit – met name – schoolboeken voor het VO. Dat laatste vooral voor leerlingen met dyslexie.
    Lange teksten, o.a. uit ‘young adult literature’ bij methodes Nederlands, worden door mij als volgt ingesproken. De tekst verschijnt voor mijn neus (meestal op een iPad), en ik begin gewoon te lezen, zonder ook maar enige voorbereiding. Kennelijk ben ik in staat om (ver) vooruit te lezen, de voetangels en de klemmen in de tekst al ver van tevoren te herkennen, accenten alvast te kunnen plaatsen, zinnen melodie te geven.
    Heel zelden gaat dat mis: sommige ‘lappen tekst’ van 400 woorden of meer staan er in één keer op, en correcties zijn nauwelijks of niet nodig. Kennelijk werkt het zo dat het tekst- en woordbeeld zich tijdens het hardop voorlezen al vooruit nestelt in je hoofd. Ik blijf het wonderlijk vinden, ook omdat ik deze teksten ná het inspreken ook meestal compleet vergeet.

  2. Dirk Zwysen

    Scriptio continua zal ook niet absoluut geweest zijn. Suetonius merkt op over Augustus (87,3) dat hij zijn woorden niet scheidt. Bovendien vindt Suetonius dit niet de standaard, maar juist opvallend:

    Notavi et in chirographo eius illa praecipue: non dividit verba…

    1. Gert M. Knepper

      Precies. Denk ook aan die talloze inscripties waar de woorden keurig van elkaar gescheiden zijn.

  3. Jos Houtsma

    Ik vraag me af of de passage bij Augustinus wel goed is geïnterpreteerd.
    Er is natuurlijk een verschil tussen lezen en voorlezen. Augustinus vertelt dat Ambrosius zat te lezen in aanwezigheid van bezoekers. Kennelijk werd er onder die omstandigheden verwacht dat de bisschop uit zijn tekst zou voorlezen en over wat hij voorlas zou uitweiden.
    Wat Augustinus verraste was niet zozeer dat Ambrosius stil las, maar dat hij dat deed in aanwezigheid van bezoekers.

Reacties zijn gesloten.