Antieke woorden voor “lezen”

Een Romein zit te lezen (Landesmuseum, Trier)

Onlangs verscheen op deze plek een stukje over het al dan niet stil lezen in de Oudheid. Ik legde daarin uit dat de negentiende-eeuwse theorie dat men in de Oudheid vrijwel uitsluitend hardop las, inmiddels is verlaten: we weten inmiddels dat er wel degelijk ook stil werd gelezen – al moest je die vaardigheid dan natuurlijk wel beheersen. De voordelen van stil lezen zijn, en dat besefte men in de Oudheid ook, dat het sneller gaat en je je beter op de tekst kunt concentreren. De Griekse astronoom Claudius Ptolemaeus (87 – na 150 n.C.) schrijft bijvoorbeeld:

Als we ons bij het lezen moeten concentreren, lezen we in stilte. (Judic. 5.2)

Lees verder “Antieke woorden voor “lezen””

Stil lezen in de Oudheid (2)

Augustinus, lezend (Lateraan, Rome)

[tweede deel van een gastbijdrage van Gert Knepper over het antieke in stilte lezen; het eerste deel was hier.]

Maar hoe verklaart Aleksandr Gavrilov dan die fameuze passage bij Augustinus, sinds Eduard Norden het pièce de résistance van iedere voorstander van de opvatting dat in de Oudheid stil lezen héél zeldzaam was? Gavrilov wijst erop, dat Augustinus nergens met zoveel woorden beweert dat het stil lezen van Ambrosius an sich iets heel ongebruikelijks was. Augustinus tracht vervolgens dan ook niet zozeer Ambrosius leeswijze te verklaren als wel te rechtvaardigen, want waarom haalt die het in z’n hoofd een boek te lezen zonder dat zijn aanwezige volgelingen dat konden horen? Het gaat Augustinus niet om het vermelden van een uniek fenomeen, maar van een onbegrijpelijke manier van doen: Ambrosius hield wat hij las voor zichzelf, in plaats van het te delen met zijn leerlingen.

Gewoon in stilte lezen

Verderop in de Confessionesnoot Belijdenissen 6.3.3. beschrijft Augustinus hoe hij zelf aan het lezen is in silentio, in stilte. Ook daar gaat het hem er niet om zichzelf neer te zetten als iemand met een zeldzame vaardigheid (hij gaat daar verder helemaal niet op in) maar om duidelijk te maken dat zijn eveneens aanwezige vriend Alypius niet hoorde wat Augustinus las.

Lees verder “Stil lezen in de Oudheid (2)”

Stil lezen in de Oudheid (1)

Voorbeeld van een lastig te lezen tekst (Neues Museum, Berlijn)

Het was vooral de Duitse classicus Eduard Norden (1868-1941) die in zijn boek Die antike Kunstprosa (1898) de beroemde passage onder de aandacht bracht, waarin Augustinus bisschop Ambrosius in gezelschap stil zag lezen:

Als hij las, gingen zijn ogen over de bladzijden en zijn hart zocht de betekenis, maar zijn stem en zijn tong rustten. Vaak als we er bij waren – want iedereen kon zo maar binnenlopen en het was ook niet de gewoonte je eerst aan te melden – zagen wij hem zo in stilte zitten. En nadat wij dan ook in langdurig stilzwijgen gezeten hadden (wie zou het gewaagd hebben hem in zijn concentratie te storen?) vertrokken we weer.

We vermoedden dat hij in die korte ogenblikken die hij had om zijn geest op te frissen, vrij van de drukte van andermans zaken, zich niet met iets anders wilde bezighouden; en misschien wilde hij ook voorkomen, dat, als iemand vol gespannen aandacht toeluisterde, hij genoodzaakt zou zijn, onduidelijke gedeelten uit de tekst die hij hardop las, uit te gaan leggen. Of dat hij een uiteenzetting moest gaan geven van een of ander probleem waardoor hij minder boeken kon lezen dan hij wilde. Misschien wilde hij trouwens ook wel zijn stem sparen: hij werd nogal gauw hees.noot Belijdenissen 8.12.29.

Lees verder “Stil lezen in de Oudheid (1)”

Lezen in de Oudheid

Een jongen probeert te lezen; in zijn hand heeft hij een aanwijsstokje (Bank van Cyprus)

Bij de boeken die ik momenteel aan het lezen ben, behoort ook De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers van Klaas Smelik. Een prima boek, maar u hoeft niet naar de boekhandel te rennen om het te gaan kopen, want het verschijnt rond 17 juni; de auteur was zo vriendelijk me een PDF te sturen. Smelik is overigens ook de auteur van een boek over de Protocollen van de Wijzen van Zion, waarover ik al eerder blogde.

Hardop lezen

In De gereedschapskist legt Smelik de verhaaltechnieken uit van de auteurs van de Hebreeuwse Bijbel, met parallellen uit latere literatuur en dus ook het Nieuwe Testament. Zorgvuldige lezer die hij is, attendeert hij op een detail uit de Handelingen van de apostelen waar ik altijd overheen heb gelezen.

Lees verder “Lezen in de Oudheid”

Het boek van de toekomst

[Vandaag verschijnt Topstukken uit de collectie van het Privaat Leesmuseum, waarin vijftig mensen uitleggen waarom lezen zo leuk en belangrijk voor ze is. De opbrengst van deze door Ewoud Sanders samengestelde catalogus van het kleine Haarlemse museum met leesbeeldjes is voor Biblionef, een stichting die als doel heeft kinderen wereldwijd leesplezier bij te brengen. Hieronder vindt u mijn bijdrage. Voor die van Frits Abrahams, Maarten ’t Hart, Marita Mathijsen, Erik van Muiswinkel, Marc van Oostendorp, René van Stipriaan en nog drieënveertig anderen zult u naar de boekhandel moeten.]

Ik lees niet meer zoals ik las. Ooit had ik altijd een boek bij me. Vooral die kleine Reclam-boekjes waren handig. Ze pasten precies in je broekzak en je had dus altijd wat te lezen, ook als je bij de kassa in de rij stond, als je in een wachtkamer zat of als je een treinreis maakte. Een mens wacht wat af in zijn leven, maar lezen helpt de zinloosheid van het bestaan binnen redelijke perken te houden.

Lees verder “Het boek van de toekomst”