
[tweede deel van een gastbijdrage van Gert Knepper over het antieke in stilte lezen; het eerste deel was hier.]
Maar hoe verklaart Aleksandr Gavrilov dan die fameuze passage bij Augustinus, sinds Eduard Norden het pièce de résistance van iedere voorstander van de opvatting dat in de Oudheid stil lezen héél zeldzaam was? Gavrilov wijst erop, dat Augustinus nergens met zoveel woorden beweert dat het stil lezen van Ambrosius an sich iets heel ongebruikelijks was. Augustinus tracht vervolgens dan ook niet zozeer Ambrosius leeswijze te verklaren als wel te rechtvaardigen, want waarom haalt die het in z’n hoofd een boek te lezen zonder dat zijn aanwezige volgelingen dat konden horen? Het gaat Augustinus niet om het vermelden van een uniek fenomeen, maar van een onbegrijpelijke manier van doen: Ambrosius hield wat hij las voor zichzelf, in plaats van het te delen met zijn leerlingen.
Gewoon in stilte lezen
Verderop in de Confessionesnoot beschrijft Augustinus hoe hij zelf aan het lezen is in silentio, in stilte. Ook daar gaat het hem er niet om zichzelf neer te zetten als iemand met een zeldzame vaardigheid (hij gaat daar verder helemaal niet op in) maar om duidelijk te maken dat zijn eveneens aanwezige vriend Alypius niet hoorde wat Augustinus las.
In beide passages wordt het stil lezen niet vermeld als iets heel bijzonders, maar als iets dat gewoon voorkwam. Terloops blijkt uit de Ambrosiuspassage ook nog eens dat Augustinus stil lezen beschouwde als iets dat geconcentreerder en sneller (kortom: praktischer) was dan hardop lezen.
Andere bewijsplaatsen
Gavrilov beëindigt zijn artikel met een lijst van teksten uit de Oudheid waar stil lezen wordt geïmpliceerd, én de tekstplaatsen die József Balogh had genoemd ter ondersteuning van zijn opvatting dat men in de Oudheid zo goed als altijd hardop las. Alle teksten die hij daar noemt kunnen ofwel ook anders opgevat of verklaard worden.
Tot slot noem ik de in deze onlangs in deze blog behandelde passage in Handelingen 8.26-30, waar Filippos de Ethiopische ambtenaar hardop de profeet Jesaja hoort lezen. Ja, het is inderdaad best mogelijk dat de auteur van Handelingen die ambtenaar hier schildert als behorend tot de grote groep beperkt leesvaardigen; Hebreeuws lezen moet voor een Ethiopiër een heidens karwei zijn geweest. Maar wat in dit verhaal óók een rol kan spelen is dat de joodse traditie vereiste dat heilige teksten hardop gelezen werden. Als u nu opmerkt dat een historische Ethiopische ambtenaar geen boodschap had aan de joodse traditie, heeft u natuurlijk groot gelijk. Maar in een fictief verhaal – en dat ís het verhaal over de Filippos en de ambtenaar uit Ethiopië – kan de notie “heilige joodse teksten worden hardop gelezen” wel degelijk meeklinken.
Kortom
Waar staan we nu? Gavrilov heeft de afgelopen decennia veel steun gekregen voor zijn opvatting. Misschien kunnen we het zo zeggen: Nordens hypothese dat men in Oudheid nooit of vrijwel nooit stil las, is bij gebrek aan bewijs niet meer te verdedigen is. Er zijn bovendien heel wat passages waaruit blijkt dat stil lezen niet als iets bijzonders werd beschouwd.
Wel zullen de meeste mensen doorgaans hardop hebben gelezen, met name doordat de leesvaardigheid niet optimaal was. In die zin kun je zeggen: hardop lezen was de gangbare manier van lezen. Maar stil lezen was niet zo ongewoon dat men ervan opkeek of er melding van maakte, en zeker degenen die om welke reden dan ook veel lazen zonder dat ze toehoorders hadden, zullen stil hebben gelezen.
[Een gastbijdrage van Gert Knepper; wordt vervolgd. Dank je wel Gert!]
Zelfde tijdvak
Eutropius (1): Ten oorlogseptember 22, 2019
Het Ware Kruis (1)september 14, 2025
Mont Vireuxseptember 23, 2022

“Hebreeuws lezen moet voor een Ethiopiër een heidens karwei zijn geweest. ”
Ook een ‘pun intended’? 🙂
Tijdens de behandeling van de opstand van Catalina werd Caesar een briefje in de handen geduwd. Cato de Jongere vermoedde vuil spel, Caesar werd verdacht van sympatie voor Catalina, en eiste dat Caesar het briefje openbaar maakte. Het betrof een date met Cato’s halfzuster Servillia…
Het moge evident zijn dat Caesar het briefje in eerste instantie niet hardop heeft uitgesproken.
En nu geheel iets anders: vanochtend stond dit op de voorpagina.
https://dvhn.nl/cultuur/Revolutionair-Gronings-onderzoek-wijst-uit-Dode-Zeerollen-bevatten-Bijbel-handschriften-uit-de-ontstaanstijd-46485123.html
Tamelijk spectaculair, lijkt me.
Helaas, mijn gratis artikelen zijn op
Kijk eens hier:
https://www.theguardian.com/science/2025/jun/04/many-of-dead-sea-scrolls-may-be-older-that-thought-experts-say
Is vanavond ook bij Nieuwsuur.
Zeer overtuigend verhaal. Zelf moest ik denken aan vroegmiddeleeuwse liturgische handschriften. Die bevatten steeds meer interpunctie, initialen, woordscheiding en rubricering, juist omdat die teksten voorgelezen dienden te worden door priesters die in toenemende mate het Latijn niet meer als moedertaal hadden. De theorie van “scriptio continua” als bewijs voor het hardop (voor)lezen van teksten kan nu wel de prullenbak in.
Àls het allemaal houdbaar is komt men met het Groningse onderzoek tot het boek Daniël en Prediker (Ecclesiastics), afgaande op de weergave in de Guardian. Die boeken zijn ‘laat.’
Dus niet terug tot de Babylonische ballingschap of eerder, voor de opwinding te groot wordt.
Er is toch sowieso nooit een reden geweest dat kleine briefjes en dergelijke niet ‘in stilte’ hebben kunnen worden gelezen. Zou je denken. Classici denken graag ‘moeilijk’?
“Er is toch sowieso nooit een reden geweest dat kleine briefjes en dergelijke niet ‘in stilte’ hebben kunnen worden gelezen.”
Dat is een prima samenvatting van wat ik wilde uitleggen. Er zijn geen goede argumenten voor Nordens hypothese dat men in de Oudheid slechts bij grote uitzondering in stilte las, terwijl er heel wat teksten zijn waarin stil lezen als iets vanzelfsprekends wordt beschreven. Of men hardop of in stilte las hing af van de vaardigheden van de lezer (in stilte lezen vereist meer leeservaring) en van de omstandigheden.
Nu hoop ik maar dat ik niet te ‘moeilijk’ denk; lees zo nodig het bovenstaande hardop.😉
Het was een ‘functionele grove generalisatie’, individuele classici hoeven zich er niets van aan te trekken.😉