Mont Vireux

Laat-Romeinse of Frankische muur

Toen collega Herman Clerinx, de auteur van een tof boek over de Romeinse aanwezigheid in de Lage Landen, hoorde dat ik voornemens was vorige maand te gaan fietsen in de Franse Maasvallei, attendeerde hij me op het Romeinse fort bij Vireux-Molhain. Dat ligt ruwweg halverwege Givet, het eerste stadje dat je in Frankrijk tegenkomt, en Fumay. Clerinx zei nog dat het lastig bereikbaar was.

Dat heb ik geweten.

De Mont Vireux, net als het dorpje vernoemd naar een Keltische riviergodin Viruwa, is een puist die ruim tachtig meter boven de Maas uitsteekt. Je moet een gigantisch eind omfietsen om de heuvel op te komen. Vertrouw daarbij niet op Google Maps, want daarop staan niet-bestaande paden aangegeven. De enige manier om er te komen is vanaf dit punt, dat voor een fietser bereikbaar is door een enorme slinger te maken die begint bij de Rue du 18 Juin 1940 en dan verder te gaan over de straat met de goede naam Derrière les roches. Vanaf het punt waar ik zojuist naar linkte, kun je alleen nog wandelen.

Het Gallische Keizerrijk

De oudste resteren dateren uit de tijd van het Gallische Keizerrijk. U moet hen plaatsen na het midden van de derde eeuw. Met voor het eerst in tijden een gevaarlijke vijand in het oosten (de Sassanieden), een gruwelijke epidemie, een niet eindigende reeks militaire coups, geldontwaarding, het einde van het Romeinse Klimaatoptimum en een geleidelijke ontstedelijking, was dit voor de Romeinen een moeilijke tijd.

In onze contreien braken in 258 de Franken tot in Catalonië door. Ze werden in het huidige Noord-Brabant verslagen door generaal Postumus, die onmiddellijk werd erkend als keizer van de Iberische, Gallische, Britse en de westelijke Donauprovincies. Hij stabiliseerde de regio en die bleef stabiel tot Aurelianus, destructor orbis, een einde maakte aan het Gallische Rijk, de troepen van het Gallische Rijk weghaalde voor een oorlog elders en zo de deur openzette voor nieuwe invallen van Franken en Alamannen.

Castrum

In deze jaren werd het fort gebouwd. Het castrum was ruwweg vierkant en voorzien van een houten palisade. Je zou haast denken: het was om te verhinderen dat de Franken wéér zouden doorbreken naar het eigenlijke Gallië en Catalonië. De vallei van de Maas was een belangrijke corridor en verdiende bescherming. Maar het kan ook zijn dat het een vluchtburcht was voor de bevolking van het dorpje aan de voet van de heuvel, dus het huidige Vireux en de nabijgelegen villa’s. Zeker is dat er ijzersmeden werkzaam zijn geweest.

Fragment van de muur, met spolia

Het fort bleef in gebruik. Het maakte deel uit van een netwerk van forten dat de Franse archeologen associëren met Diocletianus en Maximianus, en van het systeem van de diepteverdediging dat ten tijde van Constantijn de Grote bestond. Heuvelforten als dit waren toen zeker niet zeldzaam. Een verwoestingslaag wordt in 342 gedateerd en kan samenhangen met een Frankische inval waarop keizer Constans reageerde. Men herstelde het fort en het kwam aan het begin van de vijfde eeuw in handen van de Franken.

De Frankische machtsovername

Lees dat niet verkeerd. Rond 358 versloeg Julianus een groep Franken en Chamaven – lees hier hoe hij de laatste groep behandelde – en in plaats van de krijgsgevangenen te doden of naar Hamaland terug te sturen, vestigde hij ze op boerderijen. Die stonden leeg door de bevolkingsneergang die rond het midden van de derde eeuw had ingezet. De nieuwe boeren betaalden belasting en gingen ook dienst doen als soldaten. Het garnizoen op de Mont Vireux betrok zijn mannen voor minimaal een deel uit mensen die afstamden van Germanen. Afstammelingen van de Franken en Chamaven dus. Hun grafveld is even verderop gevonden.

Kapel met uitzicht

Toen het centrale gezag na 405 in een crisis verkeerde, bleven deze derde-generatie-migranten achter als vertegenwoordigers van een Romeins gezag dat niet terugkeerde. Zij zouden later de machtsbasis vormen van Frankische leiders als Chlodio, Merovech en Childerik. Ik noem ze Frankisch, maar je kunt ze ook Laat-Romeins noemen. Net als het garnizoen op het heuvelfort. Een christelijke kapel bewijst dat in elk geval de soldaten alhier de Romeinse religieuze mode volgden. Het is een van de aanwijzingen – voor het geval u die nog nodig mocht hebben – dat de Franken in de vijfde eeuw gekerstend waren en dat de legende over de doop van Clovis niet per se een historische kern heeft.

Kortom, een interessante plek, maar de resten stelden wat teleur. Althans, als je op de fiets naar boven komt bij een temperatuur van 34˚.

10 gedachtes over “Mont Vireux

  1. Zoals je weet, ligt dit in de achtertuin van mijn tweede woonst in Fumay, en ik kom er dus regelmatig, als we visite hebben die wel eens wat willen zien. Met dit stukje heb ik eindelijk nog wat meer achtergrondinformatie. Ter plekke zijn er wel info-borden die tonen wat de resten zouden kunnen geweest zijn, maar de context ontbreekt. Je eerste foto herkende ik eerst niet: zo droog is het er intussen dus!

    Vireux-Molhain en het aan de overkant gelegen Vireux-Wallerand liggen aan de monding van de Viroin in de Maas. De Viroin is een kronkelige rivier en zelf een samenvloeiing van de Eau Blanche en de Eau Noire die door en om Couvin stromen. De dorpjes gelegen langs de Viroin, zoals Nismes en Olloy zijn versmolten tot de gemeente Viroinval (vallei van de Viroin). Tussen Nismes en Olloy bevindt zich een kleine canyon, waar de wind vrolijk spel heeft gehad met de kalksteenrotsen, “Fondry des Chiens”.

    In Treignes, een merkwaardig dorp met maar liefst 4 musea, ligt een zeer goed bewaarde fundering van een Romeinse villa, de villa Bruyère. Ik hoop dat die nog aan bod komt.

  2. “Men herstelde het fort en het kwam aan het begin van de vijfde eeuw in handen van de Franken.”

    Ik zou ze niet ‘de Franken’ noemen want het was geen homogene groep. Romeinen hielden van verzamelbegrippen en de Fransen hebben dat later allemaal vrolijk op één hoop gegooid als was er toen al een volk van hun voorouders. Inderdaad, late Romeinen is een beter begrip, ook al omdat dat veel algemener is.

Reacties zijn gesloten.