Eutropius (1): Ten oorlog

Portret van een vierde-eeuwse Romein (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Terwijl u dit op zondag leest, ben ik op weg naar Schiphol, omdat ik in Beiroet moet zijn voor mijn werk. Omdat ik daar vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van het Breviarium ofwel Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. (Wie annotatie van deze tekst verlangt, mag het boek kopen.)

Er was geen kunstmest in het Romeinse Rijk. De agrarische rendementen waren daardoor zo laag dat slechts een kleine minderheid van de bevolking kon worden vrijgesteld van werk op het platteland. Er waren weinig ambachtslieden, weinig ambtenaren en vooral: weinig onderwijzers, zodat de bevolking grotendeels ongeletterd bleef en informatie schaars was. Dat gold ook voor informatie over de vijanden van het Romeinse Rijk. Een goed generaal bereidde zich voor op een veldtocht door het lezen van geschiedenisboeken over de betreffende tegenstander.

Zo ook keizer Valens (r.364-378), die in 369 n.Chr. bezig was met de voorbereiding van een expeditie tegen de Perzen. Het conflict met de oostelijke grootmacht was al ruim een eeuw oud. In 224 n.Chr. had de Perzische vorst Ardašir zijn koning, Artabanus, verslagen en diens hoofdstad ingenomen. Niet alleen was zo de aloude dynastie van de Parthische Arsaciden vervangen door die van de Perzische Sasanieden, ook de relaties met het Romeinse Rijk bekoelden. Geen decennium was verstreken zonder gevechten. De laatste ronde was geëindigd toen de Romeinse keizer Julianus was gesneuveld, waarna zijn opvolger Jovianus (r.363-364) vrede had gekocht door enkele gebieden langs de Tigris aan de Perzen af te staan. De vrede was kort van duur geweest, want de Perzische vorst Sapor II had het vredesverdrag vrijwel onmiddellijk geschonden, waardoor keizer Valens zich gedwongen zag de strijd te hervatten.

Hij had vermoedelijk deelgenomen aan Julianus’ mislukte veldtocht en kende het strijdtoneel dus wellicht uit ervaring. Extra informatie was echter altijd welkom. Daarom gaf de keizer zijn hoveling Eutropius opdracht tot het schrijven van een op de oostelijke oorlog toegesneden historisch overzicht. De boodschap daarvan is dat de Romeinen altijd voordeel hadden gehad van oorlogvoering en dat ze de komende confrontatie met de Perzen dus met optimisme tegemoet mochten zien. Dat zo’n schets noodzakelijk was, suggereert dat Valens voorzag dat er in bestuurlijke kringen nog weerstand viel te overwinnen. Hij lijkt te hebben gezocht naar historische voorbeelden om de benodigde argumenten te hebben ter onderbouwing van zijn agressieve plannen. Vermoedelijk speelde tevens een rol dat Valens van boerse afkomst was. Wellicht voelde hij zich niet op zijn gemak onder de hooggeletterde aristocraten met wie hij als keizer dagelijks te maken had en zocht hij wat historische anekdotes om ook eens aan name dropping te kunnen doen.

Hoe dat laatste ook zij, Eutropius was voor deze opdracht de juiste man. Hij was bekend met de oostelijke gebiedsdelen, lijkt tot in het Rijnland te hebben gereisd, had frontervaring opgedaan tijdens Julianus’ Perzische campagne en kende het bestuurlijke klappen van de zweep: als magister memoriae, een functie die je zou kunnen vertalen als “secretaris-generaal algemene zaken”, bekleedde hij een van de allervoornaamste posities in het ambtelijke apparaat. Hij moet carrière hebben gemaakt onder Valens’ voorgangers, maar de details zijn merendeels onbekend. Na publicatie van de Korte geschiedenis van Rome treffen we Eutropius nog aan als gouverneur van de provincie Asia, als iemand wiens naam viel in de geruchtenstroom tijdens een hofintrige en als bestuurder van het Balkanschiereiland. De kroon op zijn carrière was het consulaat in 387, dat hij bekleedde met als collega keizer Valentianus II, een neef van Valens.

Deze prachtige loopbaan zou haast doen vergeten dat de vorst die hem had gevraagd de Korte geschiedenis van Rome te schrijven, ontevreden was over het resultaat. Het staat namelijk vast dat Valens, vrijwel onmiddellijk nadat Eutropius in de winter van 369/370 zijn historisch overzicht had ingeleverd, de opdracht opnieuw gaf aan een zekere Festus. Diens werkje legt nog meer de nadruk op de oostelijke gebiedsdelen en begint met een opmerking die Valens’ onvrede over Eutropius suggereert:

Kort moest het zijn, zo gelastte uwe majesteit.

Valens benoemde Festus onmiddellijk op Eutropius’ positie als secretaris-generaal algemene zaken, wat de indruk wekt dat deze naar het gouverneurschap van Asia is weggepromoveerd.

[Wordt vanmiddag vervolgd]

5 gedachtes over “Eutropius (1): Ten oorlog

    1. Frans

      Je hebt in ieder geval een openingszin verzonnen die nieuwsgierig maakt naar de rest. Ik dacht even dat het een boek zou worden over landbouw, maar dat past dan weer niet bij de titel van dit stukje.

Reacties zijn gesloten.