Stil lezen in de Oudheid (2)

Augustinus, lezend (Lateraan, Rome)

[tweede deel van een gastbijdrage van Gert Knepper over het antieke in stilte lezen; het eerste deel was hier.]

Maar hoe verklaart Aleksandr Gavrilov dan die fameuze passage bij Augustinus, sinds Eduard Norden het pièce de résistance van iedere voorstander van de opvatting dat in de Oudheid stil lezen héél zeldzaam was? Gavrilov wijst erop, dat Augustinus nergens met zoveel woorden beweert dat het stil lezen van Ambrosius an sich iets heel ongebruikelijks was. Augustinus tracht vervolgens dan ook niet zozeer Ambrosius leeswijze te verklaren als wel te rechtvaardigen, want waarom haalt die het in z’n hoofd een boek te lezen zonder dat zijn aanwezige volgelingen dat konden horen? Het gaat Augustinus niet om het vermelden van een uniek fenomeen, maar van een onbegrijpelijke manier van doen: Ambrosius hield wat hij las voor zichzelf, in plaats van het te delen met zijn leerlingen.

Gewoon in stilte lezen

Verderop in de Confessionesnoot Belijdenissen 6.3.3. beschrijft Augustinus hoe hij zelf aan het lezen is in silentio, in stilte. Ook daar gaat het hem er niet om zichzelf neer te zetten als iemand met een zeldzame vaardigheid (hij gaat daar verder helemaal niet op in) maar om duidelijk te maken dat zijn eveneens aanwezige vriend Alypius niet hoorde wat Augustinus las.

Lees verder “Stil lezen in de Oudheid (2)”

Lezen in de Oudheid

Een jongen probeert te lezen; in zijn hand heeft hij een aanwijsstokje (Bank van Cyprus)

Bij de boeken die ik momenteel aan het lezen ben, behoort ook De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers van Klaas Smelik. Een prima boek, maar u hoeft niet naar de boekhandel te rennen om het te gaan kopen, want het verschijnt rond 17 juni; de auteur was zo vriendelijk me een PDF te sturen. Smelik is overigens ook de auteur van een boek over de Protocollen van de Wijzen van Zion, waarover ik al eerder blogde.

Hardop lezen

In De gereedschapskist legt Smelik de verhaaltechnieken uit van de auteurs van de Hebreeuwse Bijbel, met parallellen uit latere literatuur en dus ook het Nieuwe Testament. Zorgvuldige lezer die hij is, attendeert hij op een detail uit de Handelingen van de apostelen waar ik altijd overheen heb gelezen.

Lees verder “Lezen in de Oudheid”

Simon de Magiër

Simon de Magiër en Petrus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel). Ik illustreer de Oudheid liever niet met niet-antieke plaatjes, maar deze vind ik te mooi om niet te gebruiken.

Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament. We gaan het hebben over een zekere Simon, van wie de auteur van de Handelingen 8.9-25 van de Apostelen weet dat hij bedreven was in magie en grote populariteit had verworven in de stad Samaria (het huidige Nablus).

Hoezo magie?

Wat daarmee is bedoeld, is minder duidelijk dan het lijkt. De tekst bevat eenmaal het werkwoord μαγεύω, dat zoiets betekent als “geschoold zijn in de magische vaardigheden” en eenmaal het zelfstandig naamwoord μαγεία, “de kunst van de magiërs”.

Er liggen hier twee probleem. Het eerste is dat magiërs oorspronkelijk Perzische religieuze specialisten waren. In die betekenis, de oudste en gebruikelijkste, komt het woord voor in het evangelie van Matteüs, als hij de wijzen uit het oosten zo aanduidt.noot Matteüs 2.1. Een Griek die de tekst las, zou in eerste instantie denken dat Simon een oosterling was met innovatieve godsdienstige opvattingen. Er is ook weinig dat daar tegen pleit.

Lees verder “Simon de Magiër”

Een eunuch in Jeruzalem

Romeinse reiskoets (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Als ik vertel dat (a) iemand in een rolstoel naar het station is gegaan om de trein te halen (b) weer terug naar huis is, dan begrijpt u wat er aan de hand is. De roltrap en de lift naar het perron waren weer eens gelijktijdig defect. U bezit culturele voorkennis die het mogelijk maakt het verband tussen (a) en (b) te leggen. Iets dergelijks maken we mee in het verhaal van de Ethiopische eunuch in de Handelingen van de apostelen. (“Ethiopië” verwijst mogelijk naar het koninkrijk Meroë in Soedan, maar kan ook zoiets betekenen als Afgelegië of Verwegistan.)

  • (a) De eunuch was in Jeruzalem geweest om daar God te aanbidden en
  • (b) zat nu op de terugweg in zijn reiswagen. (8.27b-28a; NBV21)

Het onuitgesproken verband tussen (a) en (b) is dat een onbesneden eunuch geen toegang tot de tempelrituelen krijgen kón. Althans, zo kun je de voorschriften lezen in Leviticus. Ook Deuteronomium laat aan duidelijkheid weinig te wensen over:

Lees verder “Een eunuch in Jeruzalem”