
Aan het begin van het evangelie van Johannes vinden we het verhaal van Jezus’ ontmoeting met de samaritaanse vrouw. Eerst maar even een misverstand wegruimen: de bewoners van de stad Samaria heten Samarianen en de leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap zijn samaritanen. Die groepen vielen en vallen niet samen en Johannes’ samaritaanse vrouw woont dan ook niet in Samaria maar in het verder niet bekende Sychar.
Het is logisch dat we Sychar niet kennen, want het moet een vlek op de landkaart zijn geweest, waar een vrouw water haalde bij de dorpsput. Daarom is het een verrassing dat Johannes het een polis noemt, wat oorspronkelijk de aanduiding was van een zelfstandige en autonome nederzetting, en in de Romeinse tijd meestal verwijst naar een gemeente met eigen bestuur. Dankzij auteurs als Flavius Josephus kennen we de topografie van de regio vrij goed – maar niet Sychar. Overigens hoefde een polis geen stadsmuur, geen raadsgebouw, geen theater, geen aquaduct, geen gymnasium en zelfs geen markt te hebben om toch een zelfstandige gemeente te zijn,noot dus wie weet bestond er een polis Sychar die te klein was voor Josephus’ opmerkzaamheid. In elk geval: het was een onbeduidende plek.
Zo kwam Jezus bij de Samaritaanse stad Sychar … Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: “Geef mij wat te drinken.” Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. De vrouw antwoordde: “Hoe kunt U, als jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een samaritaanse!” (Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.) noot
Hierna ontspringt zich een stichtelijk gesprek waar ik vandaag niet over bloggen wil. Mij gaat het om de scène zelf: een man ontmoet een vrouw bij een bron. Klaas Smelik geeft in De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers enkele parallellen uit de joodse Bijbel, zoals de ontmoeting tussen de aartsvader Jakob en de herderin Rachelnoot en die tussen Mozes en Sippora.noot In dit soort situaties – Smelik noemt dit een type-scène – komt het eigenlijk altijd tot een huwelijk. Jakob trouwde Rachel (en kreeg er haar zus bij cadeau) en Mozes huwde Sippora.
De lezer of toehoorder verwachtte dus iets: Jezus zou trouwen met een samaritaanse. Voor zover ik weet & voor zover gebaseerd op antieke bronnen gebeurde dat niet, maar wie nog eens een Evangelie van de Vrouw van Jezus wil vervalsen, vindt hier een beter aanknopingspunt dan die slaapverwekkend voorspelbare Maria Magdalena. Wie Jezus laat trouwen met de samaritaanse vrouw, baseert zich in elk geval op een literaire vorm die is verankerd in het toenmalige wereldbeeld. De huwelijkse staat van historische protagonisten, of dat nou Jezus is of een andere rabbijn, blijft vanzelfsprekend een volslagen irrelevante kwestie.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Zelfde tijdvak
Geld, cultuur en welzijn (1)december 6, 2021
Vijf broden, twee vissenjanuari 18, 2026
De gelijkenis van de slechte pachtersapril 2, 2023

Deze vrouw staat bekend als Fotini, of Fotina. Verder in het gesprek blijkt dat zij al vijf mannen heeft gehad en dat de man die zij nu heeft volgens Jezus “haar man niet is”. Omdat zij in Christus gaat geloven wordt Hij haar 7e en volmaakte bruidegom. De symboliek klopt dus.
Fotini – in het Russisch Svetlana – is een vooral in de Orthodoxe kerken veel vereerde martelares, die op ikonen steevast met een waterkruik wordt afgebeeld. Fotinia is een veelgebruikte struik voor heggen. De rode bovenste bladeren van deze plant symboliseren het bloed van de martelares.
Leuk om te weten!
https://www.lapascalinette.nl/planten/glansmispel-fotinia/