Barmhartige en andere samaritanen (1)

Altaar uit Sichem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

U kent de samaritanen – met een kleine letter graag – van de gelijkenis over de barmhartige samaritaan. U weet wel: de evangelist Lukas vertelt over een reiziger die op weg van Jericho naar Jeruzalem in de handen van rovers valt. Uitgeschud ligt hij langs de weg. Een leviet en een priester laten hem voor dood liggen maar een passerende samaritaan neemt zijn verantwoordelijkheid wel. Het is een wondermooi verhaal over beschaving: dat je iemand die niet tot je eigen groep behoort, erkent als medemens. Misschien komt het door deze elegantie dat je niet herkent hoe absurd het eigenlijk is. Geen rover kan de weg van Jericho naar Jeruzalem onveilig hebben gemaakt. Het was een van de drukste en best bewaakte straten in Judea.

Joden en samaritanen

Maar daarover wilde ik het niet hebben. Het gaat om de vraag wat de samaritaanse geloofsgemeenschap nu eigenlijk is. Samaritanen lijken op joden, maar er zijn enkele verschillen, waarvan sommige heel oud.

  • Eén: samaritanen denken dat de tempel niet in Jeruzalem zou moeten staan, maar op de berg Gerizim nabij Sichem (het huidig Nablus);
  • Twee: samaritanen geloven dat hun lijn van priesters de legitieme is, in tegenstelling tot de lijn van priesters in Jeruzalem;
  • Drie: samaritanen aanvaarden alleen de wet van Mozes (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium) als gezaghebbend. Van deze boeken hebben ze ook een iets andere tekst.
  • Vier: samaritanen erkennen dus de profeten en de geschriften niet als gezaghebbend.

Zoals de gelijkenis van de barmhartige samaritaan suggereert, was de relatie tussen joden en samaritanen gespannen. Lukas kan immers bekend veronderstellen dat het ongebruikelijk was dat een samaritaan een jood hielp. Een deel van die spanning zal samenhangen met de destijds normale stedelijke rivaliteiten, waarover ik al eens blogde. Dat Jeruzalem en Samaria rivaliseerden om het klatergoud dat de Romeinse overheid te verdelen had, is plausibel. Dat die spanningen vervolgens in religieuze vorm tot uitdrukking kwamen, is in de antieke context ook niet meer dan logisch.

Twee koninkrijken

De religieuze uiting van die spanning gaat in feite terug tot het eerste kwart van het eerste millennium v.Chr. In die tijd was de verering van JHWH in de koninkrijken Israël en Juda al wijdverspreid. Jeruzalem, de hoofdstad van Juda, was toen echter nog niet de enige cultusplaats. In het meer kosmopolitische Samaria, de hoofdstad van Israël, voelde men althans weinig aandrang naar Jeruzalem te gaan om te offeren. Het altaar dat hierboven is afgebeeld documenteert dat de Samarianen hun eigen cultusplekken hadden (hoewel dit altaar niet per se voor JHWH is geweest).

De val van Samaria (724 v.Chr.), de deportatie van een deel van de bevolking en de opkomst van Juda maakten Jeruzalem tot het voornaamste, je enige cultuscentrum. Daar brak ook het monotheïsme door, dat is vastgelegd in de Wet van Mozes, ofwel de eerste vijf boeken van de Bijbel.

De samaritaanse Wet

Deze tekst is overgeleverd in twee versies, de welbekende joodse versie en de samaritaanse versie (“samaritaanse pentateuch”, in jargon). Ook al zijn er verschillen, ze zijn op hoofdlijnen hetzelfde en dat kan alleen betekenen dat ze teruggaan op één origineel. Het heilige boek van de samaritanen is dus samengesteld na de totstandkoming van het joodse origineel – laten we zeggen rond 500 v.Chr.

(Tussen haakjes: je kunt natuurlijk ook redeneren dat de joodse versie tot stand kwam na het samaritaanse origineel. De joodse tekst hangt echter samen met de totstandkoming van het Deuteronomistisch Geschiedwerk, dat bewijsbaar uit Juda stamt. De samaritaanse tekst moet een variant zijn op een joods origineel, niet andersom.)

Dwaalsporen

Dat de samaritanen zijn ontstaan na het ontstaan van de joodse versie van de Wet van Mozes, betekent dat drie theorieën over de oorsprong van de samaritanen onhoudbaar zijn.

  1. De samaritanen zelf geloven dat de Ark van het Verbond ooit in een heiligdom heeft gestaan op de berg Gerizim. Later zou de priester Eli die naar Silo hebben gebracht en daarvandaan bracht koning Salomo de heilige voorwerpen naar Jeruzalem. De samaritanen denken dat het schisma tussen de twee geloofsgemeenschappen stamt uit deze vroege tijd.
  2. De joodse Bijbel suggereert dat de samaritanen hun oorsprong vinden in het noordelijke koninkrijk Israël. Vanaf het moment waarop de tien noordelijke stammen zich van Juda afscheidden, accepteerden ze onjoodse ideeën. Anders gezegd, het samaritanisme is ontstaan ​​toen de Israëlieten het verbond verlieten.
  3. Een andere bijbelse verklaring is dat de samaritanen afstammen van de mensen die zich in Samaria vestigden nadat de Assyriërs Israël hadden veroverd en de oorspronkelijke inwoners hadden gedeporteerd.

Deze theorieën hebben met elkaar gemeen dat ze beweren dat één oer-groep in tweeën is gesplitst, op een heel vroeg moment, al voor de Babylonische Ballingschap.

Ontstaan van de samaritaanse geloofsgemeenschap

Het lijkt complexer te zijn. Oorspronkelijk was de cultus van JHWH wijdverbreid, met diverse cultusplaatsen. Jeruzalem begon in de zevende eeuw echter te claimen de enige cultusplaats te zijn van de enige godheid, en codificeerde dit in de Wet. Niet iedereen ging daarin mee. In het voormalige noordelijke rijk bleven oude tradities bestaan, net zoals in Elefantine joden bleven wonen die niet zonder meer het monotheïsme uit Jeruzalem overnamen. Op een bepaald moment (waarover later meer) accepteerden de noordelijke JHWH-vereerders die Wet eveneens, maar brachten daarin enkele wijzigingen in aan.

Zo moet het zijn begonnen. Met de stad Samaria heeft het, zoals u merkt, betrekkelijk weinig te maken. Samaritanen zijn geen Samarianen.

[Later meer]

22 gedachtes over “Barmhartige en andere samaritanen (1)

  1. “Geen rover kan de straat onveilige hebben gemaakt- het was één van de drukste en best bewaakte straten van Judea”… Eerlijk gezegd is dat naar mijn mening een kul-redenering; in Londen worden zelfs onder het oog van tientallen bewakingscamera’s in drukke uitgaansgebieden moorden gepleegd. Voor zover ik weet, bestond er nog geen beveiligingscamera in die tijd, en er stond ook vast geen bewaker om de drie meter langs de weg…

    1. En, wat de moeite waard is om door te vertellen is niet wat iedereen al weet of veronderstelt, zoals bijvoorbeeld dat de weg veilig is, maar juist de uitzondering: dat er ondanks die veiligheid tóch een roofoverval is gepleegd.

      1. Manfred, dat de uitzonderingen en niet de regelmaat de moeite van het doorvertellen waard zijn, lijkt me hier niet van belang. Er wordt hier niets doorverteld. Het verhaal van de barmhartige samaritaan is immers geen nieuwsbericht, maar een gelijkenis!

  2. frayek

    Is er iets bekend over samaritanen die niet van Samaria (de streek, niet de stad die allang weinig meer voorstelde) komen? Dan toch maar met een hoofdletter dus. Geen religie maar een plaatsnaam.

      1. frayek

        Klopt. Die religie heet jodendom of liever het was daar een vorm van; niet ‘samaritanisme’ of zo. Dat iemand uit Samaritaan was betekende dat hij uit die streek kwam, met z’n afwijkende vorm van jodendom en met z’n vertroebelde verhouding tot het jodendom van de tweede tempel.

        1. frayek

          Toch eens nagekeken. In ‘Israel verdeeld’ zijn de Samaritanen (altijd met hoofdletter) soms wel Joden, soms niet. Inmiddels is er duidelijkheid: in religieuze zin waren ze het in ieder geval niet. Waar dan niet iedereen het mee eens zal zijn maar goed.

          1. In “Israël verdeeld” heb ik ervoor gekozen Joden, Christenen enz met een hoofdletter te schrijven. Voor de doorbraak van het christendom, toen het denkbaar werd dat religieuze en nationale identiteit niet samen vielen, was Jood alleen een nationaliteit.

            De spellingswet is een ongekwalificeerde catastrofe.

          1. frayek

            Mooi, wist ik niet. Maar toch, wat bewijst dat? Er is ook een Armeense kerk in Antwerpen, om er maar één uit de talloze te noemen. Dat zullen toch vooral Armeniërs zijn, met hoofdletter. Een plaatsnaam, geen armenistisch geloof. (Ik weet al wat Henk ‘t Jong gaat zeggen). Voor zover ik weet beschouwen joden Samaritanen als moeilijke, dwarsliggende, heterodoxe geloofsgenoten.

  3. henktjong

    Klassieke fout: de situatie op de weg in Judea in de prehistorie vergeliijken met één in Londen nu. Niet meer doen hoor!

      1. De Oudheid afdoen als Prehistorie is kinderachtige mediëvistische plagerij. Binnen de oudheidkunde pesten de bloedgroepen vooral elkaar, dus classici minachten archeologen en archeologen classici enz.

    1. Hoe dat zo? Ik zeg dat zelfs met veel betere middelen dan men in die tijd (2000 jaar geleden) had, er toch overvallen en moorden olaatsvinden, en het dus toen ook heeft kunnen gebeuren. Ik zie het probleem met die vergelijking eigenlijk niet- maar dat zal best
      wel weer aan mij liggen…

      1. Erik Bouwknegt

        De ontwikkeling van dreigen en beloven tot hulpwerkwoord (van toekomstige tijd met een negatieve/positieve gevoelslading) is iets wat al heel lang geleden is ingezet, het Woordenboek der Nederlandsche Taal geeft voorbeelden uit de 17e eeuw. Het is iets wat het Nederlands gemeen heeft met een aantal buurtalen, en wordt beschouwd als typisch kenmerk van wat Standard Average European wordt genoemd.

        Ook de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) beschrijft dit gebruik van deze twee werkwoorden. Of je ze als zelfstandig werkwoord of als hulpwerkwoord gebruikt kan zelfs verschil maken in de zinsbouw.

        Hier een linkje naar de online-versie van de ANS:
        http://ans.ruhosting.nl/e-ans/18/05/04/19/body.html#p1

Reacties zijn gesloten.