De samaritaanse vrouw

Een ontmoeting van een vrouw en een man bij een bron (Istanbul, Archeologische Musea)

Aan het begin van het evangelie van Johannes vinden we het verhaal van Jezus’ ontmoeting met de samaritaanse vrouw. Eerst maar even een misverstand wegruimen: de bewoners van de stad Samaria heten Samarianen en de leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap zijn samaritanen. Die groepen vielen en vallen niet samen en Johannes’ samaritaanse vrouw woont dan ook niet in Samaria maar in het verder niet bekende Sychar.

Het is logisch dat we Sychar niet kennen, want het moet een vlek op de landkaart zijn geweest, waar een vrouw water haalde bij de dorpsput. Daarom is het een verrassing dat Johannes het een polis noemt, wat oorspronkelijk de aanduiding was van een zelfstandige en autonome nederzetting, en in de Romeinse tijd meestal verwijst naar een gemeente met eigen bestuur. Dankzij auteurs als Flavius Josephus kennen we de topografie van de regio vrij goed – maar niet Sychar. Overigens hoefde een polis geen stadsmuur, geen raadsgebouw, geen theater, geen aquaduct, geen gymnasium en zelfs geen markt te hebben om toch een zelfstandige gemeente te zijn,noot Pausanias, Gids voor Griekenland 10.4.1. dus wie weet bestond er een polis Sychar die te klein was voor Josephus’ opmerkzaamheid. In elk geval: het was een onbeduidende plek.

Lees verder “De samaritaanse vrouw”

Aristoteles (14): Een conservatief denker

Lysippos’ portret van Aristoteles (Louvre, Parijs)

[Aristoteles staat bekend als wetenschapper, als arts en vooral als filosoof. Zijn invloed op de wijsbegeerte is enorm geweest. In deze reeks bekijken we hem in enig detail. Het eerste deel was hier.]

Vergeleken met Plato was Aristoteles een conservatief denker. Plato maakte zoals we zagen geen onderscheid tussen rangen of standen en geslachten. Aristoteles deed dat wel. Hij onderscheidde voor levende wezens drie categorieën zielen:

  • de plantaardige ziel, die de mogelijkheid geeft tot groeien,
  • de dierlijke ziel, die de mogelijkheid geeft tot waarnemen,
  • de menselijke ziel, die de mogelijkheid geeft tot nadenken.

Lees verder “Aristoteles (14): Een conservatief denker”

Plato (2): Plato’s politieke indeling

Plato (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is de tweede aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.] 

Geboren in 427 v.Chr. werd Plato volwassen tijdens de door Athene verloren Dekeleïsche Oorlog. De Atheense politiek ging door een crisis en oogde instabiel. Dat gold ook voor Griekenland in het algemeen, waar de ene oorlog volgde op de andere. De afzonderlijke stadstaten hadden onderling sterk verschillende politieke systemen, waarin de macht op uiteenlopende manieren werd verdeeld. Het had zijn weerslag op het denken van Plato. Hij houdt zich in zijn oeuvre weliswaar niet bezig met de alledaagse politieke zaken, maar des te meer met de filosofie van het politieke.

In China hadden denkers al eerder over politiek gefilosofeerd, maar in het Westen is Plato de eerste die er echt fundamentele theorieën over opstelt. Hij stelt daarbij de vraag die misschien wel het meest kernachtig samenvat waar politiek om draait: hoe moet een samenleving het best ingericht worden?

Lees verder “Plato (2): Plato’s politieke indeling”

De tyran

Periandros (Vaticaanse Musea, Rome)

Lange tijd was het bestuur van de Griekse stadstaten in handen van aristocraten. Ze claimden niet zelden af te stammen van de door Homeros bezongen helden. Mede doordat de interregionale in de Archaïsche Periode herleefde, ontstond er een klasse van nouveaux riches. Dat waren niet per se kooplieden. De Blois en Van der Spek wijzen er in het handboek Een kennismaking met de oude wereld op dat het ook kan gaan om mensen die in staat waren geweest profijtelijker gewassen te gaan verbouwen.

Van aristocratie naar oligarchie

De traditionele, aristocratische bestuursklasse kreeg dus concurrentie van nieuwe rijken. Evengoed dienden beide groepen als hoplieten in de stedelijke legers. Dat leidde tot de wrange situatie dat de nouveaux riches wel mochten sneuvelen voor het vaderland maar geen stem hadden in de besluitvorming die tot oorlog leidde. Dat leidde tot ergernis. Omgekeerd waren er ook aristocraten die niets moesten hebben van die kapsoneslijders met hun nieuwe geld. De poëzie van Theognis, in het Nederlands vertaald door Hugo Koning, biedt nog altijd een venster op een mentaliteit die totaal anders is dan de onze.

Lees verder “De tyran”

De stad: een onbruikbaar concept

De Wetten van Gortyn (Louvre, Parijs)

Eén van de grote thema’s van de Archaïsche Periode is de opkomst van de polis. Maar wat is dat? Een definitie is moeilijk te geven. In het handboek waarover ik geregeld schrijf, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, lees ik dat veel nederzettingen uit de Vroege IJzertijd zich ontwikkelden tot “zelfstandige, autonome stadstaten”. Maar wat is dan een staat, wat is een vroege staat, wat is een stad? En zo we die laatste konden definiëren, wat is dan een polis?

Ik ben niet de eerste die de vraag stelt. De Amerikaans-Britse historicus Moses Finley probeerde eens een analyse aan de hand van de ideaaltypische vormen van gezag die Max Weber had geformuleerd. De polis, constateerde Finley, was geen belichaming van charismatisch, van traditioneel of van legaal gezag. Ik ga het probleem vandaag ook niet oplossen. Ik denk dat ik wel een deelprobleem kan benoemen: onze fixatie op steden, Romeins of Grieks of anders.

Civitas, colonia, municipium?

Er zijn twee moeilijkheden. De eerste is onze notie dat een stad betrekkelijk groot moet zijn en een belangrijke sociaal-economische functie moet hebben. De tweede moeilijkheid is dat ergens de notie blijft meespelen van de middeleeuwse stad. Die

  1. valt concreet op de landkaart aan te wijzen (bijvoorbeeld omdat ze een stadsmuur had),
  2. had een juridische status die voor het ommeland niet gold en
  3. bracht op één plek religieuze, politieke, culturele en economische functies samen.

Lees verder “De stad: een onbruikbaar concept”

De Archaïsche Periode

Vier kouroi tonen de verbeterde beheersing van de anatomie: v.l.n.r. uit Tenea (ca. 560 v.Chr.), uit een onbekende plaats in Griekenland (ca. 540), uit Anavyssos (ca. 530) en uit Agrigrento (ca. 480 v.Chr.).

In Griekenland heet de tweede helft van de IJzertijd (pakweg 800-480 v.Chr.) de Archaïsche Periode. Die naam gaat bij mijn weten terug op de grote Winckelmann, die de klassieke kunst enorm bewonderde en de aanloop daarheen aanduidde als archaïsch. Het idee dat de periode tussen pakweg Homeros en Marathon een aanloop was naar de klassieken, duikt nog altijd weleens op, bijvoorbeeld omdat beeldhouwers steeds beter in staat waren de menselijke anatomie weer te geven. Zo rond 490 lijken ze het volledig in de vingers te hebben gekregen en vanaf dan noemen we het klassiek. Een beroemd boek, Archaic Greece van Anthony Snodgrass, dat probeert de Archaïsche Periode wat meer recht te doen, ontkomt er ook niet helemaal aan de drie eeuwen te typeren als een “age of experiment” voor de latere bloeitijd.

Het is een aantrekkelijk verhaal. Dat beeldhouwers zochten naar de perfecte anatomie is gewoon wáár. Maar de eigenlijke geschiedenis zal niet naar zo’n doel hebben gewerkt. Misschien is het wel beter de tweede helft van de IJzertijd aan te duiden als de tweede helft van de IJzertijd. Die naam vertelt immers iets over Griekenlands technologisch niveau, wat op zijn beurt weer iets vertelt over het potentieel van een samenleving.

Lees verder “De Archaïsche Periode”

Fenicië als doorgeefluik

Beeld van een Fenicische magistraat (Nationaal Museum, Beiroet)

Ik ben nu al een tijdje bezig met een reeks over het handboek waarmee ik in het eerste semester van mijn eerste jaar aan de universiteit, 1985, oude geschiedenis kreeg onderwezen: Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. De politieke geschiedenis van de Bronstijd van het Nabije Oosten hebben we inmiddels gehad en de afgelopen weken kreeg u er nog een stortvloed aan Mesopotamië bij, plus een bespreking van het boek van Van De Mieroop.

Ik attendeerde op de volgorde waarin laatstgenoemde de materie presenteert. Eerst de economische en sociale kaders, pas daarna de evenementen. De Blois en Van der Spek maken de omgekeerde keuze. Ze bieden eerst evenementiële geschiedenis, daarna economie en sociale verhoudingen. Ik overdrijf een beetje – je kunt op dit punt niet al te consistent zijn – maar het verschil is belangrijk. Terwijl Van De Mieroop de verworvenheden van de sociale wetenschappen centraal stelt, zetten De Blois en Van der Spek een in feite negentiende-eeuwse, liberale traditie voort.

Lees verder “Fenicië als doorgeefluik”