Uqba ibn Nafi al-Fihri (2)

Byzantijnse versterkingen in Lambaesis

[Vierde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Het was in het nog jonge Kalifaat niet ongebruikelijk dat succesvolle generaals werden weggepromoveerd of gearresteerd vóór ze een eigen machtsbasis hadden die een bedreiging voor de kalief kon worden. Dat overkwam ook Uqba ibn Nafi al-Fihri, die door een nieuwe gouverneur werd gevangengenomen.

Kusayla

De nieuwkomer, Abu ’l-Muhajir, consolideerde het gezag in Ifriqiya door een verdrag te sluiten met een Berberleider die in de bronnen Kusayla wordt genoemd, mogelijk een weergave van het Latijnse Caecilius of het Berbers Kasil, “luipaard”. Volgens de veertiende-eeuwse geleerde Ibn Khaldun kwam Kusayla uit Tlemcen, in het uiterste westen van het huidige Algerije, terwijl moderne historici hebben geopperd dat het gaat om het niet ver daarvandaan gelegen Altava, dat we in de voorafgaande blogjes al tegenkwamen. De Byzantijnse generaal Gennadius had het daar bestaande koninkrijk weer in het keizerlijke bestel geïntegreerd, maar dat was nu voorbij: Kusayla verruilde zijn christelijke religie voor de islam en vestigde zich in Kairouan.

We zouden meer willen weten over de pacificatie van de steden in Tripolitanië en Ifriqiya, maar we lezen er weinig over. Misschien sloten Uqba ibn Nafi al-Fihri en Abu ’l-Muhajir verdragen zoals de Arabische veroveraars van Iberië een halve eeuw later zouden sluiten met Theodomir: in ruil voor een geringe belasting (jizya) en erkenning, lieten de Arabieren hun nieuwe onderdanen met rust. In elk geval vond Abu ’l-Muhajir in 678 dat hij sterk genoeg was voor de belegering van Karthago, dat overzee maar mondjesmaat bevoorraad kon worden en niet meer op Altava kon rekenen voor versterking.

De derde Arabische aanval

In april 680 overleed kalief Muawiya; hij werd opgevolgd door zijn zoon Yazid I. Hij herstelde Uqba in zijn oude positie, en terwijl de kalief zich stortte in het conflict rond Kerbala, reisde Uqba snel naar Kairouan, waar hij Abu ’l-Muhajir en Kusayla arresteerde en in één moeite door een bliksemcampagne naar het westen ontketende. Hij wilde de eerste Berbers hebben onderworpen vóór ze wisten van de arrestatie van Kusayla. In enkele weken tijd donderde Uqba’s leger naar Bagai en Lambaesis, waar Uqba de Berbers en de laatste Byzantijnse troepen versloeg, en naar Tiaret in het westen van Algerije.

Eenmaal in het huidige Marokko bereikte Uqba Tanger, waar een geïsoleerde Byzantijnse buitenpost was. De garnizoenscommandant, de exarch Julianus, hielp Uqba graag bij zijn snelle vertrek, en wees hem naar het zuiden. Daar lag Volubilis: een oude Romeinse stad, inmiddels bebouwd met huizen in Berber-traditie, en met grafstenen vol Latijnse namen en titels. Een mooie illustratie van de laatantieke kruisbestuiving. De campagne ging verder in het Atlasgebergte en uiteindelijk stond Uqba ergens bij Agadir weer aan de Atlantische Oceaan. Alles bij elkaar had het leger in anderhalf jaar tijd 2700 kilometer afgelegd.

Volubilis

Net als bij de eerste aanval op Ifriqiya was het doel niet annexatie geweest, maar het bemachtigen van slaven en andere buit. Niemand verwachtte dat de tekens van onderwerping die Uqba ontving, duidden op eeuwige trouw. De terugkeer naar Ifriqiya verliep dan ook minder gemakkelijk, want zo snel duidelijk was dat het leger weg aan het gaan was, nam het Berberverzet in kracht toe.

Bij Tabuda, in de Aurès-bergen in Oost-Algerije, werd Uqba’s leger in 683 opgewacht door Kusayla, die had weten te ontsnappen en leiding was gaan geven aan het verzet tegen de Arabieren. Uqba’s leger had geen schijn van kans tegen de Berbers en Byzantijnen; hij ligt begraven in een stadje dat nog steeds Sidi Uqba heet.

Onmiddellijk na zijn overwinning bezette Kusayla Kairouan. De Arabische onderwerping van de Maghreb was al zeer voorbijgaand geweest, nu stond ook de heerschappij over Ifriqiya op het punt ongedaan gemaakt te worden.

[wordt vervolgd]

Deel dit:

Een gedachte over “Uqba ibn Nafi al-Fihri (2)

  1. Kees Voorburg

    Een zijpad of terzijde, maar hoop op uw begrip:

    Ik las hierboven de naam Ibn Khaldun en klikte er even op om te lezen wat er zoal over de man geblogd is. Ik trof geen onjuistheden of andere verwijtbare zaken aan, waar ik als kniesoor ‘pûr sang’ bovenop zou kunnen springen. Wel miste ik 2 nogal opvallende zaken:
    1. Anno 1400, dus zo’n 450 jaar vóór Darwin, komt Ibn Khaldoun (vroom moslim) in zijn ‘Muqaddimah’ met een of – zo u wil – dé evolutietheorie. Hij beweert namelijk dat primitieve levensvormen (planten) ontstonden uit dood materiaal (mineralen) om zich geleidelijk te ontwikkelen tot steeds complexere levensvormen die uiteindelijk culmineerden in de mens. Ik keek daar nogal van op en vroeg me af waarom dat zo slecht bekend is.
    2. Als bewijs voor deze stelling wijst hij op de zwarte mensen ten zuiden van de Sahara. Hij meldt dat deze de link tussen dier en mens zijn. Dat zou verklaren waarom deze mensen – half dier, half mens – niet in staat zijn een sedentaire beschaving te stichten…

    Heb nog even geprobeerd verder te lezen, maar heb het na 2 of 3 pagina’s dichtgeklapt, zeker ook omdat het voorafgaande nogal ‘repetitious’ was, met als enig thema de in Jona’s blog genoemde ‘Asabiyyah’ (groepsgevoel/ saamhorigheid), men klikke zelf even op ’s mans naam hierboven.

    Nu wil ik niet de moraalrakker uithangen, want ik heb de ‘Bello Gallico’ toch ook helemaal uitgelezen, ondanks de opschepperij van de auteur over zijn genocidale praktijken. Maar op één of andere manier bleef de ‘Muqaddimah’ als een graat in de keel steken. Vraag me af in hoeverre bovenstaande bekend was toen men in Amsterdam ooit een school naar de man vernoemde. Zouden daar veel zwarte jongens en meisjes op hebben gezeten?

    Ach, wellicht lees ik het boek nog eens uit. Wanneer Jona een lange publicatiestop zou inlassen bijvoorbeeld…

    Verder een razend interessante blog. Gaat zo door!

Reacties zijn gesloten.