Het einde van Karthago

De haven van Karthago

[Vijfde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Terwijl de Arabische legers oprukten naar Marokko, overleed kalief Yazid I, en gedurende anderhalf jaar was onduidelijk wie de macht zou overnemen. In 685 trad Abd al-Malik aan, die u kunt kennen als de bouwer van de Rotskoepel in Jeruzalem. Pas in 688 kon een nieuw Arabisch leger naar Ifriqiya komen, gecommandeerd door de stokoude Zuhayr ibn Qays, een van de metgezellen van de profeet Mohammed. Kusayla, de leider van het laatste verzet, realiseerde zich dat het door hem bezette maar niet ommuurde Kairouan niet te verdedigen was en trok zich daarom terug naar de westelijke bergen, waar Zuhayr hem werd versloeg en doodde.

Zuhayr kreeg de kans echter niet om zijn gezag in Ifriqiya afdoende te consolideren, want kort na de overwinning kreeg hij het bericht dat de Byzantijnen in de tegenaanval waren gegaan en de Cyrenaica hadden aangevallen. Zijn aanvoerlijnen waren dus afgesneden. Hij haastte zich terug en kwam om het leven in een gevecht met de Byzantijnse soldaten.

De vijfde Arabische aanval

Pas in 695 had Abd al-Malik zijn macht voldoende gevestigd om de situatie in het westen eens definitief te gaan regelen. De generaal die hij aanwees, was Hassan ibn al-Nu‘man. Ik heb tot nu toe zelden de familierelaties van de diverse legeraanvoerders vermeld, omdat de stammen en clans de Nederlandstalige lezer weinig zeggen, maar in dit geval is misschien interessant dat hij behoorde tot de Ghassaniden, de groep die ooit de oostgrens van het Romeinse Rijk had bewaakt. Deze man behoorde tot de oude Arabische adel.

Hassans eerste doelwit was Karthago. De stad was geen schim meer van wat ze geweest: de bevolking was door allerlei oorzaken sterk afgenomen, de handel was ingestort, de exarch regeerde over nauwelijks meer dan een handvol dorpen in de omgeving, en de Byzantijnse vloten opereerden liever vanaf Sicilië. Daar waren ook de meeste Karthagers al heen gevlucht. Hassan kon de stad zonder problemen overmeesteren. Het even verderop gelegen Bizerte volgde. De Berbers die met de Byzantijnen verbonden waren, trokken zich terug naar de havenstad Annaba.

Maalga, de cisternen van Karthago

De Byzantijnen waren echter nog niet voorgoed uit Ifriqiya verdreven. Een vloot heroverde Karthago, waarop Hassan de stad voor de tweede keer innam. Ditmaal maakte hij de stad voorgoed onbewoonbaar: hij sloopte de muren, hij vernietigde de Maalga-cisterne en hij blokkeerde de twee havenbekkens. Deze tweede, grondige verovering van Karthago betekende dat de stad nog eeuwenlang militair geen betekenis meer zou hebben. De Byzantijnen keerden nooit meer naar de Maghreb terug.

Niets stond de arabisering van het huidige Tunesië nog in de weg. Voor Algerije lag dat anders. Aan het hoofd van het verzet stond een van de meest opmerkelijke vrouwen uit de geschiedenis van de Maghreb, koningin Kahina.

[wordt vervolgd]

Deel dit: