Ibn Khaldun

Standbeeld van Ibn Khaldun in Tunis

Toen ik in mijn boek Vergeten erfenis pleitte voor aandacht voor de oud-oosterse en Arabische bijdragen aan de Europese cultuur, stuitte ik op allerlei interessante geleerden waarvan ik dacht “daar zou ik meer over willen weten”. Denk aan de Ibn Firnas en de Al-Haytham waarover ik onlangs blogde. Of Ibn Khaldun (1332-1406), over wie ik destijds alleen opmerkte dat zijn Muqaddima (“inleiding”) het begin had kunnen zijn van een vorm van sociale wetenschap, maar dat het werk geen navolging kreeg. Ik attendeerde er verder op dat de man zijn werk kon doen dankzij het vorstelijk mecenaat van allerlei vorsten.

Dat mecenaat, dat was zowel de reden waarom de wetenschap kon bloeien als de reden waarom het niet méér werd. Terwijl de wetenschapsbeoefening zich in het Europa van de Nieuwe Tijd ontwikkelde tot een zelfstandige “bedrijfstak” met een financiering die los stond van de wensen van deze of gene vorst, was de middeleeuwse wetenschapper in veel gevallen een hoveling die bedreven was in de kunst der stroopsmeerderij. Wetenschap was geen collectieve en daardoor duurzame activiteit, maar de kwetsbare hobby van enkelingen. Zoals Ibn Khaldun. Dat hij geen navolgers had, zal ermee te maken hebben gehad dat er daartoe ergens een vorst moest zijn die belang stelde in de ontluikende sociale wetenschap. Omdat die ontbrak kreeg Ibn Khaldun pas aandacht in de negentiende eeuw.

Proteus

Historicus Mark Blaisse wijdde een leuk boek aan Ibn Khaldun, Tussen de ruïnes. Het bestaat uit drie delen: een biografie, een schets van ’s mans betekenis en tot slot iets wat Blaisse een stamboom noemt. Daarin presenteert hij niet alleen Ibn Khalduns voorouders maar ook zijn geestelijke navolgers. Die laatsten zijn de negentiende- en twintigste-eeuwse onderzoekers die hem herontdekten en voor hun karretje spanden. De Arabische wetenschapper zou dus een positivist zijn geweest à la Comte, een historicus die à la Toynbee historische cycli ontwaarde, een sharia-propagandist of een voorloper van Weber. Proteus had er ook wel bij gekund.

Blaisse spreekt bijna alle typeringen tegen. Ibn Khaldun was geen seculier geleerde à la Comte, Toynbee had te weinig begrip voor de rol die de Arabier gaf aan het platteland en in de Muqaddima gaat geloof niet boven de rede. Blaisse laat alleen de vergelijking met Weber onweersproken. Zelf munt hij voor Ibn Khaldun het woord “beschavingsanalist” en plaatst hij hem stevig in zijn eigen wereld. Daarover hebben de arabiste Maaike van Berkel en de historicus Rudi Künzel, die Blaisse adviseerden, al eerder gepubliceerd.

Saamhorigheid

De Muqaddima vormt de inleiding tot het lijvige Boek der voorbeelden, maar is te lezen als zelfstandig boek. Ibn Khaldun probeert hierin de principes aan te geven waarlangs de menselijke geschiedenis zich beweegt. Tot dan toe was geschiedschrijving vaak vooral de opsomming van vorsten en hun daden. Slechts zo nu en dan zocht iemand naar diepere oorzaken. Het gebeurde overigens wél. De Babyloniërs hadden al door gehad dat geen dynastie eeuwig regeerde. Aan het begin stond een energieke heerser en aan het eind een roi fainéant. De Grieken ontwaarden een cyclische opvolging van staatsvormen. Ibn Khaldun groef dieper. Hij wilde weten waardoor die cycli bestonden.

Het cruciale begrip is ʿasabiyyah, wat je zou kunnen vertalen als groepssolidariteit, saamhorigheid of groepsgevoel. Is die groot, dan bloeit een samenleving op, maar bloeit zo’n samenleving eenmaal, dan ligt decadentie op de loer. Geen dynastie houdt het daardoor langer uit dan een generatie of vier. (De ironie dat uitgerekend de eeuwenlang regerende Ottomanen Ibn Khalduns werk hebben gered, is Blaisse niet ontgaan.) Terwijl er dus een algemeen patroon is van afnemende ʿasabiyyah, waarop de wijze staatsman zich richt, zijn er ook meer toevallige gebeurtenissen, die op de termijn misschien relevant zijn maar waar we verder niet al teveel op hoeven letten. Hongersnoden en epidemieën boeien Ibn Khaldun niet.

De opkomst van de Mongoolse horde van Timoer Lenk zal hem meer hebben geïnteresseerd. Hij ontmoette de despoot in Damascus en typeerde hem als een vrij gewoon man, wat natuurlijk past bij zijn opvatting dat het vrij gewoon is dat dynastieën energiek beginnen. Om verzet te bieden tegen de Mongool ijverde Ibn Khaldun voor Arabische eenheid – maar ja, die kwam er niet. De diverse vorstenhuizen waren al op weg richting laatste generatie.

Portret

Ik had gehoopt dat Blaisse wat meer informatie over de Muqaddima zou geven. De biografie had wat mij betreft zakelijker gemogen. Dat is vanzelfsprekend ook alleen maar mijn mening; ik ben niet de lezer voor wie Blaisse schrijft. Hij wil in Tussen de ruïnes Ibn Khaldun ontsluiten voor het Nederlandse taalgebied en daarin slaagt hij uitstekend.

Ik denk dat het belangrijk is. Geschiedenis wordt immers gemaakt door mensen, maar niet onder de omstandigheden die ze zouden kiezen. Wij leggen de nadruk sterk op economische factoren, maar de ideologische component verdient minimaal overweging, al is het maar om te zien dat de westerse visie op het verleden ook maar één visie onder meerdere is. Het is niet per se een slechte visie – maar je begrijpt haar beter als je alternatieven kent als die van Ibn Khaldun.

13 gedachtes over “Ibn Khaldun

  1. FrankB

    “dan ligt decadentie op de loer. Geen dynastie houdt het daardoor langer uit dan een generatie of vier”
    De Ottomanen hebben het inderdaad veel langer uitgehouden, maar dat van die decandentie klopt even goed. Mehmet II veroverde Constantinopel; Bayezid II, Selim I en Süleyman I waren krachtige heersers, maar Selim II een zwakke. Hij liet het bestuur over aan zijn grootvizier. Dus in die zin klopt dat van die vier generaties wel. Vergelijk ook de Merovingen.

  2. Huibert Schijf

    Een interessant blog. Ben er nooit in geslaagd om de Muquaddima goed te lezen. Maar genoeg andere leestips. JonaL schrijft: “Geschiedenis wordt immers gemaakt door mensen, maar niet onder de omstandigheden die ze zouden kiezen.” Karl Marx natuurlijk. In zijn boek De achttiende Brumaire zegt hij het vollediger: “Die Menschen machen ihre eigene Geschichte, aber sie machen sie nicht aus freien Stücken unter selbstgewählten, sondern unter unmittelbar vorhandenen, gegebenen und überlieferten Umständen.” Daar heb je wat aan als kijker naar de samenleving.

  3. Jacob Krekel

    Interessant en relevant. Als ik de asabiyyah goed begrijp, dan maakt het dus niet uit wat de vierde vorst voor iemand is: de decadentie ontstaat in de maatschappj en daar is geen vorst tegen bestand. De vraag is dus: waardoor vermindert de asabiyyah. In de westerse samenleving is het neoliberale (bij) geloof een goed aanwijsbare factor: iedereen moet voor zichzelf zorgen (iets wat in onze maatschappij totaal onmogelijk is: iedereen is volledig afhankelijk van anderen) en vooral de rijken slagen daar wonderwel in.
    Maar hoe zat dat bij de maatschappijen die Ibn Chaldoen bestudeerde? Zegt hij daar iets over?

    1. Martin van Staveren

      Nou ja, we hebben sociale verzekeringen en voedselbanken. Dus er zijn er ook genoeg voor wie gezorgd wordt. Overigens is de aansporing om voor jezelf te zorgen een goede manier om iedereen tot optimale ontwikkeling en verantwoordelijkheid te stimuleren. Teveel asabiyyah is ook niet goed.

      1. FrankB

        Zelfs Donald de Clown en onze geliefde minister-president de historicus worden onmiddellijk heel zorgzaam zodra grote bedrijven beginnen te piepen. De KLM heeft nooit jaren hoeven te wachten op overheidszorg, zoals allerlei minder gepriviligieerde burgers en kleinbedrijven.

      2. Jacob Krekel

        “te” veel is nooit goed, dat is de definitie van “te”. Maar in landen waar de tegenstellingen steeds verder toenemen, en de woede, is de kans op te veel asabiyyah nihil. Ons probleem is overduidelijk dat er te weinig van is. Dus ik snap de relevantie van uw opmerking niet.

        1. Martin van Staveren

          Gezien de politieke verhoudingen ( de SP werd de laatste keer gehalveerd) denk ik dat “er is te weinig asabiyyah” een minderheidsopinie is.

        1. Martin van Staveren

          De namen Dalrymple en Rand ken ik wel, maar nee, niet gelezen. Een vangnet is iets anders dan een hangmat.

  4. Ben Spaans

    Ibn Khaldun lijkt me minder relevant voor de middeleeuwse Europese feodale bestuursvorm. En het daarna komende Acièn Regime tot 1789. De brede sleep maar even…

Reacties zijn gesloten.