
De samenzweerders hadden lang staan wachten, maar eindelijk arriveerde Julius Caesar. In zijn gezelschap was Marcus Antonius, zijn mede-consul. Veel soldaten waren er niet. Caesar had zijn lijfwacht immers ontbonden en Marcus Aemilius Lepidus, de adjudant van de dictator, was net die ochtend met wat troepen de stad uitgegaan om zich te voegen bij het leger dat al op weg was naar het oosten. De samenzweerders moeten opgelucht adem hebben gehaald: de gladiatoren die ze voor de zekerheid achter de hand hielden, zouden niet nodig hoeven zijn. Maar toen gebeurde er iets dat de aanwezigen de schrik om het hart deed slaan. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Appianus vertelt:
Toen Caesar uit de draagstoel stapte, nam Popilius Laenas hem apart om hem over iets dringends te spreken. Wat ze zagen maakte de samenzweerders aan het schrikken, vooral toen het zo lang duurde, en ze maakten elkaar met hoofdknikken duidelijk dat ze zichzelf zouden doden voor ze gegrepen werden. Maar in de loop van het gesprek kregen ze de indruk dat Laenas geen dingen aan Caesar onthulde, maar eerder aandrong op iets wat hij van hem had gevraagd; daarop waren ze opgelucht en vatten weer moed toen ze zagen dat hij na het gesprek vriendelijk afscheid nam van Caesar.noot
Ondertussen wist Gaius Trebonius, die ooit had geprobeerd Marcus Antonius te winnen voor het complot, Caesars mede-consul te onderscheppen. Antonius was een potige man en ervaren vechter, die de samenzweerders liever niet tegenover zich hadden. Bij de ingang van de zuilengalerij wist Trebonius een praatje met hem aan te knopen.noot Ondertussen wandelde Caesar verder. Als hoogste aanwezige magistraat was het nu zijn taak om, voordat de vergadering begon, een offer te brengen. De Senaat kon immers alleen samenkomen als er goddelijke zegen op rustte. Het mocht niet zo zijn.
Caesar offerde verscheidene dieren, maar ging, toen hij geen gunstige voortekens kon krijgen, het Senaatsgebouw binnen zonder zich van dit godsdienstige bezwaar iets aan te trekken. Lachend noemde hij Spurinna een leugenprofeet, omdat de iden van maart waren aangebroken zonder dat hem iets was overkomen. Maar Spurinna antwoordde: “Aangebroken wel, nog niet voorbij.”noot
En zo betrad Julius Caesar, met slechte voortekens en zonder lijfwacht of mede-consul, de Senaatszaal. Alle aanwezigen stonden op hem te begroeten.noot
[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]
Zelfde tijdvak
Beschaving en barbarij (1)september 13, 2015
Hoe je niet over archeologie moet schrijvenmei 24, 2019
De zeeslag bij Aktionseptember 2, 2023

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.