De IJsheiligen

Servatius is een van de IJsheiligen

Er zijn in de volksweerkunde, waaraan het vorige blogje was gewijd, twee belangrijke perioden: de Hondsdagen en de periode van de IJsheiligen. De hondsdagen vallen midden in de zomer, al is men het over de precieze data niet eens. De periode loopt van 18 of 20 juli tot en met 18 of 20 augustus. Het is de meest hete en vochtige periode van het jaar, waarin voedsel snel bederft. De naam is ontleend aan het sterrenbeeld Grote Hond.

Maar ik wil het vandaag specifiek over de  IJsheiligen hebben. Het gaat om 11 tot en met 14 of 15 mei. Dit zouden de laatste dagen zijn waarop nachtvorst nog mogelijk zou zijn en jonge aanwas zou kunnen bevriezen. Deze vier of vijf dagen werden gekoppeld aan de heiligen die op die dagen hun feestdag hadden of hebben. Het zijn:

Lees verder “De IJsheiligen”

Eillert Meeter, een negentiende-eeuwse roddelaar

Nee: hij was bepaald geen fan van het Nederlandse koningshuis. Eillert Meeter (geboren op 1 maart 1818 in Oude Pekela) werd zich al op jonge leeftijd bewust van zijn republikeinse gevoelens. Ook zou je hem gerust een communist avant la lettre mogen noemen: al op tweeëntwintigjarige leeftijd begon hij met het publiceren van een blad, de Tolk der Vrijheid, waarin hij opkwam voor het tragische lot van dagloners, arbeiders en kleine boeren.

Groningen

In datzelfde jaar bezocht Meeter de Groninger Meikermis, en samen met zijn kompanen hieven ze, gezeten in de wafelkraam van “Dove Saar”, de glazen op “Zijne Verheven Nulliteit Willen Kaaskop”, oftewel koning Willem I. In totaal werden er na dit incident zesentwintig mensen gevangengenomen, maar in augustus volgde vrijlating, omdat niet bewezen kon worden dat deze uitgelaten bende zich schuldig had gemaakt aan revolutionaire samenspanning.

Lees verder “Eillert Meeter, een negentiende-eeuwse roddelaar”

De Jugendstil van Apeldoorn

“Sonnevanck” (Deventerstraat 33, Apeldoorn)

Apeldoorn is een laatkomertje. De groene Veluwestad heeft geen grootse middeleeuwse geschiedenis. Het werd pas later wat, toen mensen zich realiseerden dat de beekjes die van de Veluwe kwamen neerstromen nuttig konden zijn om watermolens aan te drijven. Zo ontstond de papierindustrie. Maar Apeldoorn werd pas echt meer dan een vlek op de landkaart toen stadhouder-koning Willem III besloot een oud jachtslot uit te breiden met een paleis, Het Loo.

En het was nog later, toen koning Willem I een kanaal liet graven, dat het grote dorp veranderde in een kleine stad. Langs het kanaal kwamen industrieën. Er kwam een gasfabriek. Een spoorwegstation – eigenlijk twee: Het Loo had een eigen station – zorgde voor snellere verbindingen, zodat koning Willem III, koningin Emma en koningin Wilhelmina regelmatig in Apeldoorn verbleven. Een negentiende-eeuwse boom town.

Lees verder “De Jugendstil van Apeldoorn”

Koning Willem III

Pieneman, Koning Willem III

Een tijdje geleden belde iemand van de UvA me met de vraag of ik voor een krant iets wilde schrijven over de naderende bezuinigingen op de faculteit der geesteswetenschappen. Had ik niet eens in het NRC Handelsblad een stuk gepubliceerd om uit te leggen dat ten onrechte werd gekort op het budget van het Rijksmuseum van Oudheden? Wilde ik dat nu voor de UvA doen? Ik zag het wel zitten. Alles voor de goede zaak.

Ik heb een dag aan het stuk gewerkt, maar ik liep tegen een probleem aan: ik kon niets laten zien ter ondersteuning van mijn betoog. Ik weet dat er interessant taalkundig onderzoek wordt gedaan, en ik zou het graag aan de lezers willen tonen, maar de letterdames en -heren hebben geen website. Daarmee zou mijn stuk een bepaald belang voor de geesteswetenschappen claimen dat ik niet kon demonstreren. Ik heb nog gekeken of ik er omheen kon schrijven, maar het werd niks.

Lees verder “Koning Willem III”