De IJsheiligen

Servatius is een van de IJsheiligen

Er zijn in de volksweerkunde, waaraan het vorige blogje was gewijd, twee belangrijke perioden: de Hondsdagen en de periode van de IJsheiligen. De hondsdagen vallen midden in de zomer, al is men het over de precieze data niet eens. De periode loopt van 18 of 20 juli tot en met 18 of 20 augustus. Het is de meest hete en vochtige periode van het jaar, waarin voedsel snel bederft. De naam is ontleend aan het sterrenbeeld Grote Hond.

Maar ik wil het vandaag specifiek over de  IJsheiligen hebben. Het gaat om 11 tot en met 14 of 15 mei. Dit zouden de laatste dagen zijn waarop nachtvorst nog mogelijk zou zijn en jonge aanwas zou kunnen bevriezen. Deze vier of vijf dagen werden gekoppeld aan de heiligen die op die dagen hun feestdag hadden of hebben. Het zijn:

Lees verder “De IJsheiligen”

Laat-antiek Thracië

Claudius II Gothicus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Dit is het voorlaatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Crisis

Zoals ik in het vorige blogje zei, markeerde de regering van een uit Thracië afkomstige keizer, Maximinus Thrax, het begin van wat bekendstaat als de Crisis van de Derde Eeuw. Het wezenlijkste punt was een geleidelijke klimaatverandering, die de landbouw bemoeilijkte, meer mensen dwong om op het platteland te gaan werken, leidde tot een verkleining van het aantal ambachtslieden en (daarmee samenhangend) een verkleining van de betekenis van de steden. De belastinginkomsten namen af en dus hadden de keizers minder armslag. Er was minder handel en er was een epidemie.

Maar het meest opvallend: vijandelijke volken waren succesvoller dan in de voorafgaande tijd. Dat dwong tot grotere legers, die inflatoir werden gefinancierd. En het hielp simpelweg niet. De Griekse en Romeinse auteurs haalden de naam “Geten” uit de kast om hun tegenstanders te beschrijven: een eeuwenoude term voor de bewoners van wat inmiddels Moesia Inferior heette. Zulk archaïsme was niet ongebruikelijk, maar de keuze kan ook zijn ingegeven doordat een van de groepen invallers zich aanduidde als “Goten”. We lezen ook over Carpi en Sarmaten. We lezen dat Plovdiv – niet langer Moesia maar in het Thracische binnenland – werd geplunderd en dat keizer Decius omkwam in de strijd. Een nog niet zo heel lang geleden ontdekte palimpsest documenteert deze gebeurtenis.

Lees verder “Laat-antiek Thracië”

Sint-Servaas

Een engel wijdt Sint-Servaas tot bisschop

Ooit wilde ik een bezoek brengen aan de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht, maar toen bleek dat ik voor een bezoek aan deze oude kerk entreegeld moest betalen draaide ik me maar weer om. Principieel vind ik dat kerken vrij toegankelijk moeten zijn, met uitzondering dan van de bijbehorende “schatkamers”.

Deze heilige, wiens naamdag gevierd wordt op 13 mei, heeft een karrenvracht aan legenden om zich heen verzameld, en heel veel van wat over hem beweerd wordt, is ofwel niet verifieerbaar ofwel apert onjuist. Nou is dat laatste wel meer het geval bij heiligen, maar het is opmerkelijk dat er – bijvoorbeeld – in het uitvoerige Wikipedia-artikel over Sint-Servaas wel heel erg vaak met argusogen wordt gekeken naar datgene wat er over deze eerste (?) bisschop van Maastricht wordt beweerd.

Lees verder “Sint-Servaas”

Tongeren

Apollo op een Jupitergigantenzuil onder de O.L. Vrouwe-basiliek in Tongeren

Het zwaartepunt van de Romeinse Lage Landen was het gebied dat ik gemakshalve zal aanduiden als het Maasland, waar de vruchtbare lössgronden garant stonden voor welvaart. De Romeinen bouwden de al in de IJzertijd bestaande handelscorridor van Noord-Frankrijk naar de Rijn uit met bijvoorbeeld steden als Bavay, Tongeren, Heerlen en Keulen. Niet toevallig zijn dat (samen met Xanten) nog steeds de belangrijkste Romeinse nederzettingen in het noordwesten van Europa. Hoe belangrijk deze regio was blijkt wel uit het feit dat ze de basis vormde voor de macht van Julius Caesar, keizer Vitellius, het Gallische keizerrijk, de Merovingen en de Karolingen.

In Bavay ben ik al een tijd niet geweest; in Keulen is het wachten op de vernieuwing van het Römisch-Germanisches Museum; in Heerlen gebeuren de prachtigste dingen; en in Tongeren is twee weken geleden de expositie-ruimte onder de O.L.Vrouwe-basiliek geopend, die bestaat uit enerzijds de schatkamer met de mooiste voorwerpen uit de kerk en anderzijds de eigenlijke opgraving onder de kerk. Dat is een complex geheel: Romeinse resten; een basiliek uit de vierde eeuw die misschien iets van doen heeft met Servatius; een Merovingische kerk; twee Karolingische kerken; een Ottoonse kerk die werd uitgebreid met een toren; de huidige basiliek. Je kunt tussen alle muren en fundamenten door lopen.

Lees verder “Tongeren”

Hoe vind of verzin ik een Romeinse boerderij?

Een stuk bewerkte natuursteen in de crypte van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht.

Een stuk steen als hierboven, daar loop ik doorgaans aan voorbij zonder er veel acht op te slaan. Zeker als die steen ligt in de crypte van een kerk, in dit geval de Sint-Servaas in Maastricht, waar sculptuur ligt uit vroege bouwfasen van de kerk. Meestal zit middeleeuws beeldhouwwerk hoog in een portaal, in het timpaan boven de eigenlijke toegang, en kun je vooral genieten van de compositie als geheel, maar hier lag het op ooghoogte en kun je kijken naar het eigenlijke beeldhouwwerk.

Genoeg te zien dus om niet te letten op het blok grauwe, harde kalksteen, maar gelukkig was ik er met archeoloog Eric Wetzels, die afgelopen vrijdag enkele wetenschapsjournalisten rondleidde door zijn stad. Hij wees me op een interessant detail: de slijtsporen aan de rand hieronder. Dit is niet zomaar slijtage, die ontstaat als een steen door middel van wat stukken touw wordt versleept. Hier zijn lange tijd touwen doorheen gegaan, misschien wel eeuwenlang. Alleen zo slijt je er zulke diepe groeven in.

Lees verder “Hoe vind of verzin ik een Romeinse boerderij?”