De weerwolf van Jan Wier (2)

Jan Wier

[Dit is de vertaling die Bas Jongenelen maakte van hoofdstuk 14 uit De lamiis liber, waarmee Jan Wier in 1577 aantoonde dat weerwolven niet kunnen bestaan. Een inleiding was hier en het Latijn is daar.]

Mensen kunnen door geen enkele kracht in beesten veranderd worden (hoofdstuk 14)

Aan de almacht van heksen wordt ook toegeschreven dat zij zich echt en geheel kunnen veranderen in wolven, bokken, honden, katten en dieren beesten; om hun lusten te bevredigen, en dat zij zich per direct weer terug kunnen veranderen in mensen. Zelfs door zeergeleerden wordt deze waanzin als absolute waarheid verdedigd.

Lees verder “De weerwolf van Jan Wier (2)”

De Europese canon (11-15)

Scholastiek onderwijs (Benozzo Gozzoli)

In deze vierde aflevering van mijn reeks over de Europese canon belandden we in de tijd die we, afhankelijke van het gekozen perspectief, kunnen aanduiden als het herfsttij der Middeleeuwen of de vroege Renaissance.

Scholastiek

Periode: Late Middeleeuwen

De filosofie van de Late Oudheid, waarin het christendom zijn boodschap moest uitdrukken, staat bekend als het Neoplatonisme. Ook in de Arabische wereld was deze stroming lange tijd dominant, maar gaandeweg ontdekte men het belang van Aristoteles.

Europa volgde. Aanvankelijk was men sceptisch over het aristoteliaanse denken, maar in de dertiende eeuw wist Thomas van Aquino, profiterend van de vertalingen van Willem van Moerbeke, de christelijke theologie uit te leggen in de termen van Aristoteles’ filosofie. Daarmee was hij de grote representant van de laatmiddeleeuwse filosofie, de scholastiek. Zo werd Aristoteles in heel Europa de “meester van alle wijzen”, zoals Dante hem typeert. In de Arabische wereld bleef Aristoteles’ populariteit daarentegen beperkt; de commentaren van Ibn Rushd waren invloedrijker in Latijnse vertaling dan in het Arabische origineel.

Lees verder “De Europese canon (11-15)”

Willem van Moerbeke

De Vierde Kruistocht mislukte spectaculair. De deelnemers kwamen nooit verder dan Constantinopel, dat ze in 1204 innamen. Het graf van een van de commandanten, de Venetiaan Dandolo, is nog steeds te zien in de Hagia Sofia. Eenmaal meester van de grote stad, plaatsten de kruisridders de Vlaamse graaf Boudewijn IX op de keizertroon. Meteen kwamen er twee concurrerende keizers. Het Byzantijnse Rijk is deze verdeling, die duurde tot 1261, nooit meer te boven gekomen.

Voor West-Europa was de gebeurtenis echter profijtelijk: wetenschappers kregen toegang tot allerlei Griekse handschriften. Een van de sleutelfiguren in de overdracht van klassieke teksten was de Vlaming Willem van Moerbeke. Tussen 1260 en 1270 vertaalde hij vrijwel alle werken van de filosoof Aristoteles, en ook enkele laatantieke commentaren daarop, alsmede het leeuwendeel van het ons bekende oeuvre van de natuurkundige Archimedes en ook iets van de arts Claudius Galenus.

Lees verder “Willem van Moerbeke”

Hoeveel Latijn is er nog?

Teksten in het Latijn in de Brepols’ Library of Latin Texts (klik=groot)

Latijn is oorspronkelijk de taal van de bewoners van Rome en het gebied eromheen, Latium. De oudste resten van het Latijn dateren uit de zevende en zesde eeuw v.Chr. Uit de derde eeuw v.Chr. hebben we al wat langere teksten, uit de eerste eeuw v.Chr. hebben we de teksten van Cicero, en uit dezelfde tijd of de eeuw erna de teksten van bijvoorbeeld Caesar, Vergilius, Horatius, Ovidius en Livius. Vanaf de tweede eeuw na Chr. komen de christelijke teksten, met als belangrijkste vertegenwoordiger Augustinus.

Langzamerhand ontwikkelen het geschreven Latijn en de gesproken talen zich uit elkaar, waardoor de Romaanse talen ontstaan. Vanaf ongeveer de zesde en zevende eeuw na Chr. is Latijn eigenlijk niemands moedertaal meer. Het bleef echter bestaan als het communicatiemiddel in Europa. Iedereen die lezen en schrijven geleerd had en iets mee te delen had, bleef dit in het Latijn doen. Pas eeuwen later zetten de volkstalen zich ook als schrifttalen door, maar Latijn blijft tot op de dag vandaag een taal, waarin mensen met elkaar communiceren. Een spannende vraag is, wanneer eigenlijk het meest in het Latijn geschreven werd.

Lees verder “Hoeveel Latijn is er nog?”

Erasmus, kind van een priester

Erasmus

Erasmus was de tweede (!) zoon van een priester. Dus, een onwettig kind. Anders dan moderne lezers wellicht denken was dit voor parochianen van toen eigenlijk niet echt een probleem. Veel priesters leefden in concubinaat met een vaste partner.

Wat schandaal wekte was een parochiepriester die wisselende relaties onderhield met verschillende vrouwen.

Immers, informeert Langereis ons, er was nog geen concilie van Trente geweest waarin het celibaat echt een verplichting werd en de kerk ging “investeren in de training van het priesterlijk geweten”.

Lees verder “Erasmus, kind van een priester”

Eedaflegging

Stefan George. Berthold en Claus von Stauffenberg; aan de muur hangt ook het portret van George

Wat bewoog de samenzweerders die op 20 juli 1944 vergeefs probeerden Hitler uit de weg te ruimen? Al snel na de oorlog heeft de Bondsrepubliek van Claus von Stauffenberg en de zijnen een soort democratische helden willen maken, met bijvoorbeeld een standbeeld in het Bendlerblock. Die presentatie is eigenlijk best begrijpelijk. Geen volk kan aan een toekomst denken zolang het, zoals Joschka Fischer het ooit aanduidde, moet leven met Auschwitz als Gründungsmythos. Zo’n verleden is zo ondraagbaar zwaar dat er niet mee valt te leven, laat staan een toekomst mee valt op te bouwen. Een individu en een volk hebben een paar lichtpuntjes nodig. Verzetsorganisaties als de Weiße Rose en de groep rond Von Stauffenberg boden dat licht.

Maar eerlijk is eerlijk: de graaf was geen democraat. Hij was een edelman, gevormd door de dichter Stefan George, die een erg elitaire visie op de werkelijkheid uitdroeg. (Robert Norton schreef een gedegen biografie, Secret Germany.) George had gemeend dat er een “geheim Duitsland” bestond, een geestelijke adel die zou zijn ontstaan door een fusie van het beste wat Grieks en Germaans was, en die de weg moest bereiden voor een beter politiek en maatschappelijk systeem, “das neue Reich”. Hoe dat vorm moest krijgen, lijkt in de Kreis rond George geen gespreksthema te zijn geweest, maar het moge duidelijk zijn dat “das neue Reich” een wegbereider was van het Derde Rijk. Het beroemde gedicht over de Widerchrist, dat wel wordt gelezen als afwijzing van Hitler, dateert overigens uit 1907.

Lees verder “Eedaflegging”

Henoch & andere goddelijke komedies

Dantes visioen van de verschillende hemels, teruggaand op Henoch

Ik beken dat er hele weken, ja hele maanden voorbij gaan zonder dat ik denk aan het kleine antieke geschrift dat bekendstaat als de Openbaring van Paulus. Sterker nog, tot gisteren had ik niet gehoord van deze gnostische tekst, die in 1945 is gevonden in het Egyptische Nag Hammadi. En dat was jammer.

Maar we beginnen niet met een obscure tekst uit de Egyptische woestijn, maar met een heel wat bekender stuk literatuur: de Goddelijke komedie van Dante. In dit tussen 1308 en 1321 gepubliceerde gedicht vertelt de ik-figuur hoe hij een visioen heeft waarin hij afdaalt in de hel en vervolgens via de louteringsberg opstijgt naar de hemel. Onderweg ontmoet hij allerlei mensen, die vertellen waarom zij worden gestraft of beloond. Tegelijkertijd wordt de filosofie van Thomas van Aquino uitgelegd. In de hel en op de louteringsberg heeft Dante als gids de Romeinse dichter Vergilius, en er is wel aangenomen dat de Florentijnse auteur op het idee van zijn werk is gekomen door lezing van de Aeneis, waarin de held afdaalt in de Onderwereld.

Lees verder “Henoch & andere goddelijke komedies”