
[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme, het Mohisme en de School van de Namen behandelt hij dit najaar het taoïsme. Het eerste blogje in deze reeks was hier.]
Het volk, de heerser en de wijze
De tekst van de Daodejing draait om drie rollen: die van het volk, van de heerser en van de wijze. Het volk is lijdzaam, emotioneel, gericht op de behoeften en geneugten, en reageert op wat gebeurt. Verder is en blijft het onwetend. Ook een heerser tast vaak in het duister. De wijze bekijkt hem meewarig, en adviseert hem hoe hij het best kan handelen.
Uiteraard vereenzelvigt de tekst van de Daodejing zich met de wijze. Die bezit zijn wijsheid uiteraard omdat hij kennis heeft van de dao. Zijn adviezen aan alle mensen hebben we al gezien, al weet de wijze dat maar weinig mensen hem zullen begrijpen, en zelfs om hem zullen lachen. (Het volk blijft immers kortzichtig en onwetend.) Wat is dan zijn advies aan de heerser?
Advies aan heersers
Om te beginnen: stel weinig wetten op, want veel en ingewikkelde wetten zorgen er alleen maar voor dat mensen handig worden in het ontwijken en overtreden daarvan. Als je alles gaat controleren ondermijn je de solidariteit en samenwerking.
Verder: stimuleer geen luxe, niet bij het volk, niet aan het hof en niet bij de elite. Leg geen zware belastingen op, maar neem weg waar een teveel is, en vul aan waar te weinig is. Zorg ervoor dat er altijd goede voorraden zijn: een goede heerser treft altijd tijdig voorzieningen.
Als het volk allerlei ideeën heeft, wordt het lastig om het te besturen. Houd het volk daarom liever eenvoudig en tevreden. Ook de heerser zelf kan maar beter niet teveel vaste ideeën te hebben. Idealisme is al snel schadelijk. Doe alles voorzichtig en bedachtzaam, en ga niet tegen de natuur van de dingen in, dan gaat het goed. Grote dingen worden bereikt door klein te beginnen.
Begin geen oorlogen. Als een groot land een klein land onderwerpt, zal het kleine land binnen het grote land blijven bestaan, en daar uiteindelijk kunnen overheersen. Een grote staat kan zich beter nederig opstellen tegenover een kleine staat, om zo het vertrouwen te winnen, zodat het goede van de kleine staat naar de grote staat toestroomt.
Een heerser die geen tirannieke maatregelen oplegt hoeft het volk niet te vrezen. De beste heerser is bescheiden. Door zich bescheiden en zelfs ondergeschikt op te stellen naar zijn buurlanden, hoeft hij ook zijn vijanden niet te vrezen.
Bescheidenheid tekent ook goed binnenlands beleid. De beste heerser is niet de heerser die geliefd is, maar de heerser die door het volk nauwelijks opgemerkt wordt.
Het taoïstisch Utopia
Aan het einde van de Daodejing wordt het beeld van een taoïstische samenleving geschetst: een klein land met weinig bewoners, een simpele manier van leven, en een ongecompliceerde autarkie.
De bewoners zijn tevreden met hun huizen en hun simpele gebruiken. Ze hebben wapens, maar gebruiken ze niet. Ze hebben wagens en boten, maar reizen niet. De buurlanden liggen binnen zicht- en gehoorafstand, men hoort de honden blaffen en de hanen kraaien, maar de bewoners van die landen voelen tot het eind van hun dagen de behoefte niet om elkaar op te zoeken.
De Daodejing in onze tijd
De Daodejing is een boek van weinig woorden. Dat is juist de kracht. Het kent geen geboden, maar het staat vol tips die tot op de dag van vandaag kunnen inspireren. Natuurlijk in China, zowel in de eigen filosofische cultuur die we het taoïsme noemen, als in andere Chinese scholen van het denken; daarover gaan we het in deze serie nog uitgebreid hebben. Maar ook buiten China heeft de Daodejing veel mensen geïnspireerd, wat alleen al mag blijken uit het feit dat het een van de meest vertaalde boeken ooit is.
In de moderne westerse cultuur wordt de Daodejing omarmd door de New Age beweging. De Beatles citeren uit het boek in “The Inner Light”.
Without going out of my door
I can know all things on earth.
Without looking out of my window
I can know all ways of heaven.
The farther one travels
the less one knows.
– overigens op een achtergrond van muziek uit India. Wijsheden uit de Daodejing worden in yogascholen en westerse meditatiecentra dan ook zonder veel omhaal met concepten uit de filosofieën van India gecombineerd. Maar de Daodejing wordt ook impliciet en expliciet gebruikt in zelfhulpboeken en managementboeken over eigen effectiviteit.
Er wordt zelfs beweerd dat de liberale economische laissez-fairepolitiek zou zijn ontstaan door inspiratie uit het taoïsme. Dat zou goed kunnen, maar er is ten eerste geen hard bewijs voor, en ten tweede zijn die liberalen dan selectief geweest in wat ze ervan overnamen, want “wegnemen waar teveel is” is er in de liberale economische theorie natuurlijk niet bij.
Terug naar ons verhaal over de filosofie van het oude China vinden we veel van de Daodejing terug in het tweede grote taoïstische werk: de Zhuangzi. Dit heeft echter een heel andere vorm en karakter. Ik bespreek het in een volgende serie.
[Dank je wel Kees! Deze reeks zal later worden vervolgd met een bespreking van de Zhuangzi.]
Zelfde tijdvak
De lol van geschiedenis (2)juli 6, 2012
Broodje aapseptember 12, 2014
De antieke watermolenmei 15, 2025

Ik dank mijn naamgenoot voor het opnieuw boeiende relaas!
Of het ook toepasbaar is in het landsbestuur durf ik niet te beweren, maar m.b.t. een bureaucratie als waar ik mijn werkzame leven heb geploeterd is het advies om zo weinig mogelijk regels op te stellen beslist op zijn plaats. Iedere regel veroorzaakt gesteggel en hoe meer regels, des te meer gesteggel, waardoor in een Pavlov reactie aanvullende regels worden opgesteld, die… etc., ad Infinitum. Onvermijdelijk gevolg: het gezond verstand wordt irrelevant en zie daar: de paarse krokodil is geboren.
Ik kan zo een paar dozijn voorbeelden geven, waaronder zeer wrange. Geprobeerd, maar gedieliet omdat deze reactie veel te lang zou worden en uw lezersoog uitgeput.