Filon van Byblos

De mythe van Baäl en Mut uit Ugarit (Louvre, Parijs)

In de eerste helft van de tweede eeuw na Chr. publiceerde een zekere Filon van Byblos een Geschiedenis van Fenicië. Het werk, dat gebaseerd zou zijn op een ouder overzicht van de oosterse mythologie van een zekere Sanchouniathon, is vrijwel geheel verloren gegaan, maar was bekend aan auteurs als Porfyrios en Eusebius. Als Filon werkelijk toegang heeft gehad tot een overzicht van Fenicische mythen, bieden die fragmenten waardevolle informatie over de Kanaänitische religie. Hier hebben we de verhalen van de priesters van Baäl waartegen de bijbelse profeten het opnamen.

Gruppe versus Albright

Het probleem met Filons Geschiedenis van Fenicië is al lang geleden door de Berlijnse godsdiensthistoricus Otto Gruppe herkend: sommig materiaal oogt eerder Grieks dan oosters en Sanchouniathon zou een verzinsel zijn. Omgekeerd hechtte de Amerikaan William Albright onverkort geloof aan Filons betrouwbaarheid. Daarvoor pleit bijvoorbeeld dat de naam Sanchouniathon ofwel Sknytn, “de god Sakan heeft geschonken”, is gedocumenteerd in de Punische stad Hadrumetum. Veel belangrijker is dat er parallellen zijn met de Kanaänitische mythologie die bekend is geworden met de ontdekking van de kleitabletten uit Ugarit.

Lees verder “Filon van Byblos”

Archeologie van Israël (6): de Intocht

Het paleis van de Egyptische gouverneur in Beth Shean

Zoals de lezer van deze reeks over maximalisme en minimalisme in de archeologie van Israël, die hier begon, inmiddels weet, concentreert de discussie zich op twee vragen. Om te beginnen: is de grootschalige bouwactiviteit tijdens het IJzer IIa toe te schrijven aan koning Salomo, of is zij jonger? Het antwoord gaf ik in mijn vorige stukje: voorlopig lijken grote bouwwerken als de large stone structure in Jerusalem jonger te zijn. De andere vraag is of er archeologisch bewijs is voor de Intocht.

Het standaardverhaal is in de jaren dertig geconstrueerd door W.F. Albright, de vader van wat men destijds “bijbelse archeologie” noemde. Ten tijde van Ramses III (r. 1184-1152) werd Egypte aangevallen door de zogenaamde Zeevolken, waarvan sommige over het water kwamen en andere over het land. Hun aankomst zou de oorzaak zijn geweest van grote veranderingen. Ramses claimt ze te hebben verslagen in 1175. Hij zou echter misschien een veldslag hebben gewonnen, was de redenering, maar een van de groepen zwervende plunderaars bemachtigde toch land in Kanaän. Deze Peleset zijn bekender als Filistijnen en gaven uiteindelijk hun naam aan Palestina. De ondergang van het Egyptische gezag leidde tot chaos en schiep ruimte voor nieuwe nomadenvolken, zoals de Hebreeën, om zich als boeren te vestigen in het bergland.

Lees verder “Archeologie van Israël (6): de Intocht”