Virtueuze cirkel

Robert Seidel, Jäger

Het is even na half negen in de ochtend als ik dit schrijf. Boekhandel Nawijn & Polak, gevestigd op de markt in Apeldoorn, is nog gesloten. Dankzij de zegeningen van het internet heeft men de eerste bestelling van vandaag echter al binnen. Toen ik een half uur geleden wakker werd, las ik namelijk deze boekrecensie, geschreven door Marc van Oostendorp. Dat is geen veilingmeester die over elk boek wat positiefs zegt – hij oordeelde negatief over de graphic novel Max Havelaar – dus ik vertrouw Van Oostendorps oordeel. Omdat hij over Multatuli verknipt, het boek dat hij vanmorgen besprak, heel positief oordeelde, heb ik het ongezien besteld.

Van Oostendorp focust op de samensteller, Chris van de Ven: “een ouderwetse idealist”, iemand die ervan droomt “om de wereld beter te maken” en die, om zo te zeggen, “vanuit de negentiende eeuw een beetje warmte in de twintigste heeft weten te brengen”. Kijk, dat is nou de opsteker die je wil hebben in de vroege ochtend.

Lees verder “Virtueuze cirkel”

Max Havelaar, de graphic novel

De uitdrukking “graphic novel” is populair gemaakt door Will Eisner, die zijn beroemde Contract With God niet wilde typeren als stripverhaal. Het was literatuur. Ik hoef niet uit te leggen dat beeldverhalen niet onderdoen voor de Erkend Grote Klassieke Romans. De Nobelprijs voor de Letteren had best eens mogen gaan naar bijvoorbeeld Art Spiegelman (voor Maus). In Nederland zou Kraut van Peter Pontiac de P.C. Hooftprijs hebben mogen krijgen.

Ik weet niet of ik die onderscheiding zou toekennen aan Multatuli’s Max Havelaar. De graphic novel van Eric Heuvel (die eerder De meimoorden tekende) en Jos van Waterschoot. Dat bedoel ik niet ironisch, in de zin van “eigenlijk weet ik het wél – dit is een slecht boek dat geen onderscheiding verdient”. Ik weet werkelijk niet goed wat ik ervan moet denken, behalve dan dat het project minimaal waardering verdient. Zoveel graphic novels hebben we in ons land nou ook weer niet.

Lees verder “Max Havelaar, de graphic novel”

De lange ij en de korte ei

Het Reitdiep

Ik zat in de eerste klas van de lagere school, dus zeg maar groep drie van wat in Nederland nu de basisschool heet. Daar, op de Olavschool in de Apeldoornse nieuwbouwwijk Zevenhuizen, leerde ik lezen en schrijven van mevrouw Nagelkerke. Ik heb haar vele jaren later, toen ik in een bibliotheek kwam praten over een boek dat ik had geschreven, nog eens ontmoet. Eerlijk gezegd herkende ik haar niet maar het was heel leuk degene terug te zien zonder wie ik überhaupt niet zou hebben kunnen schrijven. Laat staan een boek.

Zoals het met schoolgaande kinderen gaat was ik ook weleens ziek of vond mijn moeder het verstandiger me een dagje thuis te houden. Zo is het dus gekomen dat ik niet aanwezig was toen mevrouw Nagelkerke haar klas het verschil uitlegde tussen de lange ij en de korte ei.

Lees verder “De lange ij en de korte ei”

Op de doorluchtige zege van Groninge

Vondel (Rijksmuseum, Amsterdam)

Op de doorluchtige zege van Groninge

Alias inter caput extulit urbes.

O GRONINGE, pilaer en hooftstadt van de Vriezen,
Van waer begint men best t’ ontvouwen uwen lof?
Uw bouheer Grunus most u tot zijn wijk verkiezen,
Zoo vroegh voor Christus komste, en boude hier zijn hof;
Of liever, zoo men zegt, de broêr van ’t hooft der Franken
Ontworp u arm en slecht. Nu, sestigh jaer geleên
En noch vijfhondert, most gy uwe stichters danken,
Die u bevestighden met toornen, graft en steen.

Maer namaels, aengegroeit in maght en burgeryen,
Ontzaeghtge min ’t gewelt, en proefde menighwerf
Het wisselbaere lot des oorloghs onder ’t stryen,
Doch noit met meer gevaers van ’t uiterste bederf,
Dan toen de Keurvorst en de Vorst van Munster t’zaemen,
Gesterkt met Fransche maght, u vielen op het lijf,
Met gloênde kogelen u overstulpen quamen,
En teffens out, en jongk, en maeght, en man, en wijf
Zich quijtende, noch storm, noch doots gevaer ontzagen,
Tot dat de vyanden verlieten uwen wal,
Na zulck een zwaer verlies, en droeve nederlaegen,
Waerop de zegegalm zich uitspreide overal.

Uw schermheer RAVENHOOFT, hebt gy, naest Godt, te loven
Voor uw behoudenis. Dees terger van de doot
Bewaekte u, tot dat gy het onheil quaemt te boven,
En stont de stormbuy uit van bommen vier en loot.
O GRONINGE, uit het puin en asch en stof verrezen,
Vergeet de weldaet niet, die Godt u heeft bewezen.

Joost van den Vondel

Lees verder “Op de doorluchtige zege van Groninge”

Hoornvlies, gele vlek en pupil

Omdat familieleden mijn huis in Amsterdam gebruiken, zit ik momenteel op het Groningse platteland. Nogal een overgang vanuit de stad, maar afgezien van een zwerm muggen die me uit mijn slaap houdt, is het hier prettig toeven. Mijn gastheer houdt er erg van om alles wat hij gelezen en vernomen heeft met me te delen. Nog voordat we woensdagmorgen onze begroetingen hadden uitgewisseld, verrijkte hij me al met uitleg over het ontstaan van de weegschaal. Dinsdagmorgen leerde ik dat Psyche, de Griekse personificatie van de ziel, op antieke grafreliëfs wordt afgebeeld met vlindervleugels omdat de ziel, analoog aan een vlinder wordende rups, een andere levensfase ingaat. Ik word altijd erg blij van zulke weetjes.

Nog meer interessante dingen: het hoornvlies op ons oog heet zo omdat het na de dood verhardt. Het is dus niet zo’n beste naam. Maar ja, de eerste anatomen moesten hun werk nog doen met misdadigerslijken en konden het hoornvlies nooit bestuderen in levende staat. Dat geldt ook voor de gele vlek, die pas geel wordt nadat de eigenaar is overleden. Het grappige is dat we, hoewel onze woorden de werkelijkheid niet zo goed typeren, er toch prima mee communiceren.

Lees verder “Hoornvlies, gele vlek en pupil”

Messias of messias?

Munt van Bar Kochba (British Museum, Londen)

Even taalfeitje uit de oude doos. Volgens het Spellingsbesluit 1995, meer precies artikel 16.7, onder S, dienden woorden die een aspect van het goddelijke weergaven gespeld te worden met een hoofdletter. Dat bleek lastig bij het maken van het toenmalige Groene Boekje. (Even een misverstand vermijden: het Groene Boekje is niet de spellingswetgeving maar een toelichting, ongeveer zoals Elseviers Belastingalmanak uitleg biedt maar niet de eigenlijke wet is.) De samenstellers van het Groene Boekje hadden bij de uitwerking van deze regel weinig moeite als het ging om uitdrukkingen als “Voorzienigheid” of “Almacht”,  maar ze namen ook het woord “messias” met een hoofdletter op in de woordenlijst.

Dat valt wel te begrijpen: de bekendste messias, Jezus van Nazaret, wordt door christenen niet alleen beschouwd als de in het boek Daniël aangekondigde Mensenzoon die het Laatste Oordeel zal uitspreken, maar ook als de tweede persoon van de Drie-eenheid. Deze messianologie past uitstekend binnen de toenmalige joodse ideeën over een tweede goddelijke macht.

Lees verder “Messias of messias?”

Literaire hoogtepunten

Een boekenkast van vijftien meter hoog (Lootsstraat 34, Amsterdam)

Er was een tijd, niet eens zo lang geleden, dat op hotelkamers nog weleens een Bijbel lag. Die werd goed gelezen; Hunter S. Thompson begint een van zijn boeken met herinneringen aan de hotellectuur van de Openbaring van Johannes, waarvan de verschrikkingen in het niet vallen bij wat hij in de rest van zijn boek zou gaan vertellen. De bijbels werden vaak gestolen, zeer tot vreugde van de organisatie die ze plaatste, de Gideons, aangezien diefstal betekende dat Gods woord in vruchtbare aarde was gevallen. Ze grapten dat de Bijbel het meest gestolen boek ter wereld was.

Bijbels waren niet de enige boeken die je kon aantreffen naast je bed. In een Franse hotelkamer heb ik weleens een boek gevonden met hoogtepunten uit de Franse literatuur. Dat spookt nog steeds door mijn hoofd omdat ik altijd het idee heb te weinig te weten van de Franse cultuur. Een recent bezoek aan Parijs rakelde weer op wat een verlies dat is. Hoe één boek op een hotelkamer je na tientallen jaren nog een schuldcomplex kan bezorgen.

Lees verder “Literaire hoogtepunten”

De catalograaf

Ik denk dat ik iets snap van de passie van catalogusmakers ofwel catalografen. Niet dat ik ooit een catalogus heb vervaardigd, en zeker niet met de moderne digitale systemen, maar ik heb tienduizenden foto’s gemaakt en daarvan heb ik er, werkend in Tresoar in Leeuwarden, twee jaar geleden met een aardige collega 27.000 beschreven om ze in het publieke domein te plaatsen. Je werkt binnen een systeem en daarbinnen zijn nogal eens twijfelgevallen en uitzonderingen; even vaak is er de voldoening als je daarvoor een goede oplossing weet te vinden.

En geloof me of niet: je krijgt er honger van, van al dat puzzelen en peinzen. Ik herinner me de wandelingen van Tresoar naar De Broadsje Bakker, een vast ijkpunt in de dag. Mijn buurtgenote Diana Tjin schrijft in haar derde roman, De catalograaf, over de enorme hoeveelheden eten die catalogusmakers tot zich nemen.

Als ze dat niet zouden doen, zouden ze hun concentratie verliezen en fouten maken. En fouten maken was op hun afdeling een doodzonde, en dus geen optie.

Lees verder “De catalograaf”

Het Teheran van F. Springer

“Het Shayad-monument doemde op. ‘De pik van Arie. Kijk er nog eens goed naar. Die moet een nieuwe naam krijgen.” (p.344)

Er is een romantisch idee over literatuur dat een goede auteur zich onderscheidt van vakbekwame auteurs doordat hij een bepaalde intuïtie bezit die hem of haar doet aanvoelen wat nog belangrijk zal gaan worden. De auteur als profeet: ik weet dat ik me aan obscurantisme te buiten ga. Maar toch: sommige boeken overstijgen de plaats- en tijdgebondenheid van hun auteur. Dan blijkt die aangevoeld te hebben, misschien niet eens bewust, dat er andere visies mogelijk zijn, en een latere generatie ontdekt dat die perspectieven in zo’n boek dan al aanwezig zijn. Teheran, een zwanezang van F. Springer (pseudoniem van C.J. Schneider) is volgens mij zo’n boek.

Springer zelf was niet bepaald positief over de Iraanse Revolutie, die hij meemaakte terwijl hij als diplomaat was gestationeerd in Teheran. Hij zou later opmerken dat hij zelfs niet meer over Iran wilde vliegen en in zijn roman laat hij een Nederlandse diplomaat samenvatten dat de Middeleeuwen op de stad neerdalen. Omdat de revolutie in Teheran, een zwanezang zo negatief wordt beoordeeld, blijft wat mysterieus waarom een van de vrouwelijke personages thuisblijft in Iran en een kans laat lopen zich in veiligheid te brengen.

Lees verder “Het Teheran van F. Springer”