De Grote Rotterdamse Roman

Ik hou van havensteden: Palermo, Iskenderun, Hamburg, Istanbul, Napels, Antwerpen, Thessaloniki, Pula, Sidon… de hele wereld spoelt er aan. Zeg “havenstad” en je hebt het over kosmopolitisme, met alle mooie en lelijke kanten. Dat geldt ook voor Rotterdam: een stad vol mooie moderne architectuur (om een droevige reden), multicultureel, met de grootstedelijke problematiek én de grootstedelijke vrijheid van een wereldhaven. Een stad met humor ook: het is waar ik ooit, kort na de beruchte uitspraak van Geert Wilders, een Marokkaanse marktkoopman hoorde roepen “Marokkaanse sinaasappels, willen jullie meer of minder?!”

Rotterdam treft me steeds opnieuw als de stad waar in Nederland de tegenstellingen het scherpst zijn. Dat maakt het boeiend. Christian Jongeneel, met wie ik aan het Weena weleens een biertje heb gedronken, moet hebben geweten dat hij goud in handen had toen hij zijn stad maakte tot hoofdpersonage van zijn debuutroman Magda is overal. Voeg toe dat Jongeneel als journalist een geroutineerd schrijver is – dit pamflet is viral gegaan – en u weet dat Magda is overal niet mislukken kon.

Lees verder “De Grote Rotterdamse Roman”

Ergerlijke goedheid

1.

Hij dook afgelopen zaterdag weer op in De Multatulileescursus, het wekelijkse stukje dat Marc van Oostendorp wijdt aan het oeuvre van de grootste Nederlandstalige auteur: de wrevel die Multatuli oproept met zijn demonstratieve goedheid. Eduard Douwes Dekker, zoals Multatuli eigenlijk heette, is niet alleen de man die met de koloniale autoriteiten in Batavia op ramkoers ging omdat ze de Javaan uitbuitten en die daar zijn leven lang over is blijven roeptoeteren, maar is ook degene die de betrekkelijke kleinigheid rondbazuinde dat hij een keer alle kinderen op een speelplaats had getrakteerd op een ijsje.

De wrevel die althans ik hierbij voel, werd ook in de negentiende eeuw ervaren maar Multatuli had daar een antwoord op. In de woorden van Van Oostendorp:

Zichzelf zo hoog mogelijke eisen stellen en die hoge eisen dan alvast aan iedereen vertellen alsof ze al werkelijkheid waren, zodat hij niet meer terug kon.

Lees verder “Ergerlijke goedheid”

Gerard Reve in Weert (bis)

Weert, Nieuwe Markt

Ik schreef wel meer over Gerard Reve en ik heb ook al eens geschreven over zijn verblijf in Weert, waar hij in de jaren zeventig een tijdje heeft gewoond en het beroemd geworden gedichtje “Roeping” heeft geschreven. U leest het hier. Het is gewijd aan de Zusters van Liefde, die in een appartement naast hem woonden. De tekst is in een gedenksteen aangebracht op de Nieuwe Markt.

Reve woonde in het huis aan de Nieuwe Markt 12. Op de foto hierboven is dat middenin, recht boven de leegstaande winkelruimte, ongeveer achter de lantaarnpaal. Ik vroeg me af of de in het gedicht vermelde zusters op nummer 10 (boven het blauwe zonnescherm) of nummer 14 (boven het huis van Reve) hadden gewoond en besloot het eens te vragen in het winkeltje met het oranje zonnescherm. Ik had trouwens toch zin in wat sinaasappelsap, dus dat kwam goed uit.

Lees verder “Gerard Reve in Weert (bis)”

De Multatuli Leesclub

Multatuli (portretbuste in het Multatulimuseum)

Willem Frederik Hermans schreef eens dat Multatuli de enige Nederlandse auteur is die ruim anderhalve eeuw interessant is gebleven. Inmiddels is dat alweer bijna twee eeuwen en als u nog nooit iets van Multatuli hebt gelezen, adviseer ik u te beginnen met Woutertje Pieterse. De digitale versie vindt u hier.

Houdt u meer van papieren boeken, dan zijn er de twee door Jan Kruis geïllustreerde delen en is er bovendien een versie die is hertaald door Ivo de Wijs. Die voegde bovendien een mooi einde toe aan het onvoltooide meesterwerk, een einde dat mij een tijdje geleden deed omfietsen naar Steyl. Het is een kwestie van belangstelling welke van de twee edities het geschiktste voor u is; mocht het u boeien dan is daar mijn bespreking van de twee Wouters.

Ik zou u voor een eerste begin ook het hilarische “De zegen Gods door Waterloo” kunnen aanraden. Cabaretesk geouwehoer van de korte baan, zeker, maar wel geouwehoer dat ergens over gáát.

Lees verder “De Multatuli Leesclub”

Literaire quiz (4)

Vandaag een nieuwe aflevering in mijn kleine reeks literaire quizzen, waarin ik u laat raden welk boek wordt geïllustreerd door een foto (één, twee, drie). Welbeschouwd een rare quiz, want in feite doodt het bij de lectuur van pakweg Heart of Darkness uw fantasie als ik u een foto zou tonen van het gebouw dat Joseph Conrad ertoe bracht een Europese hoofdstad te typeren als een “sepulchral city”. De auteur gebruikte niet voor niets een metafoor, hij wilde een gevoel of een beeld bij u oproepen, hij wilde uw fantasie het werk laten doen.

Van de andere kant: er zijn boeken die echt heel duidelijk een stad tot thema hebben (Ulysses, De stad der wonderen). Harry Mulisch beschrijft ergens het Pantheon als zonnewijzer en dan helpt een foto van dat gebouw wel degelijk. Vandaag een soortgelijke foto: een halteplaats langs een spoorlijn. In welke roman speelt deze plek een belangrijke rol?

Lees verder “Literaire quiz (4)”

Liefdesverklaring

Een boekenkast van vijftien meter hoog (Lootsstraat 34, Amsterdam). Overigens hebben boeken natuurlijk niet zo veel met taal te maken. Ze zijn slechts één van de manieren waarop een taal leeft.

De NASA heeft nooit geantwoord op mijn in puber-Engels geschreven open sollicitatie, dus astronaut werd ik niet. Voor tropenarts had ik het verkeerde vakkenpakket en bij de auditie op de toneelschool bleek ik een te houten klaas. Helaas was ik wel lenig genoeg voor militaire dienst en na die ellende was de keuze tussen Nederlands en geschiedenis.

Het werd het laatste. Eén reden was dat de historici schriftelijke cursussen hadden die ik al kon doen in de kazerne. De andere reden was dat mijn vader leraar Nederlands was en dat je rond je twintigste niet wil lijken op je ouwe heer. Bovendien had ik mijn vader zien afbranden in het middelbaar onderwijs. Geen aantrekkelijk carrièreperspectief. Dus koos ik geschiedenis, meer bepaald de oudheidkunde. Een mooi vak, verrijkt met archeologie en de literatuur van een dozijn oude talen, zodat er om elke hoek altijd iets verbazingwekkends op ontdekking ligt te wachten. Het is echter wel mijn vierde keus en ik overdenk nog weleens wat er zou zijn gebeurd als ik Nederlands had gestudeerd. Een vak dat ik altijd mooi ben blijven vinden.

Lees verder “Liefdesverklaring”

Dat heertje met zijn witte das

HaverSchmidt

Piet Paaltjens, die eigenlijk François HaverSchmidt heette, was vanaf 1859 tot 1862 predikant in het Friese Foudgum, dat ten noordwesten van Dokkum ligt. U leest er hier meer over en zijn woonhuis ziet u daar. Het lijkt erop dat hij hier het centrale gedeelte heeft geschreven van het Oera Linda Boek.

Bij de kerk waar hij voorging staat een klein monumentje met een mooi gedicht dat hij in september 1865 schreef.

Lees verder “Dat heertje met zijn witte das”