De roe

De Willem Frederik Hermans-loopplank in Amsterdam

Voor wie het mocht zijn vergeten: Willem Frederik Hermans was de belangrijkste Nederlandse schrijver uit de pakweg dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog. Helaas heeft hij in zijn geboortestad Amsterdam nooit het respect gekregen dat hij verdiende. Omdat hij in de Apartheidjaren lezingen had verzorgd in Zuid-Afrika, verklaarde de gemeenteraad hem persona non grata. Ik meen me te herinneren dat er zelfs een voorstel heeft gelegen zijn boeken ook maar uit de openbare bibliotheken te halen.

Daar bleef het niet bij. Ik woon een paar blokken van de school waar Hermans ooit heeft leren lezen en schrijven en waar het “Manuscript in een kliniek gevonden” zich afspeelt. Die school is er nog altijd en om zout in de wonde te strooien heeft de gemeente die in haar oneindige sadisme vernoemd naar Annie M.G. Schmidt. Als Amsterdammer schaam ik me dood.

Lees verder “De roe”

Kantelberg

Ceres. Dit is geen asteroïde maar een planetoïde.

Of Engels een mooie taal is, tja. Natuurlijk frons ook ik mijn wenkbrauwen omdat in die taal werkwoorden voor geslachtsgemeenschap met een lijdend voorwerp gaan (“to shag a person”) terwijl je in het Nederlands vrijt met een medewerkend voorwerp. Ik heb desondanks geen hekel aan de taal van onze westerburen. Toch voel ik me wat onbehaaglijk als ik een Engels woord hoor gebruiken waar onze eigen taal een woord heeft dat de zaken beter uitdrukt. Zo’n klein planeetje heet “planetoïde” en geen “asteroïde”. Niet dat ik denk dat met dat laatste woord, dat “stergelijkend” betekent, grote ongelukken gebeuren, maar om nou te zeggen dat het duidelijk is…

Meer verwarring: ik was niet de enige die vorige week opkeek van een persbericht van de Universiteit Leiden waarin de Touwbekercultuur werd aangeduid als “Corded Ware”. Een moment lang denk je dan dat je iets hebt gemist, tot je je realiseert dat het gewoon een oude bekende is uit de Prehistorie. Nog een voorbeeld, gelukkig volkomen onschuldig: de koeien gaan in de lente van de stal naar de weide en daarvandaan naar de zomerweide. Het elegante Nederlandse woord daarvoor – de boer is de dieren aan het “verweiden” – heb ik al zeker vijfendertig jaar niet gehoord. Ik hoor weleens praten over “transhumance” en of mijn filterbubbel in dit opzicht representatief is, dat weet ik niet. Wat ik weer wel weet, is dat ik het Nederlandse woord weleens heb moeten uitleggen.

Lees verder “Kantelberg”

Drs.P.

Drs. P. behoeft geen introductie, maar toch. Hij was de man die met zijn feestelijk gezang de Nederlanders toonde dat poëzie gewoon leuk kon zijn. Hij was een knappe ambachtsman (“overwogen taalgebruik verrijkt het leven”). Hij was de inspirator van de Nederlandse hiphop. En hij was – ik hoop niet dat u mij verwijt dat ik vrijmoedig spreek – een buitengewoon aardige vent. Mocht u de afgelopen halve eeuw op een andere planeet hebben gewoond, dan leest u hier de necrologie die ik ooit aan hem wijdde.

Stik. Ik gebruik het woord “necrologie”. Ik kan er nog altijd niet bij dat de goede doctorandus er niet meer is. Maar vandaag is het, met een zucht van weemoed, alweer twee jaar geleden dat hij afscheid van ons nam.

Jodenbekering

sanders_levis_eerste_kerstfeest

Gisteren is in Nijmegen Ewoud Sanders gepromoveerd, die u wellicht kent als de journalist die elke week op de achterpagina van het NRC Handelsblad een leuk stukje schrijft over de geschiedenis van deze of gene uitdrukking. Hij kan daar zoveel over vertellen omdat hij beschikt over een enorme database van gedigitaliseerde boeken, waaronder titels die nog niet aanwezig zijn in de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren. Ik ken niemand – full disclosure: ik ken hem dus – die beter begrijpt hoe digitalisering de zoektocht naar informatie van karakter heeft doen veranderen. Sanders zijnde Sanders heeft hij ook dáár leuk over geschreven: Slimmer zoeken op het internet.

Zijn zoekvaardigheid moet de nieuwe doctor in de neerlandistiek van pas zijn gekomen bij het schrijven van zijn proefschrift, dat is gewijd aan christelijke jeugdliteratuur over “jodenbekering”: verhalen dus over joodse kinderen die het christendom als religie aanvaarden. Wie mocht denken dat zulke boekjes zeldzaam zijn of behoren tot een ver verleden, vergist zich: Sanders brengt niet minder dan zevenenzestig protestantse en dertien katholieke verhalen in beeld, en de jongste (Izaks zoektocht naar de Vredevorst door C. van Rijswijk) dateert uit 2014. Het jaar erna verscheen de zesde druk van M.H. Karels-Meeuses De zoektocht van Lea, dat gewoon leverbaar is. Het genre is springlevend.

Lees verder “Jodenbekering”

Koekenbakker

koekenbakker

Het zou een uitspraak kunnen zijn van dominee Gremdaat: “‘Zoiets, Koekenbakker, zoiets’: kent u die uitdrukking?” Over die zegswijze heb ik namelijk een vraag. Ze dook laatst op in een discussie op Facebook en al vrij snel vroegen we ons af waar die uitdrukking vandaan kwam. Ik dacht even aan Gerard Reve en vond zelfs een artikel over een gedicht van de Volksschrijver waarin de zegswijze wordt geciteerd, maar niemand wist waar Reve het had gezegd.

Was het misschien Nescio? In De uitvreter wordt de ik-figuur “Koekebakker” genoemd, maar het precieze citaat kon niemand aanwijzen. Kortom, het werd tijd voor een speurtocht op het internet en die leverde ook al niets op, behalve het inzicht dat de uitdrukking vrij algemeen wordt gebruikt, zoals in de genoemde Blog over Reve en op het Viva-forum. Ik legde de vraag voor aan een aardige journalist die de beschikking heeft over een enorm bestand gedigitaliseerde Nederlandse teksten en ook hij kon “Zoiets, Koekenbakker, zoiets” niet vinden, ook niet met spellingsvarianten.

Lees verder “Koekenbakker”