Voor-westerse geschiedenis (7) het “image of limited good”

Alles wat kracht kostte, was te herleiden tot spierkracht (Louvre, Parijs)

Toen ik deze reeks “voor-westers” doopte, was dat enerzijds om aan te geven dat het gaat over een wereld die er was vóórdat het idee van West-Europa ontstond en anderzijds omdat ik het heb over iets wat voorafgaat aan de historische gebeurtenissen – noem het de voorwaarden, de factoren of de omstandigheden die het menselijk handelen beperken en beïnvloeden. Er is nog een derde reden om de periode af te bakenen van de algemene geschiedenis van de westerse wereld: het energiebeheer. Simpel geformuleerd was vrijwel alle energie in de voor-westerse wereld te herleiden tot voedsel. En dat is hoogst problematisch.

Onoverkomelijke grenzen

Neem het geval van de boer die meer wil produceren, dus meer land moet bewerken en dus meer zal moeten ploegen. Dat vergt extra energie en die energie zal de boer moeten halen uit zijn voedsel. Hij zou die beperking kunnen oplossen door een rund of dromedaris voor de ploeg te spannen, maar ook dat dier zal eten. Een aanzienlijk deel van wat méér geproduceerd zou kunnen worden, verdwijnt dus in het arbeidsproces.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (7) het “image of limited good””

De Europese canon (26-30)

De Capitolijnse Musea

Het zevende blogje in de reeks over de Europese historische canon behandelt het tijdperk van de revoluties, zeg maar de achttiende eeuw.

Het museum

Periode: 1734

De Capitolijnse Musea in Rome gelden als het oudste museum ter wereld, al waren er natuurlijk altijd rijke mensen met mooie verzamelingen, die ze graag aan anderen toonden. De collectie op het Capitool, waar het Romeinse stadhuis staat, gaat terug tot 1471, toen paus Sixtus IV een paar bronzen beelden schonk aan de stad. Daar kwam sindsdien een enorme collectie standbeelden en inscripties bij.

Wat in 1734 nieuw was, was dat de stad het museum open stelde voor het publiek. Kunst was niet langer iets van de eigenaren, maar werd het gemeenschappelijk bezit van de mensheid. Het museum bestond ooit uit één vleugel naast het raadhuis, daar kwam al snel een tweede vleugel bij; in de twintigste eeuw annexeerde het museum een aangrenzend paleis en de laatste uitbreiding is een ondergrondse corridor onder het stadhuis. Het beroemdste stuk op het Capitool is de middeleeuwse wolvin.

Lees verder “De Europese canon (26-30)”

De Inka’s (3): goud en aardappelen

Inka-beeldje (Humboldtforum, Berlijn)

[Derde blogje in een vierdelig reeks door Frans Buijs over de Inka’s. Het eerste deel was hier.]

Hoe kwam het dat Atahuallpa zich zo makkelijk liet overrompelen? Om een antwoord te vinden op die vraag gaat Wim Kamerbeek, de auteur van Atahuallpa’s vergissing, eerst te rade bij een ander boek, Zwaarden, paarden en ziektekiemen van Jared Diamond. De Spanjaarden hadden natuurlijk een technologisch overwicht op de Inka’s en ze waren resistent tegen ziekten.

Kennis van de wereld

Maar dat is niet alles. Ze hadden ook een voorsprong op het gebied van kennis. Pizarro kon zelf niet lezen of schrijven, maar hij had een hele cultuur achter zich die dat wel kon. En die al eeuwenlang contact had gehad met de buitenwereld, eerst met Azië en nu met Amerika. De Spanjaarden hadden het Aztekenrijk onder de voet gelopen en hadden dus al ervaring opgedaan met het verkennen en veroveren van de nieuwe wereld.

Lees verder “De Inka’s (3): goud en aardappelen”

Slicher van Bath

Ploeger (Gevelsteen, Stoofsteeg, Amsterdam)

Ik weet dat het volgende voor menigeen grenst aan complete waanzin, maar ik ben de laatste dagen bezig met een boek met de titel De agrarische geschiedenis van West-Europa (500-1850). Het is geschreven door Bernard Slicher van Bath, het is alweer een halve eeuw oud (gepubliceerd in 1960) en het vormt geweldige lectuur.

Wie nu twijfelt aan mijn verstandelijke vermogens heeft grosso modo vermoedelijk wel gelijk, maar eventuele gekte kan niet worden afgeleid uit mijn boekenkeuze. Agrarische geschiedenis is namelijk interessanter dan je zou denken, al helpt het wel als je geschiedenislerares op de middelbare school mw Van der Woude was, wier echtgenote Ad een bekende economisch historicus is geweest; en het helpt ook al als je aan de universiteit een docent heb gehad als de te jong overleden Pieter Willem de Neeve, die zijn fascinatie met de antieke agrarische geschiedenis (die Slicher van Bath niet behandelt) uitstekend aan zijn studenten wist over te dragen. Niet aan zijn collega’s overigens: ik herinner me hoe Henk Versnel bij de herdenking van zijn overlijden een borrel achteroversloeg met de woorden dat hij even wat boeren moest wegspoelen.

Lees verder “Slicher van Bath”