Tacitus’ Germanen (4)

Germania Capta, “de Germanen onderworpen” (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

[Onder de onheilspellende titel In moerassen en donkere wouden heeft de Nijmeegse classicus Vincent Hunink vertalingen samengebracht van alle teksten die de Romeinse historicus Tacitus wijdde aan de Germanen.

Daarover valt een hoop te zeggen. Dit is het vierde van zeven à acht stukjes, waarmee ik u wil verleiden dat boek te lezen. Het is namelijk echt interessante materie. En nee, ik krijg voor deze blogstukjes – net als voor mijn reeksen over de Historia Augusta en Het leven van Apollonius – geen commissie.]

Publius Cornelius Tacitus – over zijn voornaam bestaat onduidelijkheid – stamde uit een rijke familie, misschien uit het zuiden van Frankrijk. Hij werd geboren rond 55 na Chr. en ontving de scholing die destijds paste bij iemand van zijn stand: een redenaarsopleiding. Een heer nam zijn verantwoordelijkheid voor de gemeenschap en speelde een rol in het bestuur van zijn stad of provincie, en moest dus kunnen spreken in het openbaar, zeker als hij hogerop ging en een positie kreeg in het rijksbestuur. De beste scholen waren in Rome en misschien heeft de jonge Tacitus, zo’n veertien jaar oud, het Vierkeizerjaar meegemaakt in de hoofdstad, zodat hij uit ervaring wist wat het betekent als het overheidsgezag instort.

Lees verder “Tacitus’ Germanen (4)” →

Tyrannenmoord (3)

Pertinax (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Pertinax (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik liet u achter met de dood van Commodus die, door gif verzwakt, door een atleet werd gedood. Er waren nu vier mensen op de hoogte van wat was gebeurd in de keizerlijke privévertrekken: om te beginnen zijn maîtresse Marcia; dan de praetoriaanse prefect Laetus; de kamerheer Eclectus; en de atleet, Narcissus. Lang zouden ze het niet stil kunnen houden, want op nieuwjaarsdag zou de keizer de nieuwe consuls moeten verwelkomen.

Het was nu zaak heel snel – een kwestie van uren – een aanvaardbare keizer te zoeken die op 1 januari door iedereen kon worden erkend. “Iedereen”: dat wilde op de zeer korte termijn zeggen dat de nieuwe heerser de steun moest krijgen van de keizerlijke garde in de stad, van de andere veiligheidstroepen en van de Senaat. Het moest dus iemand zijn die én in Rome was én geloofwaardig kon beloven dat de garde haar geld en de senatoren het hun verschuldigde respect zouden krijgen. Op de middellange termijn moest het gaan om iemand die zou kunnen rekenen op de sympathie van de legers. Dit betekende dat het een competente generaal moest zijn, wat voor de lange termijn vanzelfsprekend ook wel praktisch was: graag een keizer die daadwerkelijk iets kón.

Lees verder “Tyrannenmoord (3)” →

Tyrannenmoord (2)

Commodus als Hercules Romanus (Capitolijnse Musea, Rome)

Zolang Commodus een praetoriaanse prefect had gehad die als bliksemafleider kon dienen, was het conflict met de Senaat beheersbaar geweest. Nu hij veel nadrukkelijker het rijk bestuurde en zijn prefect wat op de achtergrond was komen staan, konden de senatoren niet langer denken dat het slechts ’s keizers adjudant was geweest die hen negeerde en betrekkelijke buitenstaanders promoveerde naar mooie posities. Nu was onloochenbaar dat dit het beleid was van de keizer zelf en dat daarin geen verandering zou komen. Dat was onaanvaardbaar en het conflict tussen Senaat en Commodus werd onbeheersbaar.

De keizer realiseerde zich het gevaar en zocht bondgenoten: bij het leger, bij de bevolking. Het laatste betekende, heel simpel, brood en spelen; het eerste betekende dat er iets stoers moest worden gedaan, het liefst een oorlog. (Een van zijn voorgangers, Claudius, had hetzelfde gedaan: de Senaat had overwogen de republiek te herstellen, dus Claudius had steun nodig van het leger en veroverde daarom Brittannië.) Voor Commodus was deze optie niet zo aantrekkelijk omdat hij dan zijn hoofdstad moest verlaten, zodat hij niet kon verhinderen dat de Senaat zonder zijn medeweten zou beraadslagen. Dus koos hij ervoor zichzelf te presenteren als gladiator en als de halfgod Hercules. Zie het plaatje hierboven en de toelichting daar. En het plaatje hieronder.

Lees verder “Tyrannenmoord (2)” →

Apollonios van Tyana (5)

Pythagoras (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het vijfde van twaalf stukjes over de antieke charismatische wijze Apollonios van Tyana, die ik presenteer ter gelegenheid van de verschijning van de door mijn vriendin Simone Mooij gemaakte vertaling van Filostratos’ Leven van Apollonios. Het eerste stukje is hier.]

Apollonios’ biograaf beweert dat hij verschillende werken van de wijze van Tyana heeft gelezen. Het is de moeite waard de publicatielijst te vergelijken met een tiende-eeuwse Byzantijnse encyclopedie, de zogeheten Souda (A 3420).

  1. Filostratos noemt om te beginnen een Hymne aan Mnemosyne, de godin van het geheugen (Leven van Apollonios 1.14).
  2. Filostratos en de Souda noemen allebei Apollonios’ testament (1.3, 7.35), dat zou zijn geschreven in het Ionische dialect van het Grieks.
  3. Alleen Filostratos kent een boek met Pythagorese leerstukken, dat zou zijn in te zien in de bibliotheek van de keizerlijke villa te Antium (8.20).
  4. Misschien is dit boek identiek aan het Leven van Pythagoras dat de Souda vermeldt.
  5. Beide bronnen kennen Apollonios’ Vier boeken over astrologie (3.41).
  6. Ook kennen beide bronnen een boek Over offers (3.41 en 4.19).

Lees verder “Apollonios van Tyana (5)” →