Apollonios van Tyana (5)

Pythagoras (Capitolijnse Musea, Rome) (Als u er Bin Laden in wil herkennen, mag dat ook)

[Dit is het vijfde van elf stukjes over Apollonios van Tyana, die ik presenteer ter gelegenheid van de verschijning van de door mijn vriendin Simone Mooij gemaakte vertaling van FilostratosLeven van Apollonios. Het eerste stukje is hier en literatuur is daar.]

Apollonios’ biograaf beweert dat hij verschillende werken van de wijze van Tyana heeft gelezen. Het is de moeite waard de publicatielijst te vergelijken met een tiende-eeuwse Byzantijnse encyclopedie, de zogeheten Souda (A 3420).

  1. Filostratos noemt om te beginnen een Hymne aan Mnemosyne, de godin van het geheugen (Leven van Apollonios 1.14).
  2. Filostratos en de Souda noemen allebei Apollonios’ testament (1.3, 7.35), dat zou zijn geschreven in het Ionische dialect van het Grieks.
  3. Alleen Filostratos kent een boek met Pythagorese leerstukken, dat zou zijn in te zien in de bibliotheek van de keizerlijke villa te Antium (8.20).
  4. Misschien is dit boek identiek aan het Leven van Pythagoras dat de Souda vermeldt.
  5. Beide bronnen kennen Apollonios’ Vier boeken over astrologie (3.41).
  6. Ook kennen beide bronnen een boek Over offers (3.41 en 4.19).

Het interessantste is het Leven van Pythagoras of Leerstukken van Pythagoras. Het is goed mogelijk dat het gaat om hetzelfde werk: de grenzen van het biografische genre waren destijds anders dan tegenwoordig en het was mogelijk een biografie te verrijken met een uiteenzetting van de opvattingen van de titelheld. De evangeliën en het Leven van Antonius zijn christelijke voorbeelden. Of er, naast het Leven van Apollonios, ook heidense voorbeelden zijn, weet ik niet, maar ze kunnen er heel wel zijn geweest totdat ze door de christelijke kopiisten in de Middeleeuwen werden vergeten.

Een Leven van Pythagoras door een Apollonios was bekend aan twee latere auteurs, Porfyrios van Tyros en Iamblichos van Chalkis. Aangezien de Tyanese Apollonios vanaf de tweede eeuw welbekend was – zie boven – en Porfyrios en Iamblichos geen geboorteplaats noemen voor hun Apollonios, zullen zij wel het Leven van Pythagoras van onze Apollonios hebben gelezen. Immers, als het een andere Apollonios was, dan zouden ze zijn vaderstad wel hebben genoemd om hun zegsman te onderscheiden van diens beroemdere naamgenoot. Het is dus erg onaannemelijk dat zij niet het werk hebben gelezen van de man van Tyana. Helaas is het moeilijk om aan te wijzen welke delen van het oeuvre van Porfyrios en Iamblichos teruggaan op het boek van onze Apollonios.

Filostratos zegt sceptisch te zijn over het bestaan van Apollonios’ boeken Over astrologie. Hij zegt dat ze worden genoemd door de onbetrouwbare Moiragenes en vervolgt met het ijzingwekkende argument dat, aangezien astrologische kennis de menselijke kenvermogens te boven gaat en hij niemand kent die de toekomst uit de baan van de sterren kan voorspellen, hij er ook maar niets over zal zeggen. Het is een manier om je af te maken van onwelgevallige informatie – namelijk dat Apollonios meer een magiër was dan Filostratos zinde.

Het traktaat Over offers heeft zeker bestaan. Filostratos zegt “het boek in vele heiligdommen te hebben gevonden, in vele steden en in vele huizen van wijze mannen” en dat het gaat om een “werk dat waardig is geschreven en het stempel draagt van de auteur”. Het moet Filostratos, die van Apollonios een held wil maken van de Griekse cultuur, pijn hebben gedaan dat het was geschreven in de taal die de wijze van Tyana van huis uit sprak, vrijwel zeker Aramees. Dit is een heel sterke aanwijzing dat het boek echt heeft bestaan – dit is iets dat Filostratos nooit zou hebben verzonnen. We hebben bovendien een citaat, ironisch genoeg in het Grieks, in het al genoemde traktaat van Porfyrios Over de onthouding van vlees, dat wordt geciteerd door de kerkvader Eusebios (Voorbereiding tot het Evangelie 4.13). De strekking ervan is dat de beste manier om de ene transcendente godheid te eren is: ze niet te eren met offers.

Boekomslag
De komende vertaling

Soortgelijke ideeën zijn terug te vinden in Brief 26, aan de priesters van Olympia (“de goden hebben geen offers nodig”), en 27, aan de priesters van Delfi (“de priesters verontreinigen de altaren met bloed”). De notie dat god transcendent is, treffen we ook aan bij andere neo-pythagorese en middenplatoonse filosofen als Numenius van Apamea en Nikomachos van Gerasa. Het idee is vergelijkbaar met de ideeën die we vinden in het Leven van Apollonios 4.30 en in Brief 58, een troostbrief aan de Romeinse gouverneur van Asia, Valerius Festus, die zijn zoon had verloren tijdens zijn ambtsperiode in 82/83.

Met het idee dat god boven de wereld uitstijgt en geen offers nodig heeft, zijn we de historische Apollonios vermoedelijk eindelijk op het spoor.

[Wordt ook morgen weer vervolgd]