
Ik wees er in mijn vorige stukje op dat het project om de limes te maken tot werelderfgoed een omslag vormt in ons denken over de Romeinse tijd in Nederland. Ik behoor tot degenen die de voordelen zien, maar dat betekent niet dat ik blind ben voor de tekortkomingen. Ik noemde het ontbreken van een tweede lijn, waardoor het project onnodig kwetsbaar is voor de onvermijdelijke scepsis. Helaas zijn er meer problemen.
Die hebben te maken met het eenvoudige gegeven dat de limessamenwerking eigenlijk nogal raar is. Het behoort te gaan om de grens van het Romeinse Rijk, maar twee van de belangrijkste militaire locaties in Nederland zijn buitengesloten: Velsen en Aardenburg. Dat komt omdat ze liggen in Noord-Holland en Zeeland, terwijl de limes-samenwerking in handen is van Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland. Daarmee is één ding duidelijk: niet het belang van een adequaat gepresenteerd verleden staat centraal maar iets wat ik, bij gebrek aan beter woord, zal aanduiden als “bestuurlijk gemak”. In dit enorme project, waarin allerlei belangen samenkomen, weegt dus niet het zwaarst dat het publiek belang heeft bij goede informatie.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.