Aristoteles (5): Deductie en inductie

Aristoteles (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Aristoteles staat bekend als wetenschapper, als arts en vooral als filosoof. Zijn invloed op de wijsbegeerte is enorm geweest. In deze reeks bekijken we hem in enig detail. Het eerste deel was hier.]

Gisteren hadden we het over de aristotelische logica. Enkele slimmerds zullen kritiek hebben op het eerste voorbeeld dat we gebruikten, waarin we Sokrates’ sterfelijkheid wilden bewijzen. Ze zullen zeggen: wat als Sokrates nu onverhoopt tot in de eeuwigheid was blijven leven? Hadden we dan moeten concluderen dat hij geen mens is? Of is dan de aanname dat alle mensen sterfelijk zijn onwaar?

Aristoteles gaf toe dat niet alle kennis zomaar gegeven is. Omdat we nooit álle mensen kunnen onderzoeken, kunnen we nooit 100% zeker zijn of werkelijk alle mensen sterfelijk zijn. Zolang we echter nog nooit gehoord hebben van iemand die minstens een aantal decennia ouder dan honderd is geworden en nog altijd leeft, kunnen we ervan uitgaan dat de uitspraak klopt.

Inductie: van het specifieke naar het algemene

Deze redenering verloopt dus niet van algemene kennis naar specifieke uitspraken, maar van specifieke kennis naar algemene uitspraken. Dit proces van veralgemeniseren noemen we inductie.

Lees verder “Aristoteles (5): Deductie en inductie”

Babylonische astronomie

Tablet met een lijst van verduisteringen tussen 518 en 465 v.Chr.

In voorhistorische tijden had de Babylonische oppergod god Marduk het monster Tiamat verslagen. Hij had haar huid als een uitspansel gebruikt om de hemel te doen ontstaan en had de andere lichaamsdelen benut om de aarde, de bergen en wat dies meer te maken. Ook had Marduk de zon, de maan en de sterren geschapen, hun banen langs de hemel getrokken en de ritmes vastgesteld die de eindeloze tijd overzichtelijk maken. Alles zou zich vroeg of laat herhalen.

Zodoende konden mensen weten wat hun te wachten stond, mits ze goed registreerden wat er aan de hemel te lezen was en wat er daadwerkelijk gebeurde. En dus klommen de astronomen van Babylon elke nacht naar de top van de tempeltoren Etemenanki (“het huis van het fundament van de hemel op aarde”, de Bijbelse “Toren van Babel”) middenin de stad om te zien wat er gebeurde. Het resultaat is de enorme collectie kleitabletten in het British Museum die bekendstaat als de Astronomische Dagboeken. Nacht na nacht werd bijgehouden wat er te zien was geweest, dag na dag schreef men op wat er was gebeurd.

Lees verder “Babylonische astronomie”