Babylonische astronomie

Tablet met een lijst van verduisteringen tussen 518 en 465 v.Chr.

In voorhistorische tijden had de Babylonische oppergod god Marduk het monster Tiamat verslagen. Hij had haar huid als een uitspansel gebruikt om de hemel te doen ontstaan en had de andere lichaamsdelen benut om de aarde, de bergen en wat dies meer te maken. Ook had Marduk de zon, de maan en de sterren geschapen, hun banen langs de hemel getrokken en de ritmes vastgesteld die de eindeloze tijd overzichtelijk maken. Alles zou zich vroeg of laat herhalen.

Zodoende konden mensen weten wat hun te wachten stond, mits ze goed registreerden wat er aan de hemel te lezen was en wat er daadwerkelijk gebeurde. En dus klommen de astronomen van Babylon elke nacht naar de top van de tempeltoren Etemenanki (“het huis van het fundament van de hemel op aarde”, de Bijbelse “Toren van Babel”) middenin de stad om te zien wat er gebeurde. Het resultaat is de enorme collectie kleitabletten in het British Museum die bekendstaat als de Astronomische Dagboeken. Nacht na nacht werd bijgehouden wat er te zien was geweest, dag na dag schreef men op wat er was gebeurd.

De astronomen stelden patronen vast. Als er een maansverduistering was, ging er binnen honderd dagen een koning dood. Het kleitablet hierboven bevat een overzicht van verduisteringen tussen 518 en 465; de laatste bleek de dood van de Perzische koning Xerxes te voorspellen.

De standaardvoortekencatalogus is opgegraven in Nineve en ligt momenteel in het Louvre. In een tijd waarin de kansleer nog niet bestond, had men de middelen nog niet om vast te stellen dat het zojuist genoemde maansverduisteringenpatroon altijd klopt en dat er dus feitelijk niets werd voorspeld, maar het zou kinderachtig de Babylonische astronomen daarom als slechte wetenschappers af te doen.

Ik noem ze niet zonder reden “astronomen” en geen “astrologen”, al zou dat best kunnen, want ze wilden de toekomst voorspellen. Maar ik leg vandaag liever de nadruk op het wetenschappelijke aspect van hun werkzaamheden. Hun methode van observatie en deductie is puur wetenschappelijk en ze begrepen ook wat falsificatie was: soms constateerden ze dat een patroon zich niet langer voordeed, en dan werd het uit de voortekencatalogus geschrapt en in een appendix geplaatst.

De onjuiste premisse dat de sterren de toekomst aanduidden en de onvoldoende controle door de kansleer, maken dat het beoogde resultaat, een adequate futurologie, niet werd gehaald. Dat neemt niet weg dat er wel degelijk enkele interessante resultaten werden geboekt, zij het als bijproduct. De Babylonische astronomen wisten de lengte van een synodische maand (de periode tussen twee volle manen) tot op een paar minuten nauwkeurig te berekenen en dat lukte ze ook voor het jaar. Ze wisten maans- en zonsverduisteringen met een zekere precisie te voorspellen, al konden ze niet vaststellen of de verduistering in Babylon zichtbaar zou zijn.

De concreetste toepassing was een bijna perfecte kalender. Men wist dat 235 maanmaanden vrijwel even lang waren als negentien zonnejaren. (Het verschil is maar twee uur.) Dat was voldoende om een kalender te construeren met een cyclus van twaalf jaren van twaalf manen en zeven jaren van dertien manen. Door nu eens de wintermaan addaru en dan weer de zomermaan ululu als schrikkelmaan in te voegen, bereikten ze dat het nieuwe jaar nooit ver voor of na het begin van de astronomische lente begon. Dit systeem is vermoedelijk in 503 v.Chr. de standaardkalender van het Midden-Oosten geworden, en het is nog steeds de basis van de joodse kalender.

Hierbij laat ik het even. Er is meer hier.

[Dit was de vierenveertigste aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

3 gedachtes over “Babylonische astronomie

  1. Zo lang er slechts observaties zijn zonder methodisch onderzoek naar oorzaken op grond waarvan algemeenheden verantwoord en toetsbaar ontdekt zijn, zou ik het toch maar op astrologie houden. Maar met goeie observaties en administratie is niks mis natuurlijk.

  2. MNb

    “want ze wilden de toekomst voorspellen”
    Hier moeten wij niet licht over oordelen. Wij willen dat namelijk ook. Het is bepaald belangrijk om pakweg een jaar van te voren te weten of de één of andere meteoriet op de Aarde in zal slaan. Dergelijke voorspellingen zijn niet wezenlijk anders dan wat de Babyloniërs deden.
    In moderne termen stelden zij blijkbaar een correlatie vast tussen een maansverduistering en het overlijden van een koning. Vind je dat dat raar klinkt? In het disctrict Hannover is er een sterke correlatie tussen het aantal menselijke geboorten en het aantal paartjes broedende ooievaars.
    Wetenschap is nu eenmaal moeilijk.

Reacties zijn gesloten.