Tyfus in Athene

Schedel van Myrtis (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Als de republikein Garibaldi het kon opbrengen koning Victor Emanuel te erkennen als soeverein van het eengeworden Italië, dan moet ik over mijn voorkeuren kunnen stappen en ingaan op een vier keer gedaan verzoek: kan ik niet eens bloggen over epidemieën in de Oudheid?

Natuurlijk kan dat. Eerst de klassieke bron: Thoukydides, die een beroemde beschrijving heeft gegeven van wat – zo is een paar jaar geleden vastgesteld – een uitbraak is geweest van tyfus. Na die “longread” nog wat links, inclusief uitleg van het plaatje hierboven. Morgen zal ik dan uitleggen waarom ik dit soort blogs niet te vaak wil doen.

Maar eerst een van de aangrijpendste teksten uit de Oudheid. Het is 430 v.Chr. en de Archidamische Oorlog, waarin de Spartanen probeerden de macht van Athene te breken, is het tweede jaar ingegaan. Thoukydides heeft net een redevoering gepresenteerd die de politicus Perikles zou hebben gehouden bij de uitvaart van de eerstgevallenen. In feite is dat helemaal geen grafrede maar een lofrede op Athene. Des te harder is het contrast met wat volgt: de beschrijving van een epidemie waarin de Atheners, de zelfbenoemde “school van Hellas”, zich bepaald niet van hun beste zijde laten zien. De vertaling van De Peloponnesische Oorlog 2.47-54 is van M.A. Schwartz.

Lees verder “Tyfus in Athene”

De brug over de Kwai (7)

De moeder en broer van de auteur op een foto die midden 1942 is gemaakt in hun eerste kamp voor burgergeinterneerden. Deze is later als ansicht verstuurd en bereikte de auteur na een jaar in Thailand.
De moeder en broer van de auteur op een foto die midden 1942 is gemaakt in hun eerste kamp voor burgergeïnterneerden. Deze is later als ansicht verstuurd en bereikte de auteur na een jaar in Thailand.

[Deze weken plaats ik op mijn blog het verhaal met de oorlogsherinneringen van dhr Dick van Zoonen. Een overzichtspagina is daar.]

Martonna (zomer 1943)

Na drie maanden Tamarkan was het werk klaar en werden de gevangenen elders ingezet. Met vijfhonderd man gingen we op stap, eerst 60 km met het werktreintje, een soort vrachtwagen op treinwielen, daarna 60 km lopen. We kwamen langs het grote houten viaduct van Wangpo (bestaat nu nog). We liepen 12 tot 15 km per dag met in je rugzak alles wat je bezat. Veel was dat niet. Een half versleten uniform, een slaapzak, een klamboe, een slaapmatje, een paar schoenen, een kussensloop, twee pannetjes, een veldfles, een paar puttee’s (beenwindselen) en een boek. Veel meer zal het niet geweest zijn. Op het werk liep je meestal alleen in afgeknipte uniformbroek met riem, verder niets, meestal ook geen schoenen.

Lees verder “De brug over de Kwai (7)”

Gevaarlijk water

Maquette van de Baden van Caracalla

[Dit is het vierde van een reeks artikelen over het dagelijks leven in het antieke Rome. Het eerste is hier.]

Ruwweg een miljoen mensen dus – maar wat betekent zo’n getal? Om te beginnen moesten ze drinken, en met een kubieke meter water per persoon zat dat op zich wel goed. Helaas was de waterkwaliteit abominabel. Het water, dat in het vulkanische Lazio toch al rijk was aan sulfaat- en fosforverbindingen en andere zware mineralen, stroomde door kilometers lange stenen aquaducten, zodat het buitengewoon kalkrijk was tegen de tijd dat het Rome bereikte. De centimeters dikke kalkafzettingen op de bodem van de aquaductkanalen (‘travertijn’) maken wel duidelijk dat het Romeinse water niet bepaald geweldig was, en inderdaad: uit de schedels die zijn gevonden in bijvoorbeeld Herculaneum blijkt dat de bevolking van Midden-Italië zonder uitzondering leed aan tandsteen en cariës.

Lees verder “Gevaarlijk water”