Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis

Mummieportret (achttiende dynastie)

Men zegt dat geen geringere kunstenaar dan Edgar P. Jacobs zich eens een nacht heeft laten opsluiten in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel. Ik heb het niet gecontroleerd. Het is echter zeker een feit dat zo’n beetje elke Belgische striptekenaar wel ergens een object uit het museum in z’n werk heeft verstopt. U kent Hergé, u kent het beeldje van het gebroken oor en u kent de mummie van Rascar Capac. De museumwinkel verkoopt een aardig boek, Museum in strip. Museumstukken als figuranten in een stripverhaal (1996), waarin tientallen voorbeelden zijn gedocumenteerd.

Die striptekenaars hadden groot gelijk, want er is geen betere plek om inspiratie op te doen. Er is hier van alles te zien, van zo’n standbeeld van Paaseiland tot glaswerk, van islamitische kunst tot een maquette van het oude Rome, van oosterse iconen tot precolumbiaans aardewerk, met daartussenin dan nog Nervische munten, een totempaal en gobelins. Binnenkort gaan nieuwe afdelingen open over gebruiksvoorwerpen uit de negentiende eeuw en over de Belgische art nouveau en art deco. Je kunt in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis moeiteloos een dag dwalen, en het fijne is: anders dan in het Louvre blijft het overzichtelijk.

Lees verder “Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis”

Niets (en dat is niet erg)

De piramide van Cheops

Een verhaal uit de jaren tachtig: een Franse architect leest Blake en Mortimer en het Geheim van de Grote Piramide. Genieten natuurlijk, maar hij stoort zich een beetje aan de tekeningen van het interieur van opgemeld bouwwerk. Met zijn architectenoog ziet hij dat je zo niet bouwt. Hij schrijft dus een briefje naar de tekenaar, Edgar P. Jacobs, die terugschrijft dat hij zich goed heeft gedocumenteerd en dat hij precies heeft nagetekend wat hij op foto’s heeft gezien. De Franse architect is stomverbaasd en meldt een archeoloog dat er in de Grote Piramide onbekende vertrekken moeten zijn. Het is de enige verklaring voor de wijze waarop de piramide is gebouwd.

Dat vormt het begin van een speurtocht waar we sindsdien meer van hebben gehoord. Nu eens is het een robotkarretje dat door een luchtschacht rijdt, dan weer horen we over een verfijnde boor die door een muur is gegaan en – toen de onderzoekers de boorkop onderzochten – vaststelde dat de muur beschilderd moest zijn geweest. Er is al jaren onderzoek naar onbekende ruimtes in de Grote Piramide en de ontdekking, eergisteren aangekondigd, van een grote onbekende ruimte past in dat plaatje. Er is dus weinig nieuws ontdekt.

Lees verder “Niets (en dat is niet erg)”

Blake en Mortimer

Uit
Blake en Mortimer in “De valstrik”

Aan het begin van het stripalbum De valstrik van Edgar P. Jacobs ontvangt de held, professor Mortimer, een brief van zijn aartsvijand, Miloch, die hem het geheim toevertrouwt van een fantastische uitvinding. Hij verklaart het curieuze aanbod als volgt:

U was mijn vijand, maar U was een loyale vijand. Uw karakter beviel me, evenals uw kennis, die zeer uitgebreid is. U bent waardig mijn erfgenaam te zijn.

Mortimers beste vriend, kapitein Blake, suggereert de professor om te wachten alvorens het geschenk aan te nemen, en de lezer weet dat dit de beste raad is, maar Mortimer stort zich onvervaard in het avontuur. Gelukkig maar, want het levert een buitengewoon onderhoudend stripverhaal op, zelfs al dateert het uit 1962 en is het ruim een halve eeuw oud.

Waarom blijven de stripverhalen over Blake en Mortimer – die in feite vooral over de laatste gaan – zo boeiend? Waarom zijn allerlei Belgische stripkunstenaars na de dood van Edgar P. Jacobs, doorgegaan met de reeks?

Lees verder “Blake en Mortimer”