
Men zegt dat geen geringere kunstenaar dan Edgar P. Jacobs zich eens een nacht heeft laten opsluiten in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel. Ik heb het niet gecontroleerd. Het is echter zeker een feit dat zo’n beetje elke Belgische striptekenaar wel ergens een object uit het museum in z’n werk heeft verstopt. U kent Hergé, u kent het beeldje van het gebroken oor en u kent de mummie van Rascar Capac. De museumwinkel verkoopt een aardig boek, Museum in strip. Museumstukken als figuranten in een stripverhaal (1996), waarin tientallen voorbeelden zijn gedocumenteerd.
Die striptekenaars hadden groot gelijk, want er is geen betere plek om inspiratie op te doen. Er is hier van alles te zien, van zo’n standbeeld van Paaseiland tot glaswerk, van islamitische kunst tot een maquette van het oude Rome, van oosterse iconen tot precolumbiaans aardewerk, met daartussenin dan nog Nervische munten, een totempaal en gobelins. Binnenkort gaan nieuwe afdelingen open over gebruiksvoorwerpen uit de negentiende eeuw en over de Belgische art nouveau en art deco. Je kunt in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis moeiteloos een dag dwalen, en het fijne is: anders dan in het Louvre blijft het overzichtelijk.


Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.