Artificiële intelligentie

Een door artificiële intelligentie (Stable Diffusion) gemaakte afbeelding van Europa

De berichtgeving over artificiële intelligentie verloopt precies zoals je verwacht. Eerst was er de hype om alles wat allemaal mogelijk was, met columnisten die blij waren dat ze via ChatGPT gebruiksaanwijzingen genereerden voor de reparatie van een keukenapparaat. Daarop volgde de tegen-hype van alle dingen die verkeerd gaan. Over een tijdje, als journalisten zin en onzin hebben leren scheiden, zullen ze evenwicht vinden. Zo gaat het immers altijd.

Ik heb eerder over digitale paleografie, digitale historische taalkunde en Ithaca geschreven, en volgens mij staan daar geen voorbarigheden in, maar er valt meer te vertellen. De crux is natuurlijk dat een computer meer data kan verwerken dan een mens en dat bovendien sneller en zonder vergissingen kan doen. Inmiddels herkennen computers, dankzij de almaar groeiende rekenkracht, patronen die voor mensen niet direct zichtbaar zijn. Daarbij gaat het om twee systemen:

Lees verder “Artificiële intelligentie”

Aristoteles over David Bowie

De “Ludovisi Aristoteles” (Museo Altemps, Rome)

Eén van de meest antieke ideeën waar ik de meeste moeite mee heb, is Aristoteles‘ axioma dat dingen een natuurlijke vorm zouden hebben. Als dat betekent dat een eikel kan uitgroeien tot een eik, heb ik er geen moeite mee, maar het wordt lastiger als de filosoof in de Poetica de toneelstukken van zijn eigen tijd beschouwt als datgene wat altijd de bedoeling is geweest, en de grote tragici van de vijfde eeuw typeert als niets meer dan stappen in de richting van wat het altijd al had moeten zijn.

Voor het moderne gevoel is de vorm van het toneel een afgeleide van de inhoud. Heb je een plot die met twee acteurs kan, dan neem je er twee, zoals in Heijermans’ Brand in de Jongejan; heb je er vier nodig, zoals Sofokles in Oidipous in Kolonos, dan neem je er vier. Er bestaat geen natuurlijke eis dat het er drie zouden moeten zijn.

Lees verder “Aristoteles over David Bowie”