De Europese canon (26-30)

De Capitolijnse Musea

Het zevende blogje in de reeks over de Europese historische canon behandelt het tijdperk van de revoluties, zeg maar de achttiende eeuw.

Het museum

Periode: 1734

De Capitolijnse Musea in Rome gelden als het oudste museum ter wereld, al waren er natuurlijk altijd rijke mensen met mooie verzamelingen, die ze graag aan anderen toonden. De collectie op het Capitool, waar het Romeinse stadhuis staat, gaat terug tot 1471, toen paus Sixtus IV een paar bronzen beelden schonk aan de stad. Daar kwam sindsdien een enorme collectie standbeelden en inscripties bij.

Wat in 1734 nieuw was, was dat de stad het museum open stelde voor het publiek. Kunst was niet langer iets van de eigenaren, maar werd het gemeenschappelijk bezit van de mensheid. Het museum bestond ooit uit één vleugel naast het raadhuis, daar kwam al snel een tweede vleugel bij; in de twintigste eeuw annexeerde het museum een aangrenzend paleis en de laatste uitbreiding is een ondergrondse corridor onder het stadhuis. Het beroemdste stuk op het Capitool is de middeleeuwse wolvin.

Lees verder “De Europese canon (26-30)”

Een Europese canon

Cartoon, gezien in het Huis van de Europese Geschiedenis (Brussel)

Het is vandaag de Dag van Europa. Er zal ongetwijfeld wat officieels gebeuren dat me, ofschoon ik me wel degelijk verbonden voel met iets dat groter is dan Nederland, niet wezenlijk interesseert. Toch leek het me leuk er even aandacht aan te besteden – en wel door een lijstje te maken van zaken die de diverse mensen in Europa verbinden. Het is natuurlijk al eerder gedaan, door de onvergetelijke Pieter Steinz (Made in Europe), maar hij gooide een hele kaartenbak om en bood zo méér dan we konden behappen.

Uiteraard is Europa ondefinieerbaar, al liggen sommige thema’s voor de hand: het Vaticaan, de Académie des sciences, het Britse Parlement en de Preußische Kriegsakademie lijken me onbetwistbaar deel uit te maken van de institutionele kern. Turkije en Rusland liggen in de periferie maar horen er zowel geografisch als cultureel bij. Verschijnselen als stadsvorming, migratie en het neoliberalisme horen weliswaar bij Europa maar zijn ook daarbuiten te vinden. Ik zou niet zo snel een temporele afbakening kunnen geven, maar ik denk dat het moment waarop de eenheid van Latijnse taal en de Romeinse cultuur de pluriformiteit van de IJzertijdtalen en -culturen verving, een redelijk startpunt is.

Lees verder “Een Europese canon”

Karl Marx per Whatsapp

Marx en Engels (standbeeld in Berlijn)

De ideeën van de negentiende eeuw zijn nog bij ons: de democratie bijvoorbeeld en de nationale staat zoals geschapen door de politici naar wie de straten zijn vernoemd in uw plaatselijke staatsliedenbuurt. Of de moderne wetenschap met helden als Maxwell, Mendel, Mendeleev alsmede Koch, Cantor en Curie. We groeien met de negentiende eeuw op, leven er nog in en denken dat het niet anders kan. Sommige ideeën hangen we op aan een persoon, zoals de evolutieleer van Charles Darwin, de psychoanalyse van Sigmund Freud en het complex aan ideeën van Karl Marx.

Socioloog, econoom, politicus

Karl Marx was enerzijds socioloog en econoom en anderzijds politicus. Als politicus is hij – of misschien beter: zijn erfgoed – voldoende omstreden om een eerlijke blik op zijn rol als wetenschapper lastig te maken. En let’s face it: hij had het nogal bij het verkeerde eind, want hij meende het einde van het kapitalisme te beschrijven terwijl hij in feite stond aan het begin.

Geen wonder dat schoolkinderen, als ze over Karl Marx moeten schrijven, nogal eens radeloos zijn (“naar mijn mening was die man helemaal niet zo slim”). Eén moeder vroeg me om haar zoon van veertien of vijftien, op wie ik erg ben gesteld, eens te helpen. En zo kwam het dat ik vorige week een treinreis heb benut om per Whatsapp een cursus marxisme te versturen. Kortom: hier zijn Marx en zijn historische context, gereduceerd tot vierendertig appjes.

Lees verder “Karl Marx per Whatsapp”

7.000.000.000, deel 3

Doré’s weergave van de overbevolkte sloppen van Londen in de negentiende eeuw

[Gisteren of vandaag zou deze planeet haar zeven miljardste bewoner erbij hebben gekregen. Een mooie aanleiding om een oud artikel over Robert Malthus, demografie en het ontstaan van de sociale wetenschappen af te stoffen. Dit is het derde deel van een stuk dat in 2007 verscheen in Filosofie en bedrijf. Deel één is hier.]

De empirische basis

Tegenover Malthus’ enorme wetenschappelijke triomf staat een even grote misser. Zijn stelling dat de voedselproductie toeneemt volgens de reeks 1, 2, 3, 4, 5… is namelijk uit de lucht gegrepen. In werkelijkheid blijkt economische groei een grillig proces te zijn, dat zich niet met een eenvoudige of complexe vergelijking laat beschrijven: het ene jaar kan de economie met twee procent groeien, het volgende jaar met een procent krimpen. Malthus zat er dus naast, maar hij kon weinig anders kon doen dan een ongegronde hypothese ventileren, want het voor een gefundeerde analyse benodigde cijfermateriaal was destijds niet beschikbaar.

Lees verder “7.000.000.000, deel 3”