
[Dit is het tweede blogje dat Wim Raven schreef over zijn uitgave van Ǧibrīl ibn Nūḥ. Het eerste was hier en Wims eigen blog is daar.]
De godsbewijzen van Ǧibrīl ibn Nūḥ
Een godsbewijs gaat bij Ǧibrīl ibn Nūḥ meestal als volgt:
- de aandacht wordt gevestigd op iets in de schepping wat bijzonder mooi, doelmatig of complex is.
- vervolgens wordt gezegd dat zoiets toch onmogelijk door toeval zou kunnen ontstaan,
- en dat er dus een intelligente ontwerper achter moet zitten, die het beste met de mensen voor heeft.
Dikwijls wordt er betoogd: wat fijn dat het is zoals het is; het had ook veel slechter, lelijker of onpraktischer kunnen uitpakken, zo in de trant van het moderne liedje: “Ik ben zo blij, ik ben zo blij, dat mijn neus van voren zit en niet opzij.”

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.