
[Dit is het tweede blogje dat Wim Raven schreef over zijn uitgave van Ǧibrīl ibn Nūḥ. Het eerste was hier en Wims eigen blog is daar.]
De godsbewijzen van Ǧibrīl ibn Nūḥ
Een godsbewijs gaat bij Ǧibrīl ibn Nūḥ meestal als volgt:
- de aandacht wordt gevestigd op iets in de schepping wat bijzonder mooi, doelmatig of complex is.
- vervolgens wordt gezegd dat zoiets toch onmogelijk door toeval zou kunnen ontstaan,
- en dat er dus een intelligente ontwerper achter moet zitten, die het beste met de mensen voor heeft.
Dikwijls wordt er betoogd: wat fijn dat het is zoals het is; het had ook veel slechter, lelijker of onpraktischer kunnen uitpakken, zo in de trant van het moderne liedje: “Ik ben zo blij, ik ben zo blij, dat mijn neus van voren zit en niet opzij.”
Zijn godsbewijzen niet al heel lang uit de tijd? In het ontkerstende Europa hebben maar weinig mensen er behoefte aan. In het christelijke Amerika en onder hedendaagse moslims is dat vaak anders. Daar vind je wel mensen die spreken over intelligent design. Maar mij gaat het vooral om het getuigenis dat de tekst aflegt van de cultuuroverdracht in de eerste helft van de negende eeuw in Irak: de kennis van de oude Grieken en Romeinen werd toegankelijk gemaakt voor een publiek dat Arabisch las. Die godsbewijzen gaan namelijk grotendeels terug op teksten uit de Oudheid, of zijn er sterk door geïnspireerd. In mijn commentaar leg ik de nadruk op die antieke herkomst van de tekstjes.
De anus als godsbewijs
Een voorbeeld van zo’n bewijs, mét de oorsprongen in de Oudheid, is de korte tekst over de plaats van de anus in het menselijk lichaam:
Is het geen goede planning bij het bouwen van een huis, de latrine in het meest verborgen deel te plaatsen? Evenzo zie je dat de afvoeropening die bedoeld is voor gebruik aldaar op de meest verborgen plaats van het menselijk lichaam is geplaatst. Zij steekt niet uit aan de achter- of voorkant, maar is verborgen op een donkere plek van het lichaam, waar de bovenbenen samenkomen, en wordt aan het zicht onttrokken door hun vlees. Wanneer aandrang wordt gevoeld naar de latrine te gaan en iemand op de typische manier gaat zitten brengt hij die opening in een verticale positie, klaar voor het neerkomen van de uitwerpselen.
Op het eerste gezicht misschien een wat raar onderwerp, maar in de gehéle schepping blijkt het voortreffelijke ontwerp van de Schepper, ook bij onaanzienlijke dingen.
De Griekse auteur Xenophon schreef al dat de openingen voor de uitscheidingen zo ver mogelijk van de reukorganen weg zijn geplaatst:
kan iemand zich bij zulk een voorbedachte inrichting nog afvragen of zij het werk van toeval is of van ontwerp?
Xenophon leefde van ca.430 tot ca. 354 v.Chr. en was dus polytheïst; toch kende hij al het argument from design. Ook de Romeinse politicus-filosoof Cicero was polytheïst; bij hem vinden we de vergelijking met de plaats van de latrine in het huis:
En zoals architecten de afvoer van huizen naar achteren plaatsen, ver van de ogen en neus van de meesters, omdat die anders onvermijdelijk wat onaangenaam zou zijn, zo heeft de natuur de overeenkomstige lichaamsorganen uit de buurt van de zintuigen verbannen.
De Grieks-Romeinse arts Galenus, die in de tweede eeuw na Chr. leefde, maar geen christen was, had vooral oog voor
het vlees aan de achterkant van de heupen dat bij de mens de uitgang voor de ontlasting bedekt en verbergt.
Elders noemt hij de billen “een bedekking en een sieraad voor de anus.” Deze heidenen dachten aan een schepper-god of aan “de natuur” als schepper. De christen Theodoretus (ca. 393–460) bedoelt natuurlijk wél de christelijke God, waar hij schrijft:
De plaats van uitscheiding, die de ogen kan irriteren, afkeer van voedsel kan opwekken en je misselijk kan maken, heeft Hij ver van de ogen geplaatst en in feite onzichtbaar voor hen gemaakt … door een doorgang aan te brengen tussen de billen.
Het is duidelijk: Ǧibrīl ibn Nūḥ stond in een meer dan duizendjarige traditie. Ik heb vier voorlopers van deze tekst gevonden. Zonder twijfel waren er nog veel meer, en bij andere teksten zijn Aristoteles, Theophrastus, Plinius de Oudere of nog anderen de voorlopers. De traditie werd niet onderbroken door de opkomst van het christendom.
Zelfde tijdvak
De Frankennovember 6, 2015
Islamitisch recht (7) mu’tazilietenjuni 17, 2025
Manicheeërs in Chinajanuari 14, 2026

Xenophon en co negeerden wel dat de speelplaats en de latrine pal naast elkaar liggen.
Mijn favoriet in deze categorie is het Kosmologisch Argument.
Dezelfde casus werd in Delft wel gebruikt om te bewijzen dat de schepper van de mens geen elektrotechniek, werktuigbouw of chemische technologie had gestudeerd, maar civiele techniek: alleen ingenieurs met die achtergrond leggen een smeerpijp dwars door een recreatiegebied.
Waarom zou het onmogelijk zijn dat zoiets bij toeval ontstaat? Het is geen toeval ; willekeurige gen mutaties en dan natuurlijke selectie. Wie zich niet zo aanpast verdwijnt.
De Schepper van Ǧibrīl ibn Nūḥ heeft de andere zoogdieren vergeten – die kun je meestal zo in de kont kijken.
Dat is dikwijls wel het geval, maar denk een aan de staart! Die is multifunctioneel, maar beoogt ook o.a. de anus aan het gezicht te onttrekken.