Kort Irakees (17): De kinderen van Irak

Ik heb de laatste tijd veel geblogd over mijn reis naar Irak. Daarbij wilde ik tonen dat er in dat land méér is dan de zaken die het nieuws steeds halen. De leuke dingen heb ik daarom wat meer aandacht gegeven dan de minder leuke, al heb ik die niet helemaal onvermeld gelaten. Want eerlijk is eerlijk: Irak is een land met problemen. Tirannie, diverse grote oorlogen en overeenkomstige trauma’s. Grote schade aan de natuur. Watertekort. Armoede. Maar vooral: in dit land wonen momenteel honderdduizenden weeskinderen. Het optreden van de zogenaamd Islamitische Staat heeft daaraan nogal bijgedragen. Ik heb iemand ontmoet die het gezin van zijn vermoorde broer erbij had gekregen en ik ontmoette iemand die nu drie gezinnen moest onderhouden.

Honderdduizenden weeskinderen. Zoals – denk ik – de jongen op de foto hierboven. Te midden van het afval stond hij op een brug in Basra lichtgevende ballonnen te verkopen. Ik neem aan dat hij daartoe verplicht is door degenen die hem te eten geven: “zorg dat je wat geld verdient” en “kom pas thuis als je alles hebt verkocht”. Het is niet per se kwade wil van de pleegouders, die er ook niet om hebben gevraagd een tweede gezin te moeten opvoeden. Maar onderwijs zit er voor zulke kinderen niet in.

Lees verder “Kort Irakees (17): De kinderen van Irak”

Boos kind

Kind op weg naar school (reliëf uit Neumagen, nu in het Rheinisches Landesmuseum, Trier)

Op een dag in januari in een onbekend jaar in de tweede of derde eeuw n.Chr. ging een man uit het Egyptische Oxyrhynchos, Theon, op reis naar Alexandrië. Hij zal de boot hebben genomen want het was een reis van ruim 350 kilometer. Eenmaal in de grote stad ontving hij een briefje van zijn zoon, Theon Junior. “Dat heb je fraai gedaan,” liet hij zijn vader weten en hij kondigde aan dat als Senior het nog ’ns zou doen, hij hem nooit meer zou aanspreken, geen hand meer zou geven en niet langer zou groeten. Verder eiste het kind een cadeau en het moest ook werkelijk echt iets wezen, dus vader moest maar een lier sturen. Als ’ie het niet zou doen, zou de zoon stoppen met eten en drinken. Zo, nu wist vader het.

Hieruit valt veel af te leiden. Een handvol fouten maakt duidelijk tegen welke problemen een kind aanliep dat nog schrijven aan het leren was. We ontdekken dat een reis naar Alexandrië een stevige onderneming was, geen kinderspel. We zien dat een kind zijn vader kwaad kon toespreken zonder bang voor straf te hoeven zijn. We leren dat de ouders, die het briefje bewaarden, de charme ervan herkenden. Na een eeuw of achttien herkennen we achter een boos briefje nog steeds de liefde die mensen toen voor elkaar voelden.

Lees verder “Boos kind”

Wat is een god?

Olielampje met Bellerofon (Kunsthistorisch Museum, Wenen)

Ik heb in het verleden weleens geblogd over een meisje dat in mijn buurt opgroeit. Misschien had ik daarover moeten zwijgen want tot mijn grote schrik concludeerde een van de lezers van deze blog dat ik vast heel goed oude verhalen aan kleuters kon vertellen. Binnen de kortste keren moest ik dus kinderen uit groep twee en drie Griekse mythen uitleggen. Plaatjes genoeg, stukje voorgelezen uit Hesiodos, de rest naverteld.

Verder had ik met Hein van Dolens Op naar de Olympos nog een voorleesboek in de aanbieding ten gebruike bij de ouderlijke nazorg. Het voordeel van dat boek is dat het redelijk dicht bij de originelen blijft en zo het mysterie intact laat: het gevoel dat er een prachtige en verbazingwekkende wereld te ontdekken blijft. In veel navertellingen mis ik die dimensie: ze appelleren aan de smaak van een direct publiek, laten niets onduidelijk en laten niets over om je over te verwonderen. (Ik weet dat dit eigenlijk een beetje mystiek klinkt, maar dat zegt minder over de mythen dan over mijn onvermogen kinderlijke verbazing over verrassende schoonheid te verwoorden.)

Lees verder “Wat is een god?”

Geheimpjes

e1

Zoals u weet – en anders moet u het maar nalezen (1, 2, 3, 4, 5) – groeit in mijn omgeving een klein meisje op, dat nu alweer drie-en-half jaar oud is. Een tijdje geleden was ik bij haar op visite en terwijl haar moeder en ik wat zaten bij te praten, zat zij op haar tablet te kijken naar een animatiefilm: Planes.

Op een gegeven moment begonnen de moeder en ik mee te kijken naar het verhaal over een grote race tussen allerlei vliegtuigen. De dames kenden de ontknoping al en besloten dat ze die nog niet aan mij moesten zeggen. Als ik het niet wist, zou ik er immers meer van genieten.

Lees verder “Geheimpjes”

Geschiedenisles

Oom voor de klas

Mijn nichtje houdt van geschiedenis. Ik beken dat ik haar ervan verdenk dat ze haar oom een beetje naar de mond praat, want de meeste mensen ontwikkelen pas een liefde voor het verleden als ze zelf wat verleden beginnen te krijgen. Met andere woorden, als ze herinneren dat de dingen vroeger anders waren dan nu. Van de andere kant, één goede onderwijzer(es) die spannende verhalen vertelt, kan kinderen een blijvende liefde bijbrengen voor het verleden. Ik zal mijn eigen docenten, meneer Jans en mevrouw Van der Woude, nooit vergeten.

Nu ben ik historicus, dus als mijn zus me vraagt of ik iets weet om bij te dragen aan de hobby van mijn nichtje, dan wil ik best helpen. Dat is zo makkelijk echter niet. Stripverhalen als Van nul tot nu hebben zeker hun verdiensten, maar de historische betrouwbaarheid is vaak opgeofferd aan het effect. Daarvoor is soms best iets te zeggen. De verhalen mógen voor kinderen spannend zijn. Ik ben echt geen purist die alléén de historische waarheid op tafel wil hebben. Af en toe mag er best een lokkertje worden ingebouwd. Als een Playmobil-ridder een helm uit de zestiende eeuw draagt, soit. Mijn neefje speelt er graag mee en vindt ridders nu leuk. Dat is een begin.

Lees verder “Geschiedenisles”

Sinterklaas voor inburgeraars

Er kan maar één iemand op deze planeet de oudste mens zijn en maar één iemand de rijkste. Zo is er ook maar één langste persoon op aarde en kan er maar één oom zijn die het leukste neefje heeft. Toevallig ben ik dat.

Twee weken geleden was mijn neefje bij me op visite. Ook een goede vriend was er, en die had zijn echtgenote meegenomen, een Iraanse die nog volop aan het inburgeren is en me elke keer weer verbaast met de snelheid waarmee ze Nederlands leert. Tot ieders vreugde konden neef en echtgenote heel redelijk met elkaar praten en slaagde de inburgeraarster erin zelfs de regels van een Iraans spelletje aan mijn neefje uit te leggen.

Lees verder “Sinterklaas voor inburgeraars”