Misverstand: Cananefaten

De Cananefaten kwamen overal, getuige de grafsteen van Adiutor de Cananefaat (Museum Tipasa)

Zuid-Holland was het woongebied van de Cananefaten, een groep mensen die het huidige Voorburg als hoofdstad had. Vaak wordt beweerd dat de naam van de bewoners van het oude Zuid-Holland zoiets zou betekenen als “konijneneters” of “konijnenvatters”, maar jammer genoeg is er geen archeologisch bewijs dat de diertjes al in de Oudheid door het duingebied huppelden: wilde konijnen leefden toen nog alleen in Spanje en zijn pas in de Middeleeuwen voor het eerst gesignaleerd in de Lage Landen.

In de tweede eeuw na Chr. lijken er overigens wel wat konijnen te zijn geweest, in hokken op de landgoederen van rijke mensen, maar die hebben geen noemenswaardige nakomelingen gehad. Bovendien arriveerden ze te laat om nog als naamgevers te kunnen dienen. De Cananefaten waren hier immers al in de eerste eeuw van de jaartelling.

Lees verder “Misverstand: Cananefaten”

Oorlogskind (23) Naar huis

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader Ben Lendering, die vertelt wat hij als kind in de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Langzamerhand kwam de dag dat we weer terug zouden gaan naar Arnhem. Mijn broer Theo had last van astma, net als mijn moeder. Hij kon ook niet goed tegen de lucht van een boerderij. Daar hangt natuurlijk altijd stof in de lucht van het hooi en stro en dat was heel slecht voor hem. Daarom werd hij op een gegeven moment ondergebracht bij een kennis van mijn vader in Duiven. Ik denk dat mijn vader hem heeft weggebracht op de fiets en dat hij toen gelijk doorgefietst is naar ons huis in Arnhem. Je mocht namelijk niet zomaar terugkeren naar de stad. Daarvoor moest je eerst een vergunning hebben. Tussen de papieren die ik van mijn vader geërfd heb, heb ik dat papiertje ook gevonden. Ik heb het nog steeds.

Het gemeentebestuur van Arnhem moest natuurlijk weten hoeveel mensen er weer in de stad terug waren, want er moest wel voor eten voor al die mensen gezorgd worden. Er waren natuurlijk nog helemaal geen winkels open en bovendien moest het bestuur weten waar al die mensen gingen wonen. Heel veel huizen waren verwoest en de eerste huizen die dan bezet werden, waren de huizen die in de oorlog door de Duitsers bewoond waren geweest of de huizen van de joden die waren weggevoerd.

Lees verder “Oorlogskind (23) Naar huis”

Oorlogskind (6) De trekwagen

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader Ben Lendering, die vertelt wat hij als kind in de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Voordat ik verder ga met mijn verhaal moet ik je eerst iets vertellen wat een jaar eerder was gebeurd.

Ik was een jaar of zes toen we op een morgen van mijn vader hoorde dat hij niet hoefde te werken omdat er gestaakt werd. Ik wist niet wat dat was maar ik snapte wel dat hij thuis bleef. Maar hij vertelde ons wel dat hij iets heel bijzonders ging doen. Nu kon mijn vader heel goed timmeren, want als jongen was hij opgeleid tot timmerman. Uit de schuur haalde hij allemaal planken tevoorschijn en buiten in de tuin ging hij iets maken. Dat kon, want het was heel mooi weer. Ik weet nog dat hij op een gegeven moment boven op het konijnenhok aan het werk was. Achter in de tuin hadden we namelijk altijd konijnen. Die waren niet om mee te spelen, die werden, als ze groot waren, geslacht en opgegeten. Je begrijpt dat wij het nooit leuk vonden als we gras en klaver moesten plukken voor de konijnen.

Lees verder “Oorlogskind (6) De trekwagen”

Oorlogskind (4) De wanmolen

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader Ben Lendering, die vertelt wat hij als kind in de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Het zal in 1943 zijn geweest dat mijn moeder haar eerste stofzuiger kreeg. Zwabber, bezem, stoffer en blik werden minder belangrijk en mama kreeg het een stuk gemakkelijker. Ik geloof niet dat ze direct een nieuwe kreeg, maar dat hij werd overgenomen van iemand anders. Ik zie het apparaat nog voor me: een zware blauw gemoffelde bus met aan de uiteinden verchroomde kappen die met klemmen op de bus werden vastgehouden. Geen wieltjes maar verchroomde beugels: een sleemodel dus. Achter de voorste kap zat de stofzak en achterin kon je zo bij de motor komen. Het grappige van die oude stofzuiger was dat je de zuigslang ook achter de motor kon aankoppelen zodat je er stevig mee kon blazen. Dat zou nog eens goed van pas komen.

In de zomers van die laatste oorlogsjaren werd de voedselvoorziening toch langzamerhand een beetje minder. Niet dat we ooit honger hebben gehad, maar een aanvulling was welkom. In die tijd werd het koren gemaaid met een eenvoudige maaimachine die door een paard werd getrokken, waarna de halmen met de hand werden samengebonden tot bundels die met zes of zeven tegelijk op schoven te drogen werden gezet. De akkers met al die keurig in het gelid staande schoven boden altijd een feestelijke aanblik. Na het maaien was het heel gewoon dat de armen de achterblijvende aren van de akkers kwamen oprapen. Dat was een eeuwenoud gebruik, zelfs in de bijbel kom je dat tegen. Maar in de oorlog werd het ook heel normaal dat groepen stedelingen naar het platteland trokken om op die manier wat graan te bemachtigen.

Lees verder “Oorlogskind (4) De wanmolen”

Bijbellectuur

Dit is natuurlijk geen konijn.
Dit is geen konijn.

Een kennis van me ging met pensioen en besloot, nu hij wat tijd had, de Bijbel eens te lezen. Zoals te verwachten viel, bekwam hem dat slecht en hij is er halverwege mee gestopt. Zijn eerste fout: hij nam de Statenvertaling. Zijn tweede fout: hij begon bij Genesis. Zijn derde fout: hij vergat dat deze bibliotheek niet voor hem was geschreven.

Om met de Statenvertaling te beginnen: die is vier eeuwen oud en ook in hertaling geen toegankelijk Nederlands. Een andere moeilijkheid is dat een moderne lezer al snel struikelt over evidente fouten. Zo wordt het Hebreeuwse woord voor klipdas vertaald met “konijn”. Je hoeft geen biologie te hebben gestudeerd om te weten dat dit dier in het oude Nabije Oosten niet voorkwam. Storend.

Lees verder “Bijbellectuur”