De Mainzer Beobachter (die van Multatuli)

Je heb bloggers en bloggers. Sommigen beperken zich tot één hoofdthema, anderen schrijven over alles wat maar bij ze opkomt. Je moet eens weten hoeveel van die laatsten ergens in hun CV schrijven dat ze over alles een mening klaar hebben liggen. Zou Multatuli in onze tijd leven, hij zou hebben behoord tot die tweede categorie: iemand die over elk onderwerp wel een opiniërend stukje kon schrijven. Pak van Sjaalman.

Dat werd begin 1866 wat lastig, omdat hij gedwongen was Nederland te verlaten. Of beter: hij was wegens openlijke geweldpleging (“het moedwillig toebrengen van slagen … waardoor geene ziekte of beletsel van te werken van langer dan 20 dagen is ontstaan”) veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf en voelde zich te goed om die uit te zitten. Omdat hij, gevlucht naar het Rijnland, geld nodig had, ging hij stukjes schrijven voor de Opregte Haarlemsche Courant: vrij uitgebreide, redelijk betaalde samenvattingen van wat de Duitse kranten zoal te melden hadden. Broodschrijverij dus.

Lees verder “De Mainzer Beobachter (die van Multatuli)” →

De bloggersparadox

Ik heb nu ruim 3200 blogstukjes en ruim twee miljoen woorden geschreven, meestal over de Oudheid. Daarbij kan ik me weleens vergissen, maar trouwe lezers van deze blog weten dat ik ook weleens terugkom op een eerder oordeel en mezelf verbeter. U weet dat ik daarbij geen werkelijke agenda heb, of het moest zijn dat ik wil tonen waarom oudheidkunde een wetenschap is. Volmaakt ben ik allerminst, maar ik probeer naar eer en geweten te schrijven over het onderwerp dat me dierbaar is.

Gek genoeg is het problematisch. U vertrouwt me, maar alleen eerlijke mensen zijn zulk vertrouwen waard. Helaas moet ik, om zo nu en dan een bepaald punt te maken, van tijd tot tijd oneerlijk zijn. Daarin zit iets paradoxaals. En ik kom er niet werkelijk uit.

Lees verder “De bloggersparadox” →

3000+1

Gevelsteen (Egelantiersstraat, Amsterdam)

Dit is een blog. Bloggen is, als journalistiek genre, nog vrijer dan het schrijven van columns. Je mag immers alles en bent niet gehouden aan woordenaantallen. De lezer heeft bovendien de mogelijkheid te antwoorden, wat voor de auteur een prettige manier is om zijn onwetendheid te verminderen. Misschien nog wel het aardigst van bloggen is dat de respondenten belang beginnen te stellen in elkaar, zoals toen vorige week iemand constateerde dat het stukje over zwaartekracht iets zou zijn voor de natuurkundeleraar die hier vroeger weleens antwoordde – hoe was het eigenlijk met hem? Kortom, bloggen is leuk.

Nou ja, meestal. Je moet soms wat alert zijn. Bijvoorbeeld omdat deze blog wat groot aan het worden is. De Livius Nieuwsbrief van gisteren was het 3000e stukje. Afgelopen augustus had ik gemiddeld 2200 lezers per dag en er zijn ook nog ruim 900 mensen die mijn verwarde flarden per e-mail ontvangen. Er liggen inmiddels zo’n 20.000 reacties; de laatste tijd zijn stukjes met twintig, dertig reacties niet ongebruikelijk meer. En daar, beste digitale vrienden, moet ik het vandaag even met u over hebben.

Lees verder “3000+1” →

Pauze

Leiden

Vandaag zet ik tijdelijk een punt achter de Mainzer Beobachter. Niet omdat ik geen zin meer heb. Het is een dierbaar project dat ik over het algemeen ontspannend vind. Uw reacties maken mijn dag doorgaans goed en helpen me bovendien mijn denken wat te scherpen. Niks mis mee.

Alleen: ik heb naast mijn eigenlijke werk momenteel nog twee klussen liggen. Ik zal een “levensbericht” schrijven over de dit voorjaar overleden classica Simone Mooij en ik heb beloofd een boek mee te lezen over de Bataafse Opstand. Beide klussen moeten deze november af. Verder zijn er twee draaidagen voor het filmpjesproject, moet ik op een of andere manier een kapotte computer werkend zien te krijgen en zou ik ook mijn moeder nog eens willen opzoeken. Het helpt niet dat bouwvakkers vanmorgen zijn begonnen met het plaatsen van steigers tegen de achtergevel van mijn huis voor werkzaamheden waarvan ik tot eergisteren niet op de hoogte was.

Lees verder “Pauze” →

Er is er een jarig

Een suovetaurilia: het offer dat de Romeinen elke vijf jaar brachten als ze in een grote volkstelling hun statistieken weer op orde hadden.
Een suovetaurilia: het offer dat de Romeinen elke vijf jaar brachten als ze in een grote volkstelling hun statistieken weer op orde hadden.

Vandaag is het vijf jaar geleden dat deze blog online ging met een krabbel over Don Quichot, waarover ik toevallig binnenkort opnieuw wil schrijven. Na het eerste stukje volgden er nog 2179, ofwel ongeveer zes stukjes per vijf dagen.

Gaandeweg zijn er thema’s ontstaan die steeds terugkeren, zoals de reeks over de museumstukken, die ik zelf het leukst vind. Populair bij de lezers zijn de stukjes over kwakgeschiedenis: onzinnige ideeën over de Oudheid, pseudowetenschap en ondermaats functionerende oudheidkundigen. Ik heb ook gezocht naar de mechanismen waardoor de oudheidkunde zoveel onzin aantrekt, en die stukken beschouw ik als het meest waardevolle van deze website. Ik vatte ze onlangs samen en ik beken dat ik gisteren zat te peinzen of ik ze niet eens moest bundelen in een boek – niet omdat daarin iets nieuws zou staan maar omdat het, eenmaal gepresenteerd als een doorlopend verhaal, wellicht wat meer impact heeft.

Lees verder “Er is er een jarig” →

Jaaroverzicht

Aion-mozaïek (Munchen, glyptotheek)

Nou, laat ik dan ook eens een eindejaarslijstje publiceren. Namelijk dat van deze blog. U kent het nadeel: zo’n lijstje herhaalt slechts wat al vertrouwd is: u waardeert het vooral als ik me boos maak over de neergang van de geesteswetenschappen in het algemeen en de zelfmoord van de oudheidkundige disciplines in het bijzonder. En dat vindt u in dit lijstje allemaal opnieuw. Het voegt niets toe aan uw kennis.

Helemáál zinloos is dit stukje ondertussen niet. Ik vermoedde al langer dat u mijn verkenningen van de Zijderoute en de museumstukkenreeks minder apprecieerde, maar ik kan dat vermoeden nu onderbouwen. In die zin is dit stukje dus niet zonder nut. Maar eerlijk is eerlijk: ik zou u adviseren het onderstaande, dat u al kent, te laten wat het is en in plaats daarvan te klikken op deze en die pagina.

Lees verder “Jaaroverzicht” →

Waarom “Mainzer Beobachter”?

volksfreund
Ook mooi: de Trierischer Volksfreund

Waarom heet deze blog eigenlijk de Mainzer Beobachter? Een vriendin vroeg het me laatst, bij een kopje koffie, in het Haagse theater De Appel. Daarover valt best iets te zeggen.

Mooie krantennamen

De eerste reden is dat ik Duitse krantennamen zo mooi vind. Terwijl wij het moeten doen met vlakke titels als Algemeen Handelsblad, de Volkskrant of de Nieuwe Rotterdamsche Courant, had je in Duitsland tenminste een Neue Rheinische Zeitung, met als ondertitel Organ der Demokratie. Kijk, zo’n krant wil je nou lezen. (Sterker nog: dat deden zoveel mensen dat de autoriteiten deze krant onderscheidden met een publicatieverbod.)

Lees verder “Waarom “Mainzer Beobachter”?” →

Zoekt u maar

Nu ik mijn elfhonderdste stukje op deze kleine blog nader, én omdat december het seizoen is waarin journalistieke gemakzucht zich vertaalt in de beruchte “lijstjes”, én omdat ik even om een écht onderwerp verlegen zit, bied ook ik eens een lijstje. Met welke zoektermen komen mensen op de Mainzer Beobachter? Ik zou graag zeggen dat het allemaal verstokte multatulianen zijn, maar helaas: mijn naam is de meest-gebruikte zoekterm.

Dat ik nogal eens over de Oudheid schrijf, betekent dat mensen me vinden met zoekopdrachten als:

Lees verder “Zoekt u maar” →