De fatale fuik

Aan het einde van haar interview adviseerde Alexandra van Dijk van Buro Brycx mij – en over mijn hoofd heen: u – om het boek De fatale fuik. Achter de schermen van mensenhandel en gedwongen prostitutie in Nederland van Henk Werson te lezen. Dat advies heb ik inmiddels opgevolgd.

Het is namelijk een boek met een zeer actuele thematiek. Momenteel behandelt het parlement de Wet Regulering Prostitutie, die noodzakelijk is om mensenhandel en gedwongen prostitutie (een eufemisme voor verkrachting) te bestrijden. Eén van de voorstellen is dat prostituees zich moeten registreren.

Hoewel de gemeente Utrecht, die daarmee al is begonnen, zich optimistisch betoont over de resultaten, zijn er tevens signalen – onlangs beschreven in het Algemeen Dagblad – dat het middel averechts werkt: wie zich eraan onttrekken kan, onttrekt zich eraan en gaat óf elders werken, óf de illegaliteit in, waar de politie er niet zo gemakkelijk zicht op heeft. Dat wil niet zeggen dat illegale prostitutie geheel onzichtbaar is, want ook illegale prostituees moeten zich op een of andere manier herkenbaar maken aan klanten, en komen zo bij de politie op de radar.

Registratie is een zeer zwaar middel, dat een last legt bij mensen die uit vrije wil een legaal beroep uitoefenen. Dat zou niet nodig moeten zijn. Omgekeerd behoren de misdrijven die door registratie moeten worden aangepakt, tot de ergste die bestaan (hoewel nog gisteren een opvallend lage straf is gegeven).

De vraag is of de kwaal erger is dan het middel, of het middel erger dan de kwaal. Dat kunnen we alleen vaststellen als we weten hoe vaak mensenhandel en gedwongen prostitutie voorkomen. Als het inderdaad gaat om 90% van de sector, een percentage dat wel eens is genoemd, dan is geen middel te zwaar. Als het echter gaat om 8%, wat eveneens wordt genoemd, dan komt de vraag op of registratie niet méér schade toebrengt dan ze oplost. Dat in Utrecht één op de acht registraties voldoende aanleiding was voor aangifte, zegt weinig omdat we niet weten hoeveel mensen zich niet zijn gaan registreren. In feite hebben we niet meer zekerheid dan “tussen de 8 en 90%”. Ofwel: er zijn verschillende dingen gemeten.

Wat de omvang ook zij, mensenhandel en gedwongen prostitutie vormen een extreme misstand, die in een beschaafd land domweg niet hoort voor te komen en die veel meer aandacht verdient. Alleen al om die reden heeft Henk Werson met De fatale fuik een belangrijk boek geschreven.

Een rauw boek ook, dat ik bepaald niet voor mijn plezier las. De kern bestaat uit acht chronologisch geordende case studies met commentaar. Daarop volgen een beknopte geschiedenis van de strijd tegen mensenhandel, waarin de auteur zelf een belangrijke rol heeft gespeeld, en tot slot tachtig pagina’s uitleg van de wetstekst, die vermoedelijk voor mensen in de hulpverlening én voor de slachtoffers die het Nederlands meester zijn – ik vrees: een minderheid – het belangrijkste deel vormen.

De case studies zijn divers, maar er zijn terugkerende thema’s. Eén ervan is zelfs hoopgevend: de politie kreeg in de loop van zestien jaar meer zicht op de problematiek, ging samenwerkingsverbanden in binnen- en buitenland aan en ontwikkelde manieren om het vertrouwen van de slachtoffers te winnen. Daarbij speelden onder andere de door Werson ontwikkelde cursussen een rol, maar ook zulke ogenschijnlijk triviale zaken als een ruimte waar mensen die aangifte komen doen, zich enigszins op hun gemak voelen. Er zijn successen: in de periode die Werson behandelt, nam het aantal slachtoffers dat ervoor koos aangifte te doen, toe van 5 tot 35%.

Een andere rode draad is dat alles aankomt op het ontwikkelen van vertrouwen, een vertrouwen dat bij alle slachtoffers is beschaamd. Ik beken dat ik, voor ik De fatale fuik las, dacht dat de vrouwen die zich laten ronselen om als fotomodel of barmeisje in Nederland te komen werken, toch wel een vermoeden zouden hebben gehad van de diensten die ze nog meer zouden moeten gaan leveren, en dat ze niet helemáál zonder eigen verantwoordelijkheid waren. Werson noemt inderdaad een vrouw die kon weten waaraan ze begon, maar ook zij blijkt zeer selectief te zijn geïnformeerd. Bedrog speelt in alle gevallen een rol en de slachtoffers zullen zich wel drie keer bedenken voor ze weer iemand durven vertrouwen. Zeker als het politie is, die in hun eigen landen vaak corrupt is.

Vaak zal de vertrouwensband tussen slachtoffer en politie gebaseerd moeten zijn op het laatste restje zelfrespect dat de slachtoffers na maandenlange uitbuiting nog hebben. Lezenderwijs kreeg ik grote bewondering voor de vrouwen die in de case studies centraal staan en die zich merendeels opnieuw een plek in de samenleving hebben weten te bevechten. Van haar kant heeft de politie, zo begrijp ik, haar takenpakket moeten verbreden om zo’n vertrouwensband op te bouwen. De politie is vaak meer bezig als hulpverlener dan als recherche, zelfs letterlijk: het bevrijden van iemand uit een moeilijke situatie, of het verhinderen dat iemand uitgebuit zal gaan worden, gaat vóór de opsporing. Lezenderwijs kreeg ik tevens grote bewondering voor het politieapparaat, waar men inzag dat het noodzakelijk was gespecialiseerde politiemensen op te leiden, die in staat waren om te gaan met ernstig getraumatiseerde mensen voor wie het doen van aangifte een nieuwe stap is in een lijdensweg.

Het viel me op dat de aard van de dwang lijkt te veranderen, misschien als gevolg van de groeiende kennis van de politie. Wordt in het eerste hoofdstuk, dat zich afspeelt in de jaren negentig, het slachtoffer aan het werk gehouden met bikkelharde lichamelijke mishandeling, in het laatste en recentste hoofdstuk lezen we over een meisje dat wordt uitgebuit door een loverboy, tegen wie ze geen aangifte wil doen, volhoudend dat ze het werk vrijwillig deed. De dwang lijkt van louter lichamelijk te zijn verschoven naar psychisch, en kan zó effectief zijn dat de slachtoffers zich de eisen hebben geïnternaliseerd.

Al met al documenteert Werson dus wat er gebeurt in de gedwongen prostitutie. De vraag die ik aan het begin van dit stuk stelde, hoe groot het aandeel van de gedwongen prostitutie is in het geheel, kan ook Werson niet beantwoorden. Toch is het boek relevant voor de Wet Regulering Prostitutie, want het boeiendste hoofdstuk (“Chavdar, Iulia & Oana”) gaat over een Turks café waarvan de klanten wisten dat er ook prostituees werkten. Men hoefde daarvoor niet te adverteren.

Dit betekent dat een van de argumenten in de discussie over de wet, dat de politie zicht heeft op de illegale prostitutie omdat ook illegale prostituees voor klanten herkenbaar moeten zijn, nuancering behoeft. Mij lijkt dat een extra reden om heel voorzichtig te zijn alvorens het zware middel van registratie in te zetten.

Mag ik als burger een suggestie doen? Doe eerst meer onderzoek, zodat we de omvang van het probleem begrijpen. En dan bedoel ik niet zomaar onderzoek, maar een écht, groot, alomvattend en grondig onderzoek. Anders gezegd: de politiek moet nu eens voldoende geld ter beschikking stellen.

Het probleem is extreem ernstig, maar het is niet het enige waarmee we rekening moeten houden. Het blijft krom (potentiële) slachtoffers te registreren als je daders zoekt. Het kan werken, maar de benadering is te indirect om te kunnen rekenen op veel draagvlak. Dus werp nu eens drie of vier bankiersbonussen naar een gedegen, alomvattend onderzoek. Pas als je weet hoe groot het probleem is, weet je of de maatregelen proportioneel zijn.

Interview Alexandra van Dijk

buro_brycx

Discussiëren over prostitutiebeleid is zoiets als spreken over religie: menig verondersteld feit is gebaseerd op onbewezen aannames en er wordt een hoop gemoraliseerd. Daardoor is het lastig om beleid te maken. Tot voor kort konden bestuurders zich laten adviseren door veldwerkorganisaties als De Rode Draad, waar men weliswaar ook niet alle feiten kende, maar wel beschikte over een uitgebreid netwerk in de seksbranche en dus beter dan wie ook wist wat er speelde.

In het najaar van 2012 moest het kennis- en informatiecentrum zijn activiteiten staken. Dat is jammer, want wie bijvoorbeeld door het laatst-gepubliceerde rapport, “Sekswerk in 2011”, bladert, ziet dat De Rode Draad op gedegen wijze wist te informeren over een onderwerp waarover moeilijk accurate informatie valt te krijgen. De teloorgang van de organisatie komt bovendien op een heel ongelukkig tijdstip, aangezien de aangepaste versie van de Wet Regulering Prostitutie vóór 1 maart van dit jaar bekend zal worden gemaakt door minister Opstelten.

Lees verder “Interview Alexandra van Dijk”

Ongelukkige prostituees

amsterdam_wallen

Ik kan me niet voorstellen dat een jonge vrouw uit pakweg de Filippijnen op een ochtend opstaat met het idee “Weet je wat? Ik verhuis naar Amsterdam, ik ga daar werken op De Wallen! Seks met dronken toeristen, dat is zeg maar echt mijn ding!” Doordat ik me dit zo slecht kan voorstellen, ben ik er vrij zeker van dat menige vrouw niet voor haar plezier achter de ramen staat. Ik ben er nog zekerder van dat er vrouwenhandel bestaat, want ik heb ooit een Aziatische vrouw gekend die door een bende aan het werk was gezet. Ik ken meer voorbeelden.

Ik ben er echter óók zeker van dat er vrouwen zijn die bewust voor prostitutie kiezen. In een Duitse hotellobby heb ik wel eens gesproken met zo iemand, tot ze het gesprek afbrak omdat een bloedmooie man binnen kwam lopen in wie ze een potentiële klant zag. Ze had me niet veel verteld, maar het was me voldoende duidelijk dat ze haar werk bepaald niet met tegenzin deed. Ook hiervan ken ik meer voorbeelden.

Lees verder “Ongelukkige prostituees”

Exit De Rode Draad

amsterdam_wallen

Het Parool berichtte afgelopen zaterdag dat De Rode Draad, het Nederlandse kennis- en informatiecentrum voor prostitutie, failliet is. Zou ik dat bericht een jaar geleden hebben gelezen, ik zou mijn schouders hebben opgehaald. Ik kende de organisatie uit mijn voormalige stamcafé, De Brakke Grond, waar ik wel eens iets opving als er op zolder een feestje was. Hoewel ik de urgentie onderkende dat er voor mensen in de prostitutie (een kwetsbare beroepsgroep) een vorm van organisatie bestond, en hoewel ik inzag dat een kenniscentrum bitter nodig was, kwam de organisatie op mij nogal onprofessioneel over. Een jaar geleden zou ik hebben begrepen dat de subsidie was stopgezet.

Ik was niet de enige. Dit voorjaar drukte Het Parool een reeks artikelen af over prostitutie, waarin een van Amsterdams prostituees onweersproken kritiek op De Rode Draad mocht uiten. Het zou netjes zijn geweest als de krant weerwoord zou hebben gevraagd, want de beschuldigingen waren zo hard en persoonlijk, dat het “format” van een artikelenreeks best doorbroken had mogen zijn met een kanttekening. Maar blijkbaar deelde de redactie de mening van de schrijfster en achtte men het niet noodzakelijk hoor- en wederhoor toe te passen.

Lees verder “Exit De Rode Draad”

Zusters augustinessen

Augustine_Lateran
De oudste afbeelding van Augustinus (Lateraan).

Vele jaren geleden – nog in het vorige millennium – ontmoette ik een oud-studente van me, die gedwongen in de prostitutie bleek te werken. Ze was afkomstig uit een Aziatisch land, en hoewel ze wat Nederlands sprak, was ze machteloos toen de man die ze dacht te zullen trouwen, bleek te werken voor een bende.

Ik wist bij God niet hoe ik de jonge vrouw moest helpen, tot ik in de Warmoesstraat een van de zusters augustinessen zag wandelen. Elke Amsterdammer kende ze destijds: meestal in een sobere, donkere jurk (“habijt”), met een karakteristiek groengerand hoedje. Wat ze precies deden, wist ik eigenlijk niet, maar wie een klooster betrekt aan de Warmoesstraat, doet dat niet om contemplatieve redenen. Als je daar bent gevestigd, doe je het om hulp te verlenen.

Lees verder “Zusters augustinessen”

Prostitutieplannen (vervolg)

amsterdam_wallen

Op zaterdag 16 juni publiceerde Het Parool een artikel over de plannen van de gemeente Amsterdam om de uitwassen van prostitutie harder aan te pakken. Een van de voorgestelde maatregelen is registratie van prostituees. Naar aanleiding daarvan schreef ik dit blog-artikel, waarin ik wees op het feit dat registratie er in Utrecht toe heeft geleid dat veel prostituees het illegale circuit in zijn gegaan. Ook schreef ik dat het me wat tegenviel dat wethouder Lodewijk Asscher degenen die zijn plannen niet deelden, afdeed als “comfortfeministen”, zonder (althans in de weergave van Het Parool) in te gaan op hun argumenten.

Het blogstuk werd doorgeplaatst naar een andere blog en is door een kleine 1200 mensen gelezen, die er ook op reageerden. Korte tijd later reageerde de wethouder me uit voor een gesprek, dat afgelopen dinsdag plaatsvond. Hieronder een ruwe samenvatting.

Lees verder “Prostitutieplannen (vervolg)”

Prostitutieplannen

amsterdam_wallen

Als u, door welke ongelukkige speling van het lot dan ook, nog nooit de autobiografie van Casanova hebt gelezen, ga dan NU naar de bibliotheek, want u hebt leukere dingen te lezen dan wat ik nu ga schrijven. Het onderstaande is namelijk helemaal niet leuk, terwijl Casanova geestig is, ontroerend, afwisselend, levenslustig en scherpzinnig. Hij is een van die mensen die je sympathiek vindt, ook zonder dat je zijn moraal deelt. Want ja, hij hield van vrouwen.

Eén ervan was een kapster in Rome, die hem op een gegeven moment bekent dat ze niet met haar geliefde kan trouwen, omdat ze (als ik het me goed herinner) geen bruidsschat heeft en zij en haar verloofde de huur niet kunnen opbrengen van het huis dat willen betrekken. Casanova weet raad. Het kapstertje komt elke dag wat eerder, levert een dienst die ook de autobiograaf vermijdt te noemen en brengt daarna het haar in orde van haar klant. Tegen de tijd dat de immer reislustige Casanova Rome verlaat, heeft hij al gezorgd voor een bruidsschat en een huis.

Lees verder “Prostitutieplannen”