Debbie Harry

Debbie Harry

Ik vrees dat als jonge mensen – ik denk concreet aan mijn vriend S. (vijf) – het onderstaande liedje van Blondie zullen horen, ze in het historisch woordenboek moeten opzoeken wat een “phone booth” toch kan zijn geweest. Alles wordt op den duur onbegrijpelijk en dat is maar goed ook, want anders zou er niks overblijven om je over te verbazen. De energie en het enthousiasme van het onderstaande liedje zijn na bijna een halve eeuw echter nog altijd te proeven. In elk geval uw dagelijkse blogger word hier nog altijd heel erg vrolijk van.

Lees verder “Debbie Harry”

1-2-3-4 Ramones

Een paar jaar geleden realiseerde ik me ineens dat de Ramones op mij het effect hebben van een ijsjeswinkel. Ik word er blij van. Veel wist ik echter niet van mijn nieuw-onderkende muzikale voorkeur, dus ik besloot er het een en ander over te lezen: de autobiografie van Johnny Ramone, de herinneringen van de familie van Joey Ramone, het boek waarmee Marky Ramone zich presenteert als dé drummer van de band en het meelijwekkende verhaal van Dee Dee Ramone. Een psychopathische gitarist, een zanger met dwangstoornissen, een alcoholistische drummer en een heroïne-verslaafde bassist. Eeuwig ruzie. De enige normale Ramones waren de eerste en derde drummer Tommy en Richie, die de heksenketel allebei voortijdig vaarwel zegden.

Het zou de heren, die zich graag wat dommer voordeden dan ze waren, bepaald hebben verbijsterd als ze wisten dat ik bij het lezen van de verhalen van Joey en Dee Dee steeds weer moest denken aan de mythe van Prometheus: de Griekse godheid die de mensheid het vuur gaf en daarvoor een lange, pijnlijke straf kreeg. De Ramones vernieuwden de muziek maar Joey en Dee Dee betaalden daarvoor een te hoge persoonlijke prijs. Dat is ook de boodschap van het stripverhaal One, Two, Three, Four Ramones van Bruno Cadène, Xavier Bétacourt en Éric Cartier.

[Hierna wat spoilers.]

Lees verder “1-2-3-4 Ramones”

Bonzo Goes to Bitburg

Op 5 mei 1985 – drieëndertig jaar geleden – brachten Ronald Reagan en Helmut Kohl een bezoek aan het militaire ereveld te Bitburg. Het leek zo’n goed idee: twee politici, één namens de democratische republiek in de voormalige nationaalsocialistische staat en één namens de bevrijders, zouden zich hier symbolisch verzoenen.

Wat helaas over het hoofd was gezien, was dat op Bitburg negenenveertig SS-ers lagen begraven. Er volgde een enorme rel en het werd er niet beter op toen Reagan opmerkte dat de gesneuvelde SS-ers eigenlijk net zo goed oorlogsslachtoffers waren geweest. Alle ophef leidde er – als ik het me goed herinner – uiteindelijk toe dat er geen kransen werden gelegd en dat de verzoening beperkt bleef tot een handdruk.

Lees verder “Bonzo Goes to Bitburg”

Interview met Bert Broodje

Bert Broodje (foto Jan van Breda)
Bert Broodje (foto Jan van Breda)

Zo’n veertig jaar geleden brak de punk door en het Amsterdamse filmmuseum EYE besteedt er aandacht aan met een programma dat FURY! heet. Natuurlijk zijn er films maar daarnaast is er vanaf vanavond (donderdag 26 mei) een expositie van stukken uit de verzameling van Bert Broodje, die de punk trouw is gebleven en er leuk over kan vertellen.

Voor we de vraag stellen die ieder op de lippen brandt – Hoe kom je aan de naam Bert Broodje? – eerst iets anders. Hoe heb je de punk leren kennen?

Ik was al iemand die platen aan het zoeken was, vooral hardrock, glitterrock, dat doe je op die leeftijd. Ik hoorde Johnny Rotten ergens of ik zag het op TV en ik dacht “dit is het!” Een explosie van woede, die man straalde wat uit.

Dat was Johnny Rotten en het kan niet anders dan “Anarchy in the UK” zijn geweest. Toen was ik verkocht en toen was het zoeken: waar kom ik dit tegen?

Lees verder “Interview met Bert Broodje”

Tomorrow the world

Het is volkomen terecht dat alle kranten vol staan over het overlijden van Prince, maar ik vind het toch fijn u eraan te herinneren dat het vandaag veertig jaar geleden is dat de eerste elpee van de Ramones uitkwam. Die heette, heel origineel, Ramones en ik ga u nu niet uitleggen waarom die elpee zo belangrijk was. Dat leest u hier maar. De Volkskrant had er gisteren een mooi stuk over en als andere kranten er eveneens aandacht aan hebben besteed, dan heb ik dat gisteren niet gezien.

Lees verder “Tomorrow the world”

Ramones Family Values (2)

“The Eagles and the Captain and Tennille ruled the airwaves,” zoals Joey Ramone de muziek van de jaren zeventig samenvatte. Ergens in Apeldoorn vond ook ik het drie keer niks, maar in de nieuwbouwwijk Zevenhuizen kregen wij niet mee dat “the Ramones were the answer to that”. Het enige wat we over de muzikale revolutie vernamen was het krantenbericht dat de leden van Blondie na een opgetreden in Paradiso een handdoekenautomaat hadden gemold. Een handdoekenautomaat! Kapot!

Terwijl TopPop ons dwong te luisteren naar de gelikte muziek van Boney M, Earth & Fire en de Village People (alsmede de Eagles en Captain and Tennille), waren de Ramones in New York teruggekeerd naar de basis. Simpele muziek waar je vrolijk van werd. Niet meer, niet minder. “We brought the fun back, which had been absent for years. ” Zanger Joey Ramone was op dat moment al een van de archetypische helden van de punk rock.

Lees verder “Ramones Family Values (2)”

Ramones Family Values (1)

Rock ’n’ roll is leuk zolang het niet pretendeert méér te zijn dan ongecompliceerde pret. Het is muziek waar je vrolijk van wordt en dat is voldoende. Helaas zijn er altijd die denken dat rock een levenshouding vertegenwoordigt: compromisloos jezelf zijn, het verlangen je leven naar eigen inzicht in te richten. De trefwoorden zijn dan “individualisme”, “onafhankelijkheid” en “vrijheid”.

Uit de lucht gegrepen is het niet. Rock-artiesten zijn vaak hyperindividualisten. Ik heb het niet uitgezocht, maar als iemand zou vertellen dat ze lijden aan bindingsangst en beschikken over weinig sociale vaardigheden, neem ik het voetstoots aan. Het imago dat een artiest een spoor van gebroken harten en buitenechtelijke kinderen nalaat, zal wel enigszins corresponderen met de feiten. Een rocker kan geen echtgenoot of vader zijn. Daarvoor is hij te narcistisch of te individualistisch, wat in dit geval neerkomt op hetzelfde.

Lees verder “Ramones Family Values (1)”

Dee Dee Ramone

Mashhad. Ik sta, genietend van het voorjaarszonnetje, op iemand te wachten bij een van de poorten van het mausoleum van Imam Reza, het grootste islamitische heiligdom van Iran (volgens Iraniërs: van de hele wereld). Er heerst een gezellige drukte, waarin er zelfs bij de geestelijken, die meestal lijken te doen wie het ernstigst kan kijken, een ontspannen glimlach vanaf kan. Er klinkt mooie muziek, die bizar contrasteert met het boek dat ik aan het lezen ben: Lobotomy, de autobiografie van Dee Dee Ramone. Ondertitel: Surviving the Ramones.

Het is een alleszins lezenswaardig boek, maar je moet niet alles geloven wat Dee Dee vertelt. Zo herinnert hij zich van zijn solo-elpee Standing in the Spotlight dat de pers het een “great party album” noemde en constateerde dat Dee Dee de Beastie Boys het nakijken gaf. Dit is, zo het al werkelijk is geschreven, niet representatief voor wat andere recensenten schreven: ze kraakten het af als wanproduct.

Lees verder “Dee Dee Ramone”

Johnny Ramone

Ik schreef er een tijdje geleden al over, over de Amerikaanse band The Ramones, die in de jaren zeventig de rockmuziek terugvoerde naar haar wortels: geen eindeloze gitaarsolo’s, geen invloeden vanuit de blues, muzikale eenvoud, een rechttoe-rechtaan-presentatie en een volume waarmee je je ouders op de kast kon jagen. Rock ’n’ roll is in laatste instantie gewoon een vorm van alles-of-niets-heid, die in andere tijden Sturm und Drang zou zijn genoemd.

Dat kan beangstigend overkomen. De broer van Joey Ramone, Mickey Leigh, haalt in zijn boek I slept with Joey Ramone herinneringen op aan het leven van de zanger en vertelt hoe in de buurt waar ze opgroeiden, Forest Hills, in de jaren zestig verschillende bands speelden die grote indruk maakten. Eén daarvan heette The Tangerine Puppets en was waanzinnig populair, maar de kinderen werden gewaarschuwd voor een van de leden, Johnny Cummings. Ofwel Johnny Ramone, die in zijn autobiografie Commando zijn eigen visie geeft op – onder andere – die reputatie.

Lees verder “Johnny Ramone”

The Ramones

Vier disfunctionele, ruziënde muzikanten die eigenlijk ook geen instrument leken te kunnen bespelen. Een zanger met een obsessief compulsieve stoornis, een gewelddadige psychopaat als gitarist, een junkie als bassist en een drummer die op de trommels sloeg omdat niemand anders het deed. Bepaald geen mannen die meisjesharten deden breken: alleen de bassist zag er redelijk uit, de drie anderen waren zo lelijk als de nacht. Kortom, The RamonesJoey, JohnnyDee Dee en Tommy.

Je hoeft op Youtube maar één concert te zien om iets te voelen van de elektriciteit die in de lucht moet hebben gehangen als ze optraden. Kijk maar hier. Het begint schreeuwerig, het eindigt schreeuwerig en daar tussendoor worden in zesentwintig minuten en achttien seconden veertien nummers er doorheen geragd. Op topsnelheid. Het is, vanaf het moment waarop Dee Dee het 1-2-3-4 afvuurt, tot de laatste maten, één brok energie. Ik kan er nog aan toevoegen dat het, toen de tweede drummer, Marky, werd vervangen voor Richie Ramone, nog sneller ging. Pas op hun allerlaatste elpee, toen de heren op weg waren naar de vijftig, ging het tempo iets omlaag.

Lees verder “The Ramones”