Consuls en suffeten

Een suffeet (Nationaal Museum, Tripoli)

De hoogste magistraten in de Romeinse Republiek waren de twee consuls. Hun naam is weleens in verband gebracht met een werkwoord dat zoiets betekent als “samen dansen”, wat dan een verwijzing zou zijn naar een krijgsdans. Misschien is het waar, misschien is het niet waar, en in elk geval is het niet de oudste aanduiding. Ze heetten oorspronkelijk iudices, “rechters”.

Hun ambt is ontstaan, of gegroeid, in de verwarde jaren rond 506 v.Chr. (510 volgens de onjuiste Varroniaanse chronologie). We hebben een verslag in het geschiedwerk van Titus Livius, die vertelt dat koning Tarquinius Superbus in opspraak raakte door een seksschandaal waarbij zijn zoon was betrokken, en dat de Romeinen de koninklijke familie verdreven. Een van de leiders van de opstand was Lucius Junius Brutus, die eerst een andere leider van de opstand uitschakelde, daarmee feitelijk de alleenheerschappij vestigde, en korte tijd later sneuvelde. Op dat moment lijken de Romeinen te hebben gekozen voor twee iudices die één jaar zouden regeren.

Lees verder “Consuls en suffeten”

De slag bij Telamon (2)

Keltische helm uit Chiusi, mogelijk gerelateerd aan de slag bij Telamon (Kunsthistorisch Museum, Boedapest)

In het vorige blogje vertelde ik dat de Romeinen, hadden gehoord dat een enorm leger, de Gaisatiërs (“speerwerpers”), vanuit Gallië naar de Povlakte kwam. Samen met drie Keltische volken die daar al woonden, de Tauriniërs (omgeving Turijn), de Insubres (omgeving Milaan) en de Boiërs (omgeving Bologna), wilden ze optrekken naar het zuiden. “Heel Italië schaarde zich eensgezind aan de zijde van de Romeinen,” zoals de Romeinse geschiedschrijver Quintus Fabius Pictor het verwoordde. We zagen dat zijn jongere Griekse collega Polybios hetzelfde schreef.

Hij kent ook allerlei details, zoals dat de legioenen dit keer bestonden uit 5200 man zware infanterie en 300 ruiters, wat betekent dat ze boventallig waren. Elke consul commandeerde twee legioenen en 15.000 bondgenoten en 2000 ruiters. Consul Lucius Aemilius Papus was in Rimini aan de Adriatische Zee, zijn collega Gaius Atilius Regulus was met schepen op de Tyrrheense Zee.

Met het oog op de noodtoestand kwamen de Sabijnen en Etrusken Rome te hulp: 4000 ruiters en meer dan 50.000 infanteristen. Al deze strijdkrachten brachten ze bijeen en legerden ze als verdedigingsmacht in Etrurië onder aanvoering van een praetor. Van de Umbriërs en Sarsinatiërs uit de Apennijnen werden 20.000 man bijeengebracht en samen met dezen 20.000 Veneten en Cenomanen. (Wereldgeschiedenis 2.24; vert. W. Kassies)

Lees verder “De slag bij Telamon (2)”