
Nee, helaas, het bovenstaande reliëf. dat momenteel te zien is op de Paestum-expositie in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden, is nep. Het is een afgietsel van een reliëf dat ooit deel uitmaakte van een tempel, gewijd aan de Griekse godin Hera, te vinden bij de monding van de rivier de Sele. (Voor de liefhebbers: het is een metope, een onderdeel van het fries op de dwarsbalk van in Dorische stijl gebouwde tempel.) Het reliëf stelt Herakles voor, die de twee Kerkopen meeneemt.
Wie zijn dat nou weer?
In de klassieke traditie verrichtte de halfgod Herakles twaalf min of meer canonieke werken, maar er waren destijds veel meer verhalen in omloop. Eén van de oudste betrof twee kobolden, broertjes, die allerlei kattenkwaad uithaalden. Er was weinig waar ze bang voor waren, al had hun moeder hen gewaarschuwd voor een zekere Melampygos. Toen Herakles op een dag lag te slapen in de schaduw van een boom, probeerden ze zijn wapens te stelen, maar de mannetjesputter werd wakker en hing ze ondersteboven aan een juk over zijn schouders. Zie boven. Terwijl hij ze zo wegvoerde, herkenden ze zijn donkere billen (Grieks: melampygos), waarover ze allerlei grapjes maakten. Daar moest Herakles zo om lachen, dat hij ze maar liet gaan. Sindsdien heet een mannetjesputter in het Grieks een zwartbilman.



Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.