Atheense democratie

De Atheense democratie wordt gekroond op een reliëf uit het Agoramuseum, Athene

De Atheense democratie. Het is zo’n onderwerp waar je als oudhistoricus niet aan kunt ontkomen. Verplicht nummer, ongeveer zoals James Bond een Martini moet bestellen. Het handboek van De Blois en Van der Spek, waarover ik op donderdag regelmatig blog, bevat dus ook een paragraaf. Ik denk te proeven dat de  auteurs die met tegenzin hebben geschreven.

Simpel samengevat is in Athene de macht van de adel op verschillende manieren overgedragen aan een breder gremium. Eerst tekende Drakon de wetten op. Rond 630 v.Chr. deed Kylon  een poging een tyrannie te stichten. Dat mislukte. (Misschien herinnert u zich dat drie jaar geleden enkele skeletten zijn gevonden van mogelijke slachtoffers.) Begin zesde eeuw waren er nieuwe wetten en hervormingen, dit keer op naam van Solon. Daarna vestigde Peisistratos een tyrannie en toen zijn zoon Hippias in 510 v.Chr. na een Spartaanse interventie was verdreven, gaf Kleisthenes extra bevoegdheden aan de Volksvergadering.

Hoe normaal Athene was

Niets van dit alles is niet ook in andere Griekse steden gebeurd. Overal waren er processen van wetgeving (ik noemde Gortyn al eens). Overal waren succesvolle en onsuccesvolle coups. Tyrannie was een gangbare overgangsfase. Overal was het eindresultaat een oligarchie of een democratie. Die laatste vorm is niet uitgevonden in Athene: in Griekenland gingen Achaia en Chios de Atheners voor. Over het oude Nabije Oosten heb ik het nu even niet, want we weten niet zeker of de daar vermelde volksvergaderingen het initiatiefrecht hadden, wat in Chios en Athene wel het geval was.

Waarom het doorgaans uitliep op een oligarchie, waarom het soms uitliep op een democratie en waarom elders archaïsche structuren intact bleven, is interessanter dan de ontwikkeling van de Atheense democratie. De details daarvan zijn niet heel belangrijk.

Trouwens, ook de verhalen die we over de Atheense democratie hebben, zijn niet uitzonderlijk. Ik heb er weleens op gewezen dat in volksverhalen alles tweemaal mislukt en de derde keer slaagt. Zo is ook het verhaal van de coup d’état van Peisistratos gestructureerd. Het is niet bijster aannemelijk dat het werkelijk zo is gegaan, maar dat heeft oudhistorici er niet van weerhouden zelfs jaartallen aan de mislukte staatsgrepen te geven. (En ja, ik heb daaraan ook meegedaan. Namelijk toen ik het register maakte van de Herodotos-vertaling van Hein van Dolen. Als ik er nu over zou schrijven, zou ik de nadruk leggen op het mondelinge karakter van antieke informatie.)

Hoe abnormaal Athene was

Kortom, de ontwikkelingen in Athene waren onvoldoende uniek en de bronnen zijn onvoldoende betrouwbaar om een uitgebreide beschrijving van de ontwikkeling van de Atheense democratie te rechtvaardigen. Dat laat echter onverlet dát die bronnen er zijn. Daaronder is bijvoorbeeld een op naam van Aristoteles overgeleverd, in 1891 in het Egyptische Hermoupolis ontdekte papyrus die bekendstaat als De staatsinstelling van de Atheners. De auteur beschrijft stap voor stap hoe de democratie ontstond, waarbij dit proces is gestructureerd als de groei naar een bepaalde eindvorm. Dat suggereert weinig goeds over de betrouwbaarheid, maar het is wel een belangrijke bron.

Over de ontwikkelingen in Athene weten we mede hierdoor iets en dat kunnen we verder eigenlijk alleen zeggen over Syracuse en, op enige afstand, Sparta en nog wat andere grotere steden. Dat we over een aspect van de Oudheid iets weten, betekent echter niet dat dit aspect ook belangrijk is. Ik verwijs nog eens naar het stuk over de Positivistische Misvatting. De aanwezigheid van informatie vormt echter wél een deelverklaring voor de overmatige aandacht die oudheidkundigen sinds mensenheugenis geven aan Athene.

Die andere democratie

Een tweede verklaring is dat Athene sinds de negentiende eeuw geldt als “die andere democratie”.

In de achttiende eeuw zou iedereen hebben geopteerd voor een gemengde staatsvorm. Denk aan de Amerikaanse checks and balances of de parlementaire constitutionele monarchie van het Verenigd Koninkrijk  der Nederlanden. Democratie gold eeuwenlang niet als ideaal: Athene en de ontaarding van de Franse Revolutie toonden hoe je een staat beter niet kon besturen. In de loop van de negentiende eeuw groeide echter het (mannelijke) electoraat en de Europese democraten gingen Athene anders waarderen. Het hielp dat men sinds Winckelmann al hoog opgaf van de Griekse kunst. Sindsdien wemelt het van de opmerkingen als zou onze democratie zijn ontstaan in Athene.

Toen en nu

Dat is dus onwaar. Ons bestel wortelt niet in de Atheense democratie maar in de middeleeuwse statenvergaderingen en waterschappen. Het belang van de Atheense democratie ligt er dus niet in dat dit een oervorm was van ons eigen bestel. Je mag echter wél de vraag stellen of er overeenkomsten en verschillen zijn tussen onze en die andere democratie. Ik denk dat dat een zinvolle activiteit is, al was het maar omdat een Athener ons bestel niet als democratisch zou herkennen. “Hebben jullie niet het laatste woord over internationale verdragen?” zou hij vragen. “Is jullie rechtspraak niet gedemocratiseerd?” En wellicht: “Betalen jullie de burgers niet om mee te denken?!”

En wij zouden constateren dat een systeem dat het burgerrecht beperkt tot mensen met twee landgenoten als ouders, onmogelijk het gehele volk kan vertegenwoordigen. We zouden ook constateren dat de uitbouw van het democratische bestel zowel in de negentiende eeuw als in de vijfde eeuw v.Chr. samenging met de exploitatie van een imperium. De vraag of correlatie hier overgaat in oorzakelijkheid, is belangrijk. Parallelvraag: is het negentiende-eeuwse koloniale denken over “wij” als beschaafd en “zij” als barbaars, niet een gevolg van een Grieks concept?

Begin en eind

Het is zinvol onze indirecte, parlementaire, constitutionele procedures om een monarchie democratisch te besturen te vergelijken met de praktijken in die andere democratie. Maar als de Oudheid dan eens een keer relevant is, komt de vraag op waarom Een kennismaking met de oude wereld zo gedetailleerd ingaat op de  groei van de Atheense democratie. Eerst acht bladzijden over het ontstaan en later nog eens vier over de verdere ontwikkeling. De Blois en Van der Spek zijn niet de enigen die het accent leggen op ontstaan en verdieping. De Nijmeegse classicus Anton van Hooff legt het eveneens in zijn boek over de Atheense democratie. Het is gangbaar.

Dat accent stamt dus uit de negentiende eeuw. Maar de tijd waarin onze democratie groeide, is voorbij. Onze democratie overleefde sindsdien de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog. En ze wordt sinds de jaren tachtig, toen De Blois en Van der Spek het handboek schreven, van binnenuit bedreigd. Wie anno nu schrijft over die andere democratie, bereikt meer kenniswinst door de nadruk te leggen op de nadagen van Athene. En op het voortleven van de democratische ideeën in een post-democratische tijd. Net als Van Hooff maken De Blois en Van der Spek echter weinig woorden vuil aan het voor ons relevantste deel van de Atheense democratie. Vijfendertig woorden, om precies te zijn.

24 gedachtes over “Atheense democratie

  1. Karel van Nimwegen

    Goede observatie, dat het nooit over de ondergang van de Atheense democratie gaat.

  2. Jort Maas

    Ik denk dat dat een zinvolle activiteit is, al was het maar omdat een Athener ons bestel niet als democratisch zou herkennen. “Hebben jullie niet het laatste woord over internationale verdragen?” zou hij vragen. “Is jullie rechtspraak niet gedemocratiseerd?” En wellicht: “Betalen jullie de burgers niet om mee te denken?!”

    Dat is inderdaad een zinvolle activiteit, want er zijn namelijk redenen waarom wij dat nu niet per se als democratisch zien. Er zijn goede redenen om het parlement soeverein te maken en niet het volk. Dat zijn zaken die men de laatste jaren is vergeten. Een democratie wordt namelijk niet gedefinieerd door de directheid van de machtsuitoefening, maar of het mogelijk is voor het volk om slechte beleidsmakers vredig af te zetten. Op die manier blijft macht nooit geconcentreerd. Wat ontbreekt bij al die voorbeelden van directe democratie is het platform voor discussie, waarop beleid het vuur aan de schenen wordt gelegd. Paradoxaal genoeg is een bindend referendum bij deze criteria een stuk minder wenselijk in een gezonde democratie. Feitelijk is zo’n referendum een tyrannie van de meerderheid, zonder mechanisme voor het vormen van geinformeerd beleid.

    1. Frans Buijs

      Integendeel. Een referendum legt de zittende macht juist wel het vuur aan de schenen. Het was alleen zodanig georganiseerd dat de regering vuurvaste voeten had. Nederlanders stemmen tegen een EU grondwet en als het niet bindend is, hoeft de regering er niks mee te doen en dat maakt het vertrouwen in de politiek niet bepaald groter. Net zoals een premier die aftreedt en daarna gewoon weer verkiesbaar is.

      1. Jort Maas

        Nee dus, het volk is niet soeverein. Dit is dus precies die denkfout waar ik het over had.

        1. Frans Buijs

          Het volk kiest de parlementsleden en is dus soeverein. Maar als we zo doorgaan wordt het een welles nietes spelletje.

          1. Jort Maas

            Ik doe daar niet aan, met respect, maar u zit er gewoon naast. Het volk geeft die soevereiniteit aan het parlement. Dat is het hele idee van de parlementaire democratie.

            1. Het lijkt erop dat u bepaalde criteria heeft voor een democratie die heel veel vormen die toch ook echt democratisch worden genoemd uitsluit. We noemen de Atheense democratie een vorm van een democratie. Een democratie met een referendum is ook een democratie, los van of iemand dat wenselijk vindt of problematisch.

              Ik ben het er overigens mee eens dat een goed functionerend referendum een goed democratisch instrument kan zijn bestuurders te dwingen ook tussen verkiezingen draagvlak voor hun beleid te zoeken. Ook kan een initiatiefreferendum een mooie alternatieve route zijn om specifieke punten te agenderen die in de dagelijkse partijpolitiek nu eenmaal nooit prioriteit krijgen. Dat de referenda die we in ons land hielden vooral vaagheid opleverden en voor misbruik vatbaar waren moge duidelijk zijn, dat betekent nog niet dat het instrument in al haar mogelijke vormen niet deugt, laat staan dat het niet democratisch zou zijn – want dat ís het natuurlijk wel. Democratisch is geen synoniem voor ideaal 😉

              1. Ben Spaans

                Met het referendum in Amsterdam dat destijds de opheffing van de stad voorkwam is men over het algemeen wel blij geweest toch?
                (Er was in de jaren negentig een heel plan om de de gemeente Amsterdam in een ‘stadsprovincie’ om te zetten. De inwoners zeiden nee.)

          2. Nee. De koning is de soeverein. Ons bestel is te typeren als een parlementaire, constitutionele monarchie. De constitutie schrijft voor dat de besluitvorming via het parlement gebeurt en langs democratische principes plaatsvindt.

            1. Ben Spaans

              Koning soeverein – ja zo ouderwets zijn we nog steeds.

              Ik heb onlangs begrepen dat Willem-Alexander tijdens zijn studie ook echt een aangepast programma had – zelfs geschiedenis kon ie niet aan…?🤭
              Maar dit terzijde.

              1. Toen Willem-Alexander studeerde in Leiden, werden de tentamencijfers geanonimiseerd. Eerst was er een lijstje namen met cijfers, daarna een lijstje studentnummers met cijfers. Kwade tongen fluisterden dat de prestaties van de kroonprins de aanleiding waren. Ik weet niet of het waar is. Hij trof me als intelligent, zonder intellectueel te zijn, wat voor zijn functie een aanbeveling is.

                Veel ernstiger is dat aan de Letterenfaculteit Leiden destijds hogere cijfers werden gegeven dan elders. Er waren namelijk teveel kandidaten voor oio-posities om allemaal te beoordelen. De commissie keek daarom naar de gemiddelde cijfers op de diplomalijst. Door iedereen altijd een punt extra te geven, kreeg Leiden extra veel oio-kandidaten. Ik weet dit laatste van drie hoogleraren, zwart op wit, en heb het gemeld bij de vertrouwenspersoon. Uiteraard geen reactie.

  3. FrankB

    “De vraag of correlatie hier overgaat in oorzakelijkheid, is belangrijk.”
    Zeker. Maar dan moeten we de relatie ook omdraaien. Exploitatie van een imperium geschiedde lang niet altijd door een uitbouwend democratisch bestel.

  4. Een belangrijk onderdeel van de Atheense democratie was het deelnemen aan publieke maaltijden. Zie Civic Rites, van Nancy Evans. Een van de beste boeken over dit onderwerp die ik heb gelezen.

      1. Frans Buijs

        Ik dacht even dat dat hier ook wel een goed idee zou zijn, maar dan wil BBB natuurlijk biefstuk van eigen koeien, Denk halal en de Partij voor de Dieren veganistisch eten, dus het zou weer ruzie worden.

  5. Arjen Dijkgraaf

    De neiging om vrijwel alleen te kijken naar Griekse en Romeinse staatsvormen van een paar duizend jaar geleden, en voorbij te gaan aan alles wat er verder op de wereld moet zijn uitgevonden op dit gebied, is een van mijn grote bezwaren tegen het gymnasiumonderwijs.

    1. Ben Spaans

      Die confederatie van vijf Indiaanse volken van de Irokezen is weleens aardig om over te lezen.

  6. Ben Spaans

    Wat een defaitisme – onze post-democratische tijd- dit soort handdoek-in-de-ring-gooien helpt niemand.
    En de Atheense democratie bezweek pas echt door overmacht van buiten (Macedonië).

  7. Ben Spaans

    Hier is een uitvoerige recensie van een publicatie over (mogelijke) democratieën in Hellas voorafgaand aan Athene https://bmcr.brynmawr.edu/1999/1999.09.17/

    Nog over de RUL – in mijn tijd waren de uitslagen nog steeds geanonimiseerd op studentnummer.
    Jeetje, heb ik dan ook hogere cijfers gekregen dan waar ik recht op had…? Dit soort gekonkel bevestigd mijn indruk dat ik er verder niets te zoeken zou hebben gehad. Ik had toch al vaak de indruk de OIO’s en AIO’s met tegenzin bezig waren. Triest.

    Willem-Alexander is toch nog goed terecht gekomen hoor…

    1. Het erge aan de situatie in Leiden in de vroege jaren negentig is dat degenen die het uitvoerden, voor een groot deel zijn blijven zitten. De diplomafraude heeft hun carrière nooit geschaad.

      Ik heb me zelf altijd onzeker gevoeld. Aan de VU was ik een redelijke acht, in Leiden haalde ik ineens alleen negens. Het onderwijs was in Leiden gestuctureerder, terwijl aan de VU het onderwijs wat breder was en de docenten toegankelijker waren. Het zou dus eerder andersom hebben moeten zijn.

  8. Ben Spaans

    Ik had een paar mooie uitschieters.
    Men gaat mij niet vertellen dat ik die niet verdiend heb…!😠

  9. Ben Spaans

    Jona, Ik neem aan dat je in Leiden niet weer helemaal weer met de propedeuse moest beginnen?

Reacties zijn gesloten.