Wijding aan Viradecthis (EDCS-11100905; Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer vooral de oude Germanen.
Daar horen we anders weinig over. Ooit begon het geschiedenisonderwijs met de hunebedbouwers en de Germanen, maar sinds Nederland zit opgescheept met een “historische canon” van vijftig vensters, is er geen ruimte meer voor de mensen aan wie we ons belangrijkste erfgoed hebben te danken: onze taal. Gelukkig zijn er websites als Taaldacht, de schatkamer die de onvermoeibare Olivier van Renswoude aan het bouwen is, tjokvol interessante informatie.
De hemelschijf van Nebra behoort tot de Únětice-cultuur
Mijn “relatie” met de hemelschijf van Nebra begon drie jaar geleden. Ik las toen in de weekendeditie van 27/28 april 2019 van de NRC de recensie van Theo Toebosch over De Hemelschijf van Nebra. Dit boek is geschreven door Harald Meller directeur van het Landesmuseum für Vorgeschichte in Halle Duitsland in samenwerking met de historicus en journalist Kai Michel. En zoals het soms gaat na het lezen van een boeiend verhaal, het laat je niet meer los.
Deze hemelschijf, brons met gouden afbeeldingen van sterren, manen, horizon-bogen en een schip, is de oudste gevonden afbeelding van de hemel op aarde.
Of Engels een mooie taal is, tja. Natuurlijk frons ook ik mijn wenkbrauwen omdat in die taal werkwoorden voor geslachtsgemeenschap met een lijdend voorwerp gaan (“to shag a person”) terwijl je in het Nederlands vrijt met een medewerkend voorwerp. Ik heb desondanks geen hekel aan de taal van onze westerburen. Toch voel ik me wat onbehaaglijk als ik een Engels woord hoor gebruiken waar onze eigen taal een woord heeft dat de zaken beter uitdrukt. Zo’n klein planeetje heet “planetoïde” en geen “asteroïde”. Niet dat ik denk dat met dat laatste woord, dat “stergelijkend” betekent, grote ongelukken gebeuren, maar om nou te zeggen dat het duidelijk is…
Meer verwarring: ik was niet de enige die vorige week opkeek van een persbericht van de Universiteit Leiden waarin de Enkelgraf- ofwel Touwbekercultuur werd aangeduid als “Corded Ware”. Een moment lang denk je dan dat je iets hebt gemist, tot je je realiseert dat het gewoon een oude bekende is uit de Prehistorie. Nog een voorbeeld, gelukkig volkomen onschuldig: de koeien gaan in de lente van de stal naar de weide en daarvandaan naar de zomerweide. Het elegante Nederlandse woord daarvoor – de boer is de dieren aan het “verweiden” – heb ik al zeker vijfendertig jaar niet gehoord. Ik hoor weleens praten over “transhumance” en of mijn filterbubbel in dit opzicht representatief is, dat weet ik niet. Wat ik weer wel weet, is dat ik het Nederlandse woord weleens heb moeten uitleggen.
Echt mooi is de pot hierboven niet. Grauw aardewerk, niks speciaals. Zelfs de archeologische jargonnaam is slaapverwekkend saai: gray ware. Maar dit spul is interessanter dan het lijkt, al vergt het wat uitleg. Gray ware wordt vooral gevonden in het noordoosten, noorden en noordwesten van het huidige Iran en dateert uit de Vroege IJzertijd. Het vervangt ouder aardewerk, dat mooier gedecoreerd is.
De vindplaatsen zijn steeds weer hetzelfde. Deze kom komt bijvoorbeeld uit Khurvin, op een uitloper van het Elburz-gebergte even ten westen van Teheran, en dat geldt ook voor andere vindplaatsen: elke keer gaat het om gebieden aan de rand van de Iraanse hoogvlakte waar bergstroompjes en artesische bronnen het mogelijk maken vee te weiden. Je zult dit aardewerk dus niet snel vinden in heuvelforten of in gebieden die overwegend geschikt zijn voor akkerbouw. Kortom: gray ware documenteert veetelers en omdat het een nieuw soort aardewerk is, mogen we aannemen dat het gaat om een groep migranten.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.