Personeelsbeleid

Breughel, “De parabel der blinden” (1568)

Dat is nou aardig: vier promotieplaatsen in Leiden voor onderzoek naar de wijze waarop de kunsten – u mag dit zo breed lezen als u zelf wil – vorm hielpen geven aan de samenleving. Een project dat me boeit (zie hier, onder #3) en waar straks ongetwijfeld mensen werken die ik met belangstelling zal volgen. Ik lees dus positief gestemd de personeelsadvertentie maar stuit dan op het volgende:

The successful candidate will have a Master’s or Research Master’s degree and will have obtained this degree no longer than four years ago.

Lees verder “Personeelsbeleid” →

Parlementair onderzoek, alsjeblieft

1.

Ik heb al vaker geschreven dat onze universiteiten niet langer voldoen aan de verwachtingen die we er redelijkerwijs van mogen hebben. Dat ik er opnieuw over schrijf, is omdat het opnieuw mis is: de Groningse Rijksuniversiteit heeft de hoogleraar criminologie Patrick van Calster op non-actief gesteld terwijl de universiteit waar hij is gepromoveerd, de Brusselse Vrije Universiteit, hem de doctorstitel ontneemt. Gisteren was Karima Kourtit van de Amsterdamse Vrije Universiteit in het nieuws.

Twee dagen, twee kwesties. En iedereen kent de oudere gevallen: Peter Rijpkema, Dirk Smeesters, Don Poldermans en Diederik Stapel, waarbij we Roos Vonk dan maar het voordeel van de twijfel zullen geven, Ernst Jansen Steur zullen typeren als een medische aangelegenheid en Mart Bax zullen beschouwen als verjaard. De lijst opzichtig falende onderzoekers begint verontrustend lang te worden en het ergste is de trieste voorspelbaarheid van de affaires.

Lees verder “Parlementair onderzoek, alsjeblieft” →

Ontsporende wetenschap

(Zeedijk 8, Amsterdam)

Een mij tot vanmorgen niet bekende Ingrid Robeyns stelt via Twitter de vraag: “dat onderzoeksgeld nu vooral via aanvragen loopt heeft grote invloed op thema’s waarop onderzoek gedaan wordt. Is dit wenselijk?” Dat is een heel goede vraag, misschien zelfs dé kwestie waar het momenteel om zou moeten gaan. De vraag is echter breder dan Robeyns in de honderdnogwat karakters van Twitter kan aangeven. Daarom benut ik mijn blog om wat varianten te noemen.

1. Dat onderzoek wordt gedaan door universiteiten, heeft grote invloed op de conceptualisering van het onderzoek. Het wordt immers altijd gedaan vanuit een bepaald vakgebied, dat historisch zo is gegroeid en waarvan de grenzen zelf niet wetenschappelijk zijn. Hoe groot is de invloed van de traditie? Ik kan voorbeelden noemen van zaken die niet goed gaan; de Nationale Wetenschapsagenda bevat minstens één vraag die niet oplosbaar is zonder dat we de traditionele  disciplines vervangen door iets nieuws (voorbeeld). Dat wetenschap is verdeeld in soms oeroude disciplines, structureert ons denken: het helpt een probleem herkennen en aanpakken, maar blokkeert onze visie op de oplossingen. Is dit wenselijk?

Lees verder “Ontsporende wetenschap” →

Academische zelfkritiek(loosheid)

In de war

Ik beschreef onlangs dat als je een echte artistieke mislukking wil maken, je talent nodig hebt. Het achterliggend mechanisme is dat critici geïmponeerd zwijgen in de buurt van een erkend genie, terwijl het genie vaak onvoldoende luistert naar commentaar van middelmatiger geesten. Ongehinderd door kritiek kan hij verder gaan met het produceren van een prul.

Zie ik het goed, dan gebeurt dit ook in de wetenschap. Ontsporingen duiden niet per se op kwade wil, maar hebben veelal te maken met falende kritiek. Eén van de redenen daarvoor is dat onderzoekers zelden hebben geleerd te luisteren naar commentaar. Op de lagere en middelbare school waren de latere academici die intelligentste leerlingen, die nooit fouten maakten, die zelden fouten hoefden te erkennen, en die dus de voornaamste les alleen theoretisch leerden: dat het niet erg is een fout toe te geven. Eenmaal op de universiteit komen er twee mechanismen bij die het nog lastiger maken dat de mensen hun voordeel doen van kritiek.

Lees verder “Academische zelfkritiek(loosheid)” →

Plagiaat en bedrog

(Gevelsteen, Rozenstraat, Amsterdam)

En dat is twee. Het materiaal op de Livius-website is al sinds jaar en dag gratis; als iemand het wil overnemen, wil ik alleen een link terug (zodat mensen kunnen controleren of er een actuele versie is), en dat het niet gebeurt om geld mee te verdienen. Livius werkt voor de gemeenschap, niet voor andermans winst.

Dat laatste lijkt niet iedereen te begrijpen: ik blogde een tijdje geleden al dat een Noorse letterdief de hele Livius-website had gekopieerd en er advertenties bij had geplaatst. Voor mij was dat reden om er een copyrightorganisatie op te zetten – en met succes.

Lees verder “Plagiaat en bedrog” →

Free Access

Wetenschappers die hun materiaal op betaalsites laten staan, lijken de Nederlandse Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek te overtreden. Artikel 1.3.1 schrijft volgens mij toch echt voor dat de universiteiten hun kennis moeten overdragen ten behoeve van de maatschappij. ‘Overdragen’ dus, niet ‘verkopen’, en ook niet ‘overdragen aan een commerciële uitgeverij die deze verkoopt’.

De wet lijkt me duidelijk en de politiek is niet aansprakelijk voor het achter-gesloten-deuren-houden van wetenschappelijke informatie. Het was ook de politiek, in de zogenaamde Verklaring van Berlijn, die in 2007 de grondslag legde voor het zoeken naar Open Access, en er zijn sindsdien enkele Europese initiatieven geweest.

Lees verder “Free Access” →

Het soort keurslijf

Ooit hadden studenten voldoende tijd om onderwijs te volgen (Benozzo Gozzoli)

De Nijmeegse classicus Vincent Hunink maakt zich zorgen over enkele recente onderwijsmaatregelen. “Studenten komen in keurslijf,” twittert hij, “nóg meer.”

Hij heeft natuurlijk volkomen gelijk en het is alleen omdat ik het haat eindconclusies te bereiken, dat ik wil wijzen op een complicatie. Op zich is er namelijk niets tegen een keurslijf. Het biedt noodzakelijke steun. Ik herinner me – opa spreekt – dat wij als oudheidkundestudenten vanaf 1985 aan de VU smeekten om meer regulering omdat de studieprogramma’s onwerkbaar chaotisch waren. Of kijk eens in Oxford en Cambridge. Studeren is daar vooral een kwestie van in razend tempo en op gezette momenten stukken schrijven. Daar pakt de structuur van een keurslijf dus goed uit.

Lees verder “Het soort keurslijf” →