“De burger moet betalen, niet méér”

559 Australische dollars is ongeveer 350 euro. Dat is dus de prijs voor een boek waarin onderzoekers de informatie uit gespecialiseerde academische artikelen voor anderen ontsluiten, opdat anderen er ook nog eens van profiteren. De eigenlijke artikelen liggen achter betaalmuren. Als de materie toegankelijk wordt gemaakt, is het resultaat, zoals we in dit voorbeeld zien, volslagen onbetaalbaar.

Ondertussen kan, doordat betrouwbare informatie ontoegankelijk blijft en verouderde inzichten via digitaliseringsprojecten beschikbaar komen, desinformatie zich makkelijker verspreiden dan wetenschappelijke informatie. Bad information drives out good. Je hoort vaak praten over open access en dat is goed, maar het is slechts een deelprobleem. Het echte probleem is hoe we de schade die de afgelopen jaren aan de publieke kennis is toegebracht, teniet kunnen doen. Zonder dat ik claim precies te weten hoe het moet, weet ik wel dat er goede ideeën zijn. Dáárover moeten we praten.

Lees verder ““De burger moet betalen, niet méér””

Nederdaling ter helle

Afgelopen zaterdag las ik De zevenvoudige dood van Evelyn Hardcastle van Stuart Turton. U houdt een blogstukje daarover tegoed, maar vandaag vertel ik u alvast dat de hoofdpersoon van die roman dezelfde dag steeds opnieuw meemaakt. Een dag die zal eindigen met een moord. Hoewel gepresenteerd als een whodunnit verklap ik u niets – althans niets dat u na de eerste bladzijden niet al in de gaten hebt – als ik u zeg dat het in feite een zedenschets is rond een nederdaling ter helle. Een soort Groundhog Day dus, en of De zevenvoudige dood van Evelyn Hardcastle een even goede afloop heeft, dat verklap ik u niet.

Wat voor de gevangenen het ergste is, is de zekerheid van de herhaling. Eén ervan wil de moord nog verhinderen, een ander heeft het bijltje erbij neergegooid en wil alleen nog maar weg, tot elke prijs. Maar ook al reageren ze verschillend, de onafwendbaarheid waarmee het kwaad iemand zal treffen, dat is voor de gevangenen de ergste van alle kwellingen.

Nu verander ik even van onderwerp en ga ik het hebben over Marc van Oostendorp (op twitter te vinden als @fonolog), die in twee of drie jaar is uitgegroeid tot mijn favoriete blogger.

Lees verder “Nederdaling ter helle”

Ben ik nou zo streng?

Sint-Isidorus van Sevilla, beschermheilige van het internet

In de supermarkt kwam ik een bevriende classica tegen die me verraste met de mededeling dat ze deze blog las en de “Methode op maandag” waardeerde. Ik begon al te zwellen van trots toen ze eraan toevoegde dat ze me wel wat streng vond voor haar academische collega’s. Ik kromp weer naar normale proporties.

Haar opmerking bleef bij me hangen, mede omdat ik deze constatering (of kritiek) twee weken daarvoor ook op Facebook had gelezen. Ik stond toen op het punt af te reizen naar Slovenië en Kroatië en heb er niet méér op gereageerd dan met een “like”, maar ik had er nota van genomen dat ik, in de ogen van mijn Facebookvriend, de wetenschap verweet weinig aansluiting te vinden bij de grote maatschappelijke ontwikkelingen.

In mijn idee is het nu eenmaal altijd improviseren en houtje-touwtje. De universiteit is nog steeds niet bekomen van de schokgolven van de internet-revolutie.

Lees verder “Ben ik nou zo streng?”

Personeelsbeleid

Breughel, “De parabel der blinden” (1568)

Dat is nou aardig: vier promotieplaatsen in Leiden voor onderzoek naar de wijze waarop de kunsten – u mag dit zo breed lezen als u zelf wil – vorm hielpen geven aan de samenleving. Een project dat me boeit (zie hier, onder #3) en waar straks ongetwijfeld mensen werken die ik met belangstelling zal volgen. Ik lees dus positief gestemd de personeelsadvertentie maar stuit dan op het volgende:

The successful candidate will have a Master’s or Research Master’s degree and will have obtained this degree no longer than four years ago.

Lees verder “Personeelsbeleid”

Parlementair onderzoek, alsjeblieft

1.

Ik heb al vaker geschreven dat onze universiteiten niet langer voldoen aan de verwachtingen die we er redelijkerwijs van mogen hebben. Dat ik er opnieuw over schrijf, is omdat het opnieuw mis is: de Groningse Rijksuniversiteit heeft de hoogleraar criminologie Patrick van Calster op non-actief gesteld terwijl de universiteit waar hij is gepromoveerd, de Brusselse Vrije Universiteit, hem de doctorstitel ontneemt. Gisteren was Karima Kourtit van de Amsterdamse Vrije Universiteit in het nieuws.

Twee dagen, twee kwesties. En iedereen kent de oudere gevallen: Peter Rijpkema, Dirk Smeesters, Don Poldermans en Diederik Stapel, waarbij we Roos Vonk dan maar het voordeel van de twijfel zullen geven, Ernst Jansen Steur zullen typeren als een medische aangelegenheid en Mart Bax zullen beschouwen als verjaard. De lijst opzichtig falende onderzoekers begint verontrustend lang te worden en het ergste is de trieste voorspelbaarheid van de affaires.

Lees verder “Parlementair onderzoek, alsjeblieft”

Ontsporende wetenschap

(Zeedijk 8, Amsterdam)

Een mij tot vanmorgen niet bekende Ingrid Robeyns stelt via Twitter de vraag: “dat onderzoeksgeld nu vooral via aanvragen loopt heeft grote invloed op thema’s waarop onderzoek gedaan wordt. Is dit wenselijk?” Dat is een heel goede vraag, misschien zelfs dé kwestie waar het momenteel om zou moeten gaan. De vraag is echter breder dan Robeyns in de honderdnogwat karakters van Twitter kan aangeven. Daarom benut ik mijn blog om wat varianten te noemen.

1. Dat onderzoek wordt gedaan door universiteiten, heeft grote invloed op de conceptualisering van het onderzoek. Het wordt immers altijd gedaan vanuit een bepaald vakgebied, dat historisch zo is gegroeid en waarvan de grenzen zelf niet wetenschappelijk zijn. Hoe groot is de invloed van de traditie? Ik kan voorbeelden noemen van zaken die niet goed gaan; de Nationale Wetenschapsagenda bevat minstens één vraag die niet oplosbaar is zonder dat we de traditionele  disciplines vervangen door iets nieuws (voorbeeld). Dat wetenschap is verdeeld in soms oeroude disciplines, structureert ons denken: het helpt een probleem herkennen en aanpakken, maar blokkeert onze visie op de oplossingen. Is dit wenselijk?

Lees verder “Ontsporende wetenschap”

Academische zelfkritiek(loosheid)

In de war

Ik beschreef onlangs dat als je een echte artistieke mislukking wil maken, je talent nodig hebt. Het achterliggend mechanisme is dat critici geïmponeerd zwijgen in de buurt van een erkend genie, terwijl het genie vaak onvoldoende luistert naar commentaar van middelmatiger geesten. Ongehinderd door kritiek kan hij verder gaan met het produceren van een prul.

Zie ik het goed, dan gebeurt dit ook in de wetenschap. Ontsporingen duiden niet per se op kwade wil, maar hebben veelal te maken met falende kritiek. Eén van de redenen daarvoor is dat onderzoekers zelden hebben geleerd te luisteren naar commentaar. Op de lagere en middelbare school waren de latere academici die intelligentste leerlingen, die nooit fouten maakten, die zelden fouten hoefden te erkennen, en die dus de voornaamste les alleen theoretisch leerden: dat het niet erg is een fout toe te geven. Eenmaal op de universiteit komen er twee mechanismen bij die het nog lastiger maken dat de mensen hun voordeel doen van kritiek.

Lees verder “Academische zelfkritiek(loosheid)”

Plagiaat en bedrog

Lange Niezel 25, Amsterdam

En dat is twee. Het materiaal op de Livius-website is al sinds jaar en dag gratis; als iemand het wil overnemen, wil ik alleen een link terug (zodat mensen kunnen controleren of er een actuele versie is), en dat het niet gebeurt om geld mee te verdienen. Livius werkt voor de gemeenschap, niet voor andermans winst.

Dat laatste lijkt niet iedereen te begrijpen: ik blogde een tijdje geleden al dat een Noorse letterdief de hele Livius-website had gekopieerd en er advertenties bij had geplaatst. Voor mij was dat reden om er een copyrightorganisatie op te zetten – en met succes.

Lees verder “Plagiaat en bedrog”

Het soort keurslijf

Ooit hadden studenten genoeg tijd om te studeren. Eigenlijk was dat nog zo tot de jaren zeventig.

De Nijmeegse classicus Vincent Hunink maakt zich zorgen over enkele recente onderwijsmaatregelen. “Studenten komen in keurslijf,” twittert hij, “nóg meer.”

Hij heeft natuurlijk volkomen gelijk en het is alleen omdat ik het haat eindconclusies te bereiken, dat ik wil wijzen op een complicatie. Op zich is er namelijk niets tegen een keurslijf. Het biedt noodzakelijke steun. Ik herinner me – opa spreekt – dat wij als oudheidkundestudenten vanaf 1985 aan de VU smeekten om meer regulering omdat de studieprogramma’s onwerkbaar chaotisch waren. Of kijk eens in Oxford en Cambridge. Studeren is daar vooral een kwestie van in razend tempo en op gezette momenten stukken schrijven. Daar pakt de structuur van een keurslijf dus goed uit.

Lees verder “Het soort keurslijf”