Titus Livius (3): inhoud

Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Derde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

De Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad van Titus Livius was een zeer, zeer ambitieus werk. In totaal verschenen niet minder dan 142 boekrollen. De lengte van zo’n rol kwam overeen met pakweg vijfenzestig bladzijden in een modern pocketboek. De totale lengte van Livius’ geschiedwerk bedroeg dus een slordige 9.250 pagina’s ofwel eenendertig pocketboeken. Hij schreef dit alles in ongeveer vijfenveertig jaar, wat betekent dat hij elk jaar ruim drie rollen of 205 pagina’s publiceerde. Ook met een tekstverwerker is dat alleszins respectabel.

Er zijn twee gevolgen. Eén: dit werk was te groot om volledig tot ons te komen. We hebben alleen nog de boeken 1-10 en 21-45.  Misschien duikt nog eens iets op in de Egyptische woestijn of bij de papyri uit Herculaneum, waar inmiddels een boekrol is geïdentificeerd van een jongere Romeinse geschiedschrijver. Twee: het is duidelijk dat Titus Livius gebruik moest maken van eerdere geschiedwerken en zelden de mogelijkheid had tot archiefonderzoek. Dat had gevolgen, waarover we het nog zullen hebben.

Lees verder “Titus Livius (3): inhoud”

Segovia

Het Romeinse aquaduct van Segovia

De vaste lezers van deze blog kennen mijn belangstelling voor het voor-Romeinse verleden van West-Europa. Ik heb vaak genoeg geschreven over de Gallische taal en over voorwerpen als de Krater van Vix. Iberië is echter altijd wat onderbelicht gebleven, hoewel ik in mijn scriptie de processen van romanisering en arabisering heb vergeleken, en hoewel ik een zwak heb voor Spanje.

“Keltisch” is altijd een beetje een lastig begrip. Eigenlijk komen in dat woord drie dingen samen: om te beginnen de volken die in de Oudheid Keltisch zijn genoemd (wél degenen die wij Germanen noemen, níet de Britten), verder degenen die een taal spraken die wij Keltisch noemen (wel de Britten, niet de Germanen), en tot slot de La Tène-cultuur, die weer andere grenzen heeft. De Iberische ijzertijdculturen zijn niet echt goed te typeren als La Tène, hoewel sommige groepen wel Keltische talen hebben gesproken.

Lees verder “Segovia”